Canonmuseum

Rijksmuseum van Oudheden

Het Rijksmuseum van Oudheden presenteert verschillende topstukken die de vensters Hunebedden, De Romeinse Limes, Willibrord en Karel de Grote uit de Canon van Nederland illustreren. Meer over topstukken en activiteiten vind je hieronder.

Het Rijksmuseum van Oudheden is het nationale archeologiemuseum van Nederland, met een brede collectie, van het oude Egypte tot en met de late Middeleeuwen in Nederland.

 

Foto's bannerbeeld: Rob Overmeer / Rijksmuseum van Oudheden

Rijksmuseum van Oudheden
Rapenburg 28
2311 EW Leiden

www.rmo.nl

Topstukken

De honderden grafgiften van hunebed D19

Tussen 3400 en 2900 v. Chr. kiezen boeren van de trechterbekercultuur er voor het eerst voor om op een vaste plek te gaan wonen in het noorden van Nederland. Van loodzware zwerfkeien bouwen ze grote grafkamers: de hunebedden. In hunebed D19 zijn gedurende honderden jaren tientallen mensen bijgezet. Ze zijn begraven met grafgiften: jachtgerei, sieraden, bijlen, voedsel en minstens vierhonderd potten.

Het verplaatsen en oprichten van de zware stenen vereist samenwerking tussen de nederzettingen. Rondom de hunebedden zijn sporen van uitgebreide ceremoniën en rituelen gevonden. De stenen grafkamers vormen zo belangrijke regionale centra, voor de doden én de levenden.

Altaar voor Nehalennia. Godin van vruchtbaarheid, zeevaart en handel

In de Romeinse tijd vereren schippers, kooplieden en reders in de kuststreek van het huidige Zeeland Nehalennia, godin van vruchtbaarheid en bescherming van zeevaart en handel. Nadat de Romeinen het deltagebied van Rijn en Maas hebben ingelijfd, bouwen zij in Zeeland havens voor de handel op Engeland. Bij de tempels van Nehalennia in Domburg en Colijnsplaat staan in die tijd honderden altaren opgesteld, geschonken door dankbare handelaren.

De inscripties op de altaren geven veel informatie over de infrastructuur van het Romeinse Rijk. Handelaren komen uit steden in Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. Via de grote rivieren vervoeren zij hun handelswaar naar Zeeland, waar grote schepen klaarliggen voor de overtocht naar Engeland. In de teksten wordt melding gemaakt van handel in zout, aardewerk, wijn en vissaus.

De Peelhelm. Eigendom van een Romeinse ruiter

Deze helm is een getuigenis van de aanwezigheid van Romeinse elitetroepen in Nederland. Het ijzer van de helm is weggeroest, maar het vergulde zilver van de buitenkant toont dat de eigenaar een hoge officier is. Onderaan staan namen van een ruitereenheid en van de maker: Marcus Titus Lunamis. De helm is bij Deurne in een voormalig moeras gevonden. Is de helm ooit verloren tijdens een schermutseling of misschien geofferd aan de goden?

In 1910 vindt een turfsteker de helm met daarnaast een geldbuidel, bronzen munten, schoenen, een ruiterspoor, en onderdelen van een tent en foedralen. De munten zijn geslagen tussen 315 en 319 na Chr., tijdens de regeerperiode van keizer Constantijn. Deze keizer probeert op dat moment het Romeinse gezag aan de noordgrens te herstellen.

De goudschat van Wieuwerd

Deze 37 gouden sieraden worden rond 630 begraven op een terp bij Wieuwerd (Friesland). De goudschat bestaat vooral uit hangers waarin Byzantijnse munten zijn verwerkt. Het goud geeft een idee van de welvaart en internationale contacten van de Friezen in deze periode. De Friese heersers eren hun eigen goden en verzetten zich tegen de Engelse monnik Willibrord.

Willibrord wil vanuit zijn uitvalsbasis Utrecht het christendom verspreiden. De rijke Friese aristocratie beheerst in deze periode het terpengebied en speelt een belangrijke rol in de opbloeiende Noordzeehandel. De Friezen beschouwen de missionarissen als handlangers van de vijandige Frankische vorsten.

De goudschat bevat behalve de munten ook ringen en de voetplaat van een grote fibula: wellicht was dit de voorraad van een goudsmid.

De fibula van Dorestad. Een gouden mantelspeld

Een van de beroemdste vondsten van Nederland is deze grote fibula (mantelspeld), gevonden in 1969 in een waterput in Dorestad (het huidige Wijk bij Duurstede). De fibula van ca. 800 na Chr. kent parallellen in kerkelijk edelsmeedwerk uit de omgeving van het hof van Karel de Grote. Omdat in deze tijd vooral de elite het geloof uitdroeg en de ronde fibula een damesmodel is, denken we dat deze gedragen is door een rijke vrouw in Dorestad.

De schijffibula is van goud, met inlegwerk van verschillende (half)edelstenen, parels, glas en email. Het inlegwerk vormt twee kruisen door elkaar, die we als christelijke symbolen interpreteren. Aan de achterkant van de fibula is de speld afgezaagd en zitten spijkergaatjes: de fibula is hergebruikt op een kistje of een boekband.