rond 1850

De hammen van Koersen

Vleesfabriek in Bathmen

Tijd van burgers en stoommachines

Goed plan

Rond 1850 kreeg de familie Koersen uit Dortherhoek een goed idee: ze wilden een vleesfabriek beginnen. In de fabriek zouden ze hammen en worsten gaan maken van varkens. Zo gezegd, zo gedaan: aan de Zandweg (nu Koersenweg) tussen de Gorsselseweg en Steginksweg werd een fabriek gebouwd.

Worst en ham op reis

Boeren uit de omgeving brachten hun geslachte varkens met paard en wagen naar de fabriek. Daar werden de varkens verwerkt tot worsten en hammen. Deze vleeswaren werden ingeblikt, in jute (ruwe stof) of linnen verpakt. Daarna ging alles in grote kisten. Die werden per trein naar de haven van Rotterdam gebracht. Vervolgens gingen de worsten en hammen op transport naar Amerika en Nederlands-Indië.

Veel werk

De vleesfabriek van Koersen zorgde voor veel werk in Bathmen. Een groot aantal mannen en jongens uit het dorp werkte in de fabriek. Boerenzoons werkten er in de wintermaanden. Dan was er op de boerderij weinig te doen.

Brand!

Op 4 februari 1931 brak er brand uit in de fabriek. Het vuur was op één van de zolders ontstaan en breidde zich snel uit. De Bathmense brandweer had slecht blusmateriaal en kon weinig doen. Daardoor brandde de hele fabriek uit. Gelukkig was de fabriek verzekerd, en kon er snel een nieuwe fabriek gebouwd worden.

Samen

In de jaren '30 ging het niet goed met de economie. Mensen hadden weinig geld te besteden. Alleen de rijkere mensen konden nog vlees kopen. Hierdoor kochten steeds minder mensen de hammen en worsten van Koersten. Om de fabriek te laten bestaan, ging Koersen samen met vleesfabriek Buijvoets uit Almelo.

Einde

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het niet meer mogelijk om vlees naar Amerika en Nederlands-Indië te sturen. Ook werd het steeds lastiger om aan varkens te komen. De fabriek in Almelo bleef wel draaien. Maar de Duitsers hielden alles goed in de gaten. Na de oorlog bleef de productie van de worsten en hammen in Almelo. De fabriek van Koersen staat er niet meer. Het gebouw moest plaatsmaken voor de snelweg A1.