Canonmuseum

Paleis Het Loo

Paleis Het Loo presenteert verschillende topstukken die het venster Buitenhuizen uit de Canon van Nederland illustreren. Meer over topstukken en activiteiten vind je hieronder.

Paleis Het Loo is niet alleen een paleis, maar een museum met historische tuinen en een stallenplein vol koetsen en rijtuigen. 

Paleis Het Loo
Koninklijk Park 1
Apeldoorn

www.paleishetloo.nl/

Topstukken

Prent ‘t Koninklijk Lusthof op ‘t Loo

Paleis Het Loo – gebouwd in 1686 – is een goed voorbeeld van een zeventiende-eeuwse buitenplaats. Als de bouwheer, koning-stadhouder Willem III, op Het Loo verblijft, is het een drukte van belang. Willem III heeft altijd een schare vrienden en leden van zijn hofhouding om zich heen. Ook zijn er altijd anderen aanwezig die in zijn gunst willen komen. De tuin, die voor een deel voor publiek toegankelijk is, is bij uitstek een plek om in je mooiste kleren te flaneren, om mensen te ontmoeten en om zaken te doen. Op deze prent, uitgegeven in 1700, is dat goed te zien. 

Om ‘s zomers de stank, besmettelijke ziektes en drukte van de stad te vermijden, zoeken rijke stadsbewoners vanaf 1600 hun toevlucht tot luxueuze buitenplaatsen. Hier wordt het nuttige met het aangename verenigd: niet alleen zijn de meeste buitenhuizen volledig zelfvoorzienend – met een eigen boomgaard, hakhoutbos en moestuin of zelfs jachtgebied – maar met huis en tuinen geeft de eigenaar ook uitdrukking aan zijn machtige positie. Dat is bij Paleis Het Loo niet anders.

Tuinvaas van Delfts blauw aardewerk

Bij de vorstelijke buitenplaats die Paleis Het Loo is, is de tuin hét middel voor het tonen van rijkdom en macht. De tuinen geven prestige aan de bewoners van het paleis. Koning-stadhouder Willem III en koningin Mary II laten in de paleistuinen hun unieke bloemen- en plantencollectie zien. De tuin wordt nóg prestigieuzer door de Delfts blauwe tuinvazen, voorzien van de symbolen van het koningschap van Engeland (de Tudor-roos), Schotland (de distel) en Ierland (de harp). Tuinvazen van Delfts aardewerk zijn in de zeventiende en achttiende eeuw een zeer exclusief en exotisch element in baroktuinen. Deze vazen springen voor elke bezoeker gelijk in het oog en maken de status van hun eigenaars duidelijk.


Tuinvazen worden gevuld met kostbare exotische planten als oranjeboompjes en ananasplanten. Koningin Mary verzamelt Chinees porselein en Delfts aardewerk. Bij internationaal geroemde Delftse plateelbakkers bestelt ze bijzondere objecten, zoals grote vazen voor de tuin en bloempiramides voor de verse bloemen in de paleisvertrekken. Hiermee stimuleert Mary de aardewerkproductie in Delft enorm. Bovendien geven Willem en Mary graag voorwerpen van Delfts aardewerk cadeau. Zo onderhouden ze vriendschapsbanden of probeerden ze allianties te smeden. Dit is zeer belangrijk om hun nieuwe koninklijke macht te consolideren.

Landmeetketting

Naast de siertuin krijgen bij een zelfvoorzienende buitenplaats ook de moestuinen en de fruitbomen een plek. Het uitzetten van deze tuinen gebeurt met een meetketting. De tuinen van Paleis Het Loo zijn in de zeventiende eeuw ingemeten met een meetketting als deze. Voor zover bekend is dit de enige landmeetketting uit de zeventiende eeuw in Nederland.

Deze landmeetketting heeft een lengte van 7,412 meter en bestaat uit 24 schakels, inclusief de steekpen om de ketting vast te kunnen zetten en nog een extra handvat. De lengte van de ketting is niet toevallig: het is precies twee Rijnlandse roeden. De Rijnlandse roede is een historische lengtemaat: er gaan ongeveer zevenhonderd Rijnlandse roeden in een hectare. Deze roede wordt oorspronkelijk gebruikt in het Hoogheemraadschap van Rijnland, dat een deel van Noord- en Zuid-Holland beslaat. Later worden in de Hollandse gewesten en aan het Oranjehof, dus ook voor de paleizen buiten Holland, voornamelijk de Rijnlandse maten gebruikt.

Bittere sinaasappelboom

De Koninginnetuin van Paleis Het Loo – de privétuin van koningin Mary II – is in de zeventiende eeuw de plek bij uitstek voor de meest bijzondere en kostbare collecties, waaronder de collectie bittere sinaasappels (of pomerans), cultuurvormen van Citrus aurantium. Deze Oranjebomen staan in de tijd van Mary als kleine boompjes in kuipen opgesteld. Bijzonder aan de familie van Citrus is dat deze tegelijkertijd bloesem en vruchten draagt een sterk symbool voor de continuïteit van de Oranje-dynastie.

Veel Nederlandse buitenhuizen hebben in de zeventiende eeuw een collectie citrusbomen. De sinaasappelbomen gelden als een statussymbool: het hebben van een dergelijke collectie betekent dat de eigenaar een oranjerie bezit om de planten in de winter te laten overleven én bekwame tuinlieden in dienst heeft die in staat zijn deze moeilijk te kweken bomen gezond te houden. Paleis Het Loo bezit zo’n 35 oude sinaasappelbomen en wel honderd jongere exemplaren van de Citrus aurantium. Het oudste exemplaar is meer dan driehonderd jaar oud. Samen met Landgoed Twickel (bij Delden, Overijssel) beschikt Paleis Het Loo over de oudste collectie bittere sinaasappels van Nederland.