Veelgestelde vragen

Bekijk hier de veelgestelde vragen over de Canon van Nederland en het Canonnetwerk.

1. Waarom is er, naast de Canon van Nederland-presentatie in het Nederlands Openluchtmuseum, ook een Canonnetwerk opgericht? 

Het Nederlands Openluchtmuseum presenteert vanaf 23 september 2017 de Canon van Nederland. Van hunebed tot heden; voor het eerst is er op één plek in Nederland een overzicht van ‘de’ Nederlandse geschiedenis te beleven. Maar de complete geschiedenis in Arnhem ervaren is niet het uitgangspunt van het museum. De Canonpresentatie in het Openluchtmuseum is een teaser om online én buiten de poorten van het museum meer te ontdekken over de Nederlandse geschiedenis. Alleen samen met de musea in het land kunnen de gelaagdheid en de veelzijdigheid van de Nederlandse geschiedenis tot hun recht komen. Het overzicht in Arnhem is daarom onlosmakelijk verbonden met de musea en andere culturele instellingen in Nederland die onmisbaar zijn om de Canon van Nederland te vertellen. Wil men meer weten over de prehistorie en de eerste landbouwers van de lage landen? Dan is het meer dan waard om een bezoek aan het Hunebedcentrum in Borger te brengen. Bij Beeld en Geluid in Hilversum kun je de allereerste televisie van Nederland bewonderen, het medium dat de Nederlandse huiskamers én de samenleving compleet heeft veranderd. En zo zijn er nog veel meer musea die verdieping geven bij een of meer van de vijftig Canonvensters.

2. Wie nam het initiatief voor het Canonnetwerk en waarom?

Het Nederlands Openluchtmuseum nam in 2015 het initiatief om het netwerk te organiseren, omdat het Openluchtmuseum dat beschouwt als een onderdeel van zijn opdracht om de Canon te presenteren. Het museum heeft hiervoor zelf de deelnemende musea benaderd. Zie verder Vraag 1.

3. Uit welke organisaties bestaat het Canonnetwerk?

Het netwerk zal de komende jaren uitgroeien tot enkele tientallen musea, archieven en andere historische publieksinstellingen. Bij de lancering op 24 oktober bekrachtigen twaalf deelnemende musea de start van de unieke samenwerking en het groeiend netwerk. Deelnemers zijn: het Allard Pierson Museum, het Amsterdam Museum, het Hunebedcentrum, Museum Catharijneconvent, Museum Prinsenhof Delft, het Nationaal Militair Museum, het Rijksmuseum Amsterdam, het Rijksmuseum van Oudheden, het Tropenmuseum, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, het Nederlands Openluchtmuseum en Het Scheepvaartmuseum. Van deze twaalf musea lichten er negen hun iconische topstukken uit. Het Allard Pierson Museum, het Rijksmuseum en de website entoen.nu (onderdeel van het Openluchtmuseum) doen dat niet maar participeren met advies, wetenschappelijk onderzoek, programmering en content.

4. Krijgt het Canonnetwerk een landelijke spreiding (die heeft het nu nog niet)?

Jazeker. De historische inhoud van de Canon bepaalt de samenstelling van het netwerk, en gelukkig biedt dat alle kansen voor landelijke spreiding. Denk aan het Planetarium in Franeker, het Hunebedcentrum in Borger, Kamp Westerbork in Hooghalen, het Universiteitsmuseum in Groningen en het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.  En zo zijn er nog meer plekken door heel Nederland, mogelijkheden te over om de Canon in het hele land tegen te komen.

5. Wie financiert het Canonnetwerk en voor hoelang?

Het Canonnetwerk wordt tot en met december 2018 mede mogelijk gemaakt door bijdragen vanuit het Mondriaan Fonds € 150.000, het K.F Hein Fonds € 10.000 en de Gravin van Bylandt Stichting € 5.000. Het Nederlands Openluchtmuseum zet de coördinatie van het netwerk na 2018 voort en ziet dit als onderdeel van zijn structurele taak de Canon te presenteren.

6. Wat maakt een voorwerp tot een topstuk?

  • Een topstuk moet een onmisbaar verhaal van de Canon vertellen.
  • Een topstuk is bijzonder (zeldzaam, waardevol, artistieke waarde, etc.).
  • Een topstuk moet aanspreken, emotie oproepen.
  • Een topstuk heeft bij voorkeur een bijzonder rol in de vaste opstelling (sleutelstuk).