Canonmuseum

Airborne Museum Hartenstein

Het Airborne Museum in Hartenstein vertelt het verhaal van de Slag om Arnhem, met een uitgebreide collectie van wapens, kleding, uitrustingsstukken, interviews, foto's, video's en de 'Airborne Experience'.

Het Airborne Museum, in het hoofdkwartier van de Britse Troepen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, vertelt zowel de geallieerde zijde als de Duitse kant van het verhaal over de Slag om Arnhem in 1944.

Airborne Museum Hartenstein
Utrechtseweg 232
6862 AZ Oosterbeek

www.airbornemuseum.nl/

Topstukken

Zware gevechten

Brigadegeneraal John Hackett landt op de tweede dag van operatie Market Garden met zijn 4th Parachute Brigade. Het verrassingselement is dan weg en de Duitse weerstand wordt zwaarder. Tot het einde van de Slag om Arnhem is Hacketts eenheid in gevecht. Zelf bevindt hij zich steeds in de voorste gelederen. De brigade wordt bijna gedecimeerd, en Hackett raakt zwaargewond door de scherf van een mortiergranaat, die zich door zijn uniformjas in zijn buik boort. De jas is een stille getuige van de zware strijd die de geallieerde troepen in september 1944 leveren.

Uiteindelijk wordt brigadegeneraal John Hackett naar het Sint Elisabeths Gasthuis in Arnhem gebracht. Zijn rangonderscheidingstekens zijn dan van zijn jas verwijderd, zodat de Duitsers zijn hoge rang niet kunnen herkennen. De dienstdoende Duitse arts wil niet opereren, omdat Hackett te zwaargewond is. Een Britse arts zet echter door en redt Hacketts leven. Hackett weet met behulp van het Nederlandse verzet de geallieerde linies te bereiken en ontsnapt zo aan krijgsgevangenschap.

Strijd om de Rijnbrug

Luitenant-kolonel John Frost weet op 17 september 1944 met zijn mannen de Rijnbrug in Arnhem te bereiken, het hoofddoel van de 1st Airborne Division. Met een jachthoorn geeft Frost signalen aan zijn manschappen. De hoorn is een geschenk van zijn jachtclubvrienden in Irak – waar Frost vanaf 1938 gestationeerd was –, vlak voor zijn terugkeer naar Engeland in 1941. Op 21 september 1944 moeten Frost en zijn troepen de strijd bij de brug staken. De jachthoorn symboliseert het verlies van de brug en de uitdagingen die de luchtlandingsdivisie daardoor nog te wachten staan in Oosterbeek.

Majoor Digby Tatham-Warter maakt evenals luitenant-kolonel John Frost gebruik van geluidssignalen in september 1944. Hij is niet onder de indruk van radio’s. Bij eerdere geallieerde operaties blijken er namelijk al problemen met radio’s te zijn, en ook tijdens de Slag om Arnhem werkt communicatie via de radio niet altijd goed. De jachthoorn van Frost wordt tijdens werkzaamheden in juli 1945 gevonden en aan het Airborne Museum Hartenstein geschonken.

Duitse weerstand

Over de Slag om Arnhem stellen we nog te vaak de ‘wat als?’-vraag: wat als de Britse troepen wél de Rijnbrug hadden kunnen verdedigen? Wat vergeten wordt, is de zeer adequate en effectieve reactie van het Duitse leger op de luchtlandingen rond Arnhem en de inname van de brug. Heinz Harmel voert het bevel over de 10. SS-Panzer-Division, een eenheid die in Normandië zware verliezen geleden heeft en toevallig in de buurt verblijft om uit te rusten. De eenheid komt direct in actie. Na de Slag om Arnhem krijgt Harmel deze hoge Duitse onderscheiding.

Verschillende onderdelen van de 10. SS-Panzer-Division zijn verspreid in de omgeving van Arnhem ondergebracht. Op de eerste dag van de Slag om Arnhem is bevelhebber Heinz Harmel nog in Berlijn om versterkingen voor zijn divisie te vragen. Hij keert echter direct terug en weet met zijn manschappen de Britse weerstand bij de brug te breken. Zo blijft de weg tussen Arnhem en Nijmegen open voor Duitse troepen. Controle over de Rijnbrug is voor de Duitsers nodig om de geallieerde troepen die vanuit het zuiden oprukken het hoofd te kunnen bieden.

Strijd in de perimeter

Nadat tijdens operatie Market Garden het bruggenhoofd in Arnhem verloren is, wordt een verdedigingslinie gevormd rond Hotel Hartenstein in Oosterbeek, het toenmalige hoofdkwartier van de Britse 1st Airborne Division. Tony Crane is een 19-jarige sluipschutter die vecht in deze perimeter. Samen met zijn kameraad Fred Hocking houdt Crane op een stuk behang bij hoeveel Duitsers zij geraakt hebben. Na de Slag om Arnhem vertelt Crane dat de eerste keer iemand doden moeilijk was, maar dat het neerschieten van mensen daarna makkelijker werd.

Tijdens de Slag om Arnhem verschansen de Britten zich in huizen. Daar worden ze belegerd door Duitse troepen. De gevechten gaan van verdieping naar verdieping en van kamer naar kamer. Bij de eerste twee Duitsers die hij neerschiet, is Tony Crane nog zeer nerveus. Zijn handen trillen en hij denkt: zij hebben mij niks aangedaan. Door zijn telescoop kan Crane de gezichten van de Duitsers zien. Hij vuurt de eerste kogel tussen hun benen door. Als ze blijven staan, schiet hij eerst één soldaat neer, herlaadt, en schiet daarna de ander neer. Volgens het behang raken Crane en zijn kameraad Fred Hocking samen zestien Duitse soldaten.

Op de vlucht

Op 23 september 1944 besluit de Duitse bezetter dat Arnhem geëvacueerd moet worden: alle burgers moeten de stad verlaten. Een dag later wordt de vierjarige Marina Timmerman in allerijl in een kinderwagen gezet. Ondertussen laden haar ouders hun bezittingen op een kleine bolderwagen. Wat niet mee kan, blijft achter. Ruim 90.000 burgers worden op deze manier gedwongen om hun bezittingen achter te laten. Na de bevrijding van Nederland in 1945 wacht hen een nieuwe uitdaging in een verwoeste en leeggeroofde stad.

De familie Timmerman loopt de Arnhemse Amsterdamseweg af, op weg naar het noorden. Tijdens deze tocht wordt er door de Duitsers en de Britten op elkaar geschoten. Uiteindelijk belandt de familie veilig via Zeist en Meppel bij familie in Friesland. Daar blijven ze tot de bevrijding. Eenmaal in Friesland wordt de bolderkar van Marina Timmerman gebruikt tijdens voettochten die haar vader aflegt om eten te verzamelen tijdens de hongerwinter.