Goudse pijpen

Waarin een kleine stad groot is

In de zeventiende en achttiende eeuw is Gouda wereldwijd bekend als de belangrijkste producent van tabakspijpen. De karakteristieke Goudse witte kleipijp wordt in heel Europa en ver daarbuiten verkocht. De pijpenindustrie legt Gouda geen windeieren. In 1737 telt de stad maar liefst 463 pijpenmakers en zijn er duizenden mensen werkzaam in de pijpenmakerij. Vooral vrouwen en kinderen spelen een belangrijke rol in het productieproces. In de tweede helft van de achttiende eeuw neemt de concurrentie toe en loopt de buitenlandse afzet terug. Hierdoor zakt de markt voor de Goudse kleipijp in. Met de komst van de houten pijp en later ook snuiftabak, de sigaar en de sigaret verdwijnt de kleipijp helemaal.

Pijpenmakersgilde
Begin zeventiende eeuw zijn het Engelse huurlingen die het pijpenmakersambacht in Gouda introduceren. Tijdens het Twaalfjarig Bestand zitten zij zonder inkomsten. Sommigen besluiten hun oude werk als pijpenmaker weer op te pakken. Het gaat op dat moment niet goed met de Goudse economie. De Gouwenaren maken van de geboden kans gebruik om mee te liften op het succes van de Engelse pijpenmakers. Ze zijn goede leerlingen en rond 1641 zijn de Goudse pijpenmakers zelfs beter dan hun Engelse collega's. In 1660 krijgt Gouda een eigen pijpenmakersgilde. Dan zijn er in de stad circa zeventig pijpenmakers. Hierna groeit hun aantal explosief. De vraag naar pijpen neemt sterk toe en op het hoogtepunt in 1737 zijn er maar liefst 463 pijpenmakers in de stad actief. Ongeveer drie- à vierduizend mensen (dat is de helft van de werkende Goudse bevolking) is in de pijpenmakerij werkzaam. Een nog veel groter aantal is indirect als toeleverancier of handelaar bij de productie betrokken.

Merkenrecht
De eerste pijpenmaker die in de archieven  te vinden is, is de Engelsman William Baerneltss (Willem Barentsz). Hij begint waarschijnlijk in 1617 een pijpenmakerij in zijn huis Achter de Vismarkt. Zijn merk ‘de gekroonde roos’ is zeer succesvol en wordt regelmatig gekopieerd door concurrenten. In 1629 verbiedt het stadsbestuur dan ook het namaken van andermans merken. Later komt er een compleet reglement. Daarin verplicht het stadsbestuur alle pijpenmakers om een eigen merk te voeren, zowel op de pijpen als op de tonnen of kisten waarin ze verpakt zitten. Iedere pijpenmaker moet -ter controle- een tekening van zijn merk bij het gildebestuur laten goedkeuren. Tekeningen die teveel lijken op bestaande merktekens worden afgekeurd. Voorbeelden van bekende merken zijn onder andere ‘de sittende vos’, ‘de gekroonde BS’, en ‘de leeuw in de Hollandse tuin’.

Productieproces
De Engelse oorsprong van de pijpenmakerij is terug te zien in de woorden die tijdens het productieproces worden gebruikt. Na het rollen van de klei brengt men met behulp van een ijzeren draad of pen - de weijer, van het Engelse ‘wire’ - het rookkanaal aan. Hierna volgt het ‘kasten’ (van ‘to cast’), het ‘tremmen’ (van ‘to trim’) en het ‘glazen’ (van ‘to glase’), achtereenvolgens het vormen van de pijp in een mal, het wegwerken van de naden en het gladmaken van de pijp. Als het verplichte merkstempel is gezet en de klei is uitgehard, kunnen de pijpen de oven in. In dit hele productieproces spelen kinderen en vrouwen een belangrijke rol. Zij kunnen preciezer te werk gaan omdat zij dunne vingers hebben. Bovendien krijgen de kinderen maar een hongerloontje, zodat de prijs van de pijp laag blijft.    

Neergang
Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw zakt de markt voor Goudse pijpen in. De concurrentie neemt toe en de buitenlandse afzet loopt terug omdat de handel elders steeds meer afgeschermd wordt. Het Goudse stadsbestuur probeert de neergang nog een halt toe te roepen door een fabriek op te richten op het terrein van het Pesthuis, maar het verval gaat door. De Goudse kleipijp maakt langzaam maar zeker plaats voor de houten pijp, snuiftabak, de sigaar (1840) en de sigaret (1880). De fabrikanten Van der Want en Goedewaagen weten het hoofd boven water te houden door over te stappen naar de productie van het eveneens beroemde Goudse Plateel.