De Canon van Nederland is vernieuwd! Lees hier wat er is veranderd en waarom.

Trijn van Leemput

Vredenburg

Trijn van Leemput is waarschijnlijk rond 1530 in de omgeving van Utrecht geboren. Ze trouwde met Jan Jacobsz van Leemput. In 1555 kochten zij een groot stenen huis aan de Oudegracht, het huidige pand Oudegracht 17. Van Leemput nam in 1558 van zijn zwager een brouwerij aan de Oudegracht over. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Digna (1553), Adam (1558) en Catharina (1562). De Van Leemputs behoorden bij de aanzienlijke families van de stad. De brouwerij liep goed en het echtpaar belegde geld in huizen in de stad. Jan van Leemput werd in 1573 hopman (aanvoerder) van één van de burgervendels van de stad en in 1574 werd hij deken van het brouwersgilde.

Het gezin kerkte waarschijnlijk bij de populaire prediker Hubert Duifhuis. Duifhuis werd rond 1575 pastoor in hun parochiekerk, de St. Jacobskerk. Duifhuis ging later over tot het protestantisme, maar was tolerant tegenover andere geloofsrichtingen en was voorstander van religievrede. De namen van Jan, Trijn en hun dochter Digna komen voor op een ledenlijst van de hervormde gemeente van St. Jacob. In 1575 was Jan van Leemput kerkmeester van de St. Jacobskerk.

Jan van Leemput was als hopman waarschijnlijk betrokken bij de belegering van Vredenburg in de winter van 1576-1577. Daarna maakte hij deel uit van een afvaardiging die namens de Staten van Utrecht in Brussel de ondertekening van de zogenaamde Satisfactie bijwoonde. In deze overeenkomst aanvaardde Willem van Oranje het stadhouderschap over Utrecht. Vanaf 1578 tot kort voor zijn dood was Jan schepen van Utrecht.

Jan stierf in 1590. In datzelfde jaar noteerde Arend van Buchel dat Trijn van Leemput met een groep vrouwen was begonnen aan de sloop van de Vredenburg. Van Buchel was in 1577 niet in Utrecht en moet dit uit overlevering hebben gehoord. Trijn rond de jaarwisseling van 1606/1607. Dat zij tot de Utrechtse elite behoorde, blijkt ook wel uit het feit dat zij op 2 januari 1607 werd begraven in de Domkerk, waarschijnlijk in het (later ingestorte) schip van de kerk.