Onafhankelijkheid

Onafhankelijkheid

In 1973 vormde de Nationale Partij-kombinatie (NPK) een regering van voornamelijk creolen. Toen minister-president Arron de onafhanklijkheid aankondigde, stuitte hij op fel verzet uit hindostaanse hoek. JagernathLachmon, voorzitter van de Hindostaanse partij VHP herzag zijn standpunt in 1974 na zware oppositie, maar wel onder voorwaarden. Deze werden niet allemaal ingewilligd. Door de stem van van Hindori had Arron uiteindelijk wel een meerderheid.

Na lange tijd was er in Nederland weer een Partij van de Arbeid-regering. In 1973 paste het beeld van een kolonie niet meer in hun regeerprogramma. Nederland was niet echt blij met de emigratie van Surinamers naar Nederland. Zo'n 130.000 mensen van vooral hindostaanse afkomst emigreerden. Toch gingen de onafhankelijkheidsplannen van Suriname door.

Op 25 november 1975 werd Suriname een onafhankelijk land. De ceremonie vond plaats in de Hervormde kerk en in het André Kamperveen stadion organiseerde de overheid 's avonds een groot volksfeest. Rond middernacht werd de Nederlandse vlag gestreken en de nieuwe Surinaamse vlag gehesen. In het begin leek alles goed te gaan, want ondanks de verdeeldheid van vóór de onafhankelijkheid, verliep alles uiteindelijk toch redelijk rustig.

In 1975 werd een nieuwe Grondwet ingesteld. In een grondwet staat aangegeven hoe een land bestuurd moet worden. Behalve rechten geeft het ook de plichten van burgers aan. Zo moet elke burger belasting betalen, iedere burger is verplicht mee te werken aan de vooruitgang van het land en de regering is verplicht alles in het werk te stellen, zodat de burgers zich goed kunnen ontplooien.

De laatste gouverneur was Johan Ferrier, die tevens de functie van eerste president van Suriname bekleedde. De verwachtte vooruitgang in Suriname verliep niet volgens plan. Vooral de militairen waren ontevreden. Ferrier besluit in 1982 af te treden als de militairen de grondwet opschorten: 'Als de militairen de grondwet verscheuren, is er ook geen plaats meer voor mij'.