Oprichting van de Eerste en Tweede kamer

1848

In 1848 kwam er natuurlijk een nieuwe grondwet waarin stond dat Nederland een democratisch land werd. Dat betekent dat het parlement grotendeels de macht krijgt over Nederland. In het parlement was er al een Eerste en Tweede kamer maar er was toen nog niet zoveel verantwoordelijkheid zoals dat vanaf 1848 nu wel is. In 1848 moesten de Eerste en de Tweede kamer stemmen over dingen die zij vinden wat in Nederland anders zou moeten. De kamers hebben vanaf 1848 ook zetels, De Eerste kamer heeft 75 zetels en de tweede kamer heeft 150 zetels. De aantal zetels hoeft niet meteen te betekenen dat een kamer meer macht heeft dan de ander, maar uiteindelijk heeft de Tweede kamer dit wel. Dit is zo het geval, omdat er in de Tweede kamer nieuwe wetsvoorstellen worden bedacht en de Eerste kamer hoeft deze nieuwe wetvoorstellen alleen goed of af te keuren. De Tweede kamer is samengesteld door de rechtstreekse verkiezingen en de Eerste kamer is samengesteld uit een splitsing van de Staten-Generaal uit de twee kamers. Tegenwoordig zijn er politieke partijen waar je op kan stemmen, in 1848 was dit er nog niet. Toen waren er nog geen politieke partijen, maar je kon wel op bepaalde stemmen. De oprichting van de Eerste en Tweede kamer hebben een bijdrage geleverd aan de rechtsstaat en de parlementaire democratie.