Tijd van wereldoorlogen

Verzuiling

Eeuwenlang was Nederland godsdienstig verdeeld. Vooral de tegenstelling protestant-katholiek werd vaak het scherp gevoeld. In de 19de en begin 20ste eeuw raakte de samenleving verzuild, wat inhield dat er voor de verschillende geloofsrichtingen en levensovertuigingen aparte scholen, politieke partijen, kranten, ziekenhuizen, sportclubs en andere verenigingen kwamen.

Iedere zondagochtend passeerden vroeger vele inwoners van Diemen elkaar op de Diemerbrug. Lopend en vaak zwijgend, zonder elkaar te groeten. Vanuit het zuiden liepen mensen naar hun kerk, de rooms-katholieke St. Petrus’ Bandenkerk aan de Hartveldseweg. En vanuit het noorden waren mensen óók op weg naar hun kerk. Dat was de vlak over de brug staande protestantse (hervormde) kerk. In 1905 kwam daar nog de strenger protestantse (gereformeerde) kerk bij.

Openbaar en speciaal onderwijs

Op doordeweekse dagen gebeurde iets vergelijkbaars maar dan van schoolkinderen. Vanuit het zuiden staken kinderen de brug over op weg naar hun school, de in 1906 aan de Ouddiemerlaan gestichte protestantse School met den Bijbel, waar kinderen van gereformeerde en streng-hervormde ouders naar toe gingen of naar de katholieke Sint-Petrus school aan de Schoolstraat, die in 1924 haar deuren geopend had. In 1933 kwam daar nog een aparte katholieke meisjesschool bij, de Sancta Mariaschool. De kinderen van minder streng-hervormde, joodse of niet-godsdienstige ouders liepen in omgekeerde richting de brug over op weg naar de openbare school aan de Ouderkerkerlaan. Wanneer al die kinderen elkaar op de brug tegenkwamen werd er nog wel eens gescholden of zelfs gevochten. Wat ze op elkaar tegen hadden was hun geloof en dan vooral of je katholiek of protestants was want dat was water en vuur.

Godsdienstoorlogen

Die tegenstelling was ontstaan in de tijd van de godsdienstoorlogen in de 16de en 17de eeuw, toen protestanten en katholieken allebei dachten dat hun geloofsbeleving de beste was. Twistpunten waren er onder andere over kerkelijke rituelen, de uitleg van de Bijbel of de inrichting van de kerk: sober of juist versierd met beelden. Van de inwoners van Diemen was in 1930 ruim 46% protestants (40% hervormd; ruim 6% gereformeerd) en ongeveer 31% katholiek. Daarnaast was nog ruim 2,5% anders christelijk, 0,5% belevend joods en 19% was niet gelovig.

Verzuiling

Behalve aparte scholen kwamen er ook aparte sportclubs en andere verenigingen. Zo mochten katholieke kinderen niet voetballen bij DVAV, de Diemense Voetbal- en Atletiekvereniging. Dat was een ‘neutrale’ vereniging, waar iedereen lid van kon worden, wat je ook geloofde of dacht maar katholieke kinderen moesten lid worden van een katholieke voetbalclub in de Watergraafsmeer. Ook de politiek was verdeeld met aparte protestantse en katholieke politieke partijen, elk met een eigen fractie in de gemeenteraad. Daarnaast had je ook een liberale, een sociaaldemocratische en een communistische partij.

Het was de tijd waarin elk gezin de krant las die paste bij de eigen geloofsrichting of levensbeschouwing. Ook had je aparte radio- en (later:) tv-programma’s. Het ging soms zelfs zo ver dat mensen alleen boodschappen deden bij winkels waarvan de winkelier tot hun eigen geloof behoorde of hun politieke overtuiging deelde. Dit alles wordt de verzuiling genoemd. Behalve een katholieke en twee protestantse zuilen vormden ook kleinere geloofsgroepen zoals joden en doopsgezinden eigen zuilen maar die waren kleiner en meestal niet zo alomvattend. Er waren twee grote niet-godsdienstige zuilen: een voor iedereen openstaande algemene (of liberale) zuil en een sociaaldemocratische.

Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog dat er voor het eerst barsten in de scheidsmuren kwamen. Mensen hadden elkaar nodig en dan is het niet belangrijk van welk geloof je bent of hoe je politieke overtuiging is. In de jaren na de oorlog nam bovendien het aantal mensen toe dat geen godsdienst aanhing terwijl er onder de mensen die wél godsdienstig bleven steeds meer begrip kwam voor andersdenkenden. Er werd minder gelet op wat mensen verdeelde en er werd meer gekeken naar wat mensen verenigde. 

Terwijl de oude zuilen aan belang inboetten lijken er toch weer nieuwe te ontstaan want voor veel, vanuit andere landen afkomstige, nieuwe Nederlanders was en is het koesteren van de eigen cultuur en godsdienst van grote betekenis. Eigen godshuizen, scholen en verenigingen horen daarbij, al zijn die meer in het nabije Amsterdam dan in het zoveel kleinere Diemen te vinden.

Jaap Haag

 

Komt in de tijd overeen met: Tijd van burgers en stoommachines (De schoolstrijd in Nederland en Abraham Kuyper) en Tijd van wereldoorlogen

Zie ook Canon van NederlandDe crisisjaren

Verder lezen: Tijdschrift Historische Kring Diemen, jrg 15, 2005 nr 2.  Grijs Verleden  blz. 35-37, Chris van der Heijden,