patriotten

Patriotten waren burgers in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die aan het einde van de 18e eeuw democratisering wilden stimuleren en aan het absolutisme van een falende stadhouder Willem V, prins van Oranje-Nassau, een halt wilden toeroepen. Zij eisten hervormingen in het bestuur, begonnen zich te wapenen en drongen in de loop der jaren in steeds meer steden onder meer aan tot een democratische verkiezing van de vroedschap, het stadsbestuur. In 1786 en 1787 escaleerde het conflict tussen de patriotten en prinsgezinden of Orangisten (aanhangers van de stadhouder-prins van Oranje) zodanig dat er gevechten uitbraken en er een korte burgeroorlog woedde. Een Pruisische inval in september–oktober 1787 bewerkstelligde vervolgens de Oranjerestauratie, waarna het stadhouderlijk stelsel nog zeven jaar kon worden voortgezet. Duizenden patriotten vluchtten naar Frankrijk en kwamen pas terug na de succesvolle revolutionaire Franse veldtocht in de Nederlanden (1792–1795), waar sommigen aan deelnamen in het Bataafs Legioen. De jaren 1780–1787 waarin de patriotten de Nederlandse politiek domineerden wordt wel de Patriottentijd genoemd.

De term patriotten wordt ook wel gebruikt voor verwante bewegingen in andere landen, zie 'Patriotten elders'.
Het programma van de patriotten kan in drie punten worden samengevat:

herstel van de macht van de Republiek met als voorbeeld de (staatsgezinde) leiders uit de 17e eeuw, zoals Johan de Witt en Johan van Oldenbarnevelt;
herstel van medezeggenschap uit de tijd van voor de Unie van Utrecht, toen de schutterij nog invloed kon uitoefenen op het stadsbestuur;
materiële en morele herbewapening, dat wil zeggen democratische of politieke scholing van de leden schutterij.
Daarbij werden alle mogelijke middelen met veel bevlogenheid ingezet, zodat de patriotten voor tijdgenoten het onderwerp werden van spot.