Crematie

Lijkverbranding begint haar gestage opmars

Op 1 april 1914 werd in het crematorium bij Driehuis-Westerveld het lichaam van dr. C.J. Vaillant gecremeerd. De Vereeniging voor Facultatieve Lijkverbranding voerde de verassing uit. Direct erna verzegelde de overheid het crematorium. Eerst wilde justitie uitzoeken of hier niet in strijd met de wet was gehandeld.

In 1914 was het meer dan duizend jaar geleden dat een overledene op eigen verzoek op Nederlandse bodem was gecremeerd. Tot de achtste eeuw werden overledenen begraven of gecremeerd. Aan deze situatie kwam een eind met de kerstening van de Lage Landen. Christenen geloofden dat zij na hun overlijden op de Dag der Opstanding met ziel en lichaam uit de dood zouden verrijzen. De Bijbel geeft bovendien tal van voorbeelden van gestorven gelovigen, wier lichamen worden begraven of bijgezet. Daarom wilden christenen dat hun lichaam werd begraven. In 785 verbood de christelijke keizer Karel de Grote crematie, alleen de lichamen van misdadigers zouden als straf nog worden verbrand. 

In de achttiende eeuw ontstond er weer belangstelling voor crematie. In deze eeuw van de Verlichting lazen burgers dat in de Klassieke Oudheid mensen werden verbrand. In de negentiende eeuw vonden hygiënisten bovendien dat cremeren veiliger was voor de volksgezondheid dan begraven. De lijkontbinding was immers niet na tien jaar maar al na ruim een uur voltooid.

Verassen in plaats van begraven

In 1874 richtten de voorstanders in Den Haag de Vereeniging tot invoering der lijkenverbranding in Nederland op. De leden hadden drie wensen. Ze wilden de Begrafeniswet van 1869 aanpassen om crematie mogelijk te maken. Ook wilden ze via propaganda de samenleving voor het idee winnen. En ze wilden een crematorium bouwen waar overledenen met de pas uitgevonden crematieoven konden worden verast.

De zogenoemde crematisten hadden lange tijd geen succes. In de eerste plaats wilde de politiek niets weten van een wijziging van de Begrafeniswet. Crematie paste niet in het christelijke Nederland. Bovendien zou via crematie een moord onopgemerkt kunnen blijven.

De propaganda mislukte eveneens. Christenen vonden het idee om lichamen te verbranden heidens. Bovendien waren de wetenschappers het oneens over de vraag of begraven buiten de bebouwde kom onhygiënischer was dan cremeren. Sindsdien benadrukten de voorstanders het idee dat lijkverbranding een mooi proces is. Bovendien spaart een crematorium dure landbouwgrond uit. Uiteindelijk is crematie vooral een vrije keuze. Die zienswijze lieten de voorstanders ook tot uiting komen in de naam van hun organisatie die ze in 1903 veranderden in Vereeniging voor Facultatieve Lijkverbranding.

Ook het bouwen van een crematorium kwam lange tijd niet van de grond. Eigenaren van begraafplaatsen en gemeenten durfden geen grond ter beschikking te stellen omdat crematie bij wet verboden zou zijn. Daarom maakte de Vereeniging het mogelijk dat leden zich in het buitenland lieten cremeren. In 1887 was Eduard Douwes Dekker, beter bekend als de schrijver Multatuli, de eerste Nederlander die zich vrijwillig in het Duitse Gotha liet cremeren. Multatuli was overigens geen lid van de Vereeniging.

Voorstanders lopen vooruit op wetgeving

In 1906 gaf de particuliere begraafplaats Westerveld bij Driehuis alsnog een terrein aan de Vereeniging in erfpacht. De eigenaren kregen de begroting niet rond en wilden via de erfpacht en vergoedingen per crematie extra inkomsten binnenhalen. In 1913 werd het crematorium, naar een ontwerp van Marius Poel, geopend en het jaar daarop eenmalig in gebruik genomen.

Vervolgens bogen diverse rechters zich over de vraag of cremeren niet was verboden. Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad in 1915 dat de overheid crematie vanwege onvolkomenheden in de Begrafeniswet moest gedogen. De staat regelde wel dat de lichamen van overledenen die gecremeerd wensten te worden, twee keer werden geschouwd om een moord uit te sluiten. Sindsdien werden leden van de Haagse Vereeniging en verzekerden van de in 1919 opgerichte Arbeiders Vereeniging voor Lijkverbranding (AVVL) in Driehuis gecremeerd.

Een tweede crematorium

Het duurde tot 1955 voordat Wet op de lijkbezorging crematie mogelijk maakte. Een jaar eerder was in het Gelderse Dieren een tweede crematorium geopend door de Vereniging voor Facultatieve Lijkverbranding. Pas nadat de kerken rond 1960 hun verzet hadden opgegeven, dacht ook de samenleving positiever over crematie. Sinds de jaren zestig steeg het aantal crematies en het aantal crematoria snel.

Anno 2019 zijn er in Nederland ongeveer honderd crematoria en laat ongeveer twee derde van de overledenen zich cremeren. Daarmee is de herintroductie van crematie in Nederland de belangrijkste funeraire gebeurtenis van de twintigste eeuw. (WC)

 

Suggesties voor verder lezen:

  • Wim Cappers, Vuurproef voor een grondrecht - Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie 1874-1999 (Zutphen, 1999)
  • I. Franke, Crematie in Nederland 1875-1955 - De Vereniging voor Facultatieve Crematie en de Wet op de Lijkbezorging (Utrecht, 1989)