Een Brabander met een pen
Antoon Coolen wordt geboren in Wijlre in Zuid-Limburg op 17 april 1897. Later verhuizen ze naar Deurne, waar zij een winkel beginnen. Hij wordt een bekend schrijver vooral van streekromans over het Brabantse boerenleven. Daarin kijkt hij scherp naar de mensen en hun gewoonten en laat zien hoe dicht humor en verdriet bij elkaar liggen.
Coolen trouwt met Gerda de Jong (1901-1964). Zij krijgen vier zonen: Stijn (1931-1983), Guido (1932-2017), Felix (1933-2021) en Peter (1937-1947). De drie oudste vernoemt hij naar zijn grote voorbeelden: Stijn Streuvels, Guido Gezelle en Felix Timmermans. De vierde naar een goede vriend.
Hij is een bekende persoonlijkheid en versterkt dat door altijd een karakteristieke rode das met witte stippeltjes te dragen.
De Kempen
In 1937 gaat hij in Waalre wonen. Hij laat er een huis bouwen aan de Blokvenlaan, midden in het groen. Architect H.W.Valk ontwerpt het in een traditionele stijl, met speelse vormen en veel aandacht voor baksteen. Coolen geeft het huis de naam De Kempen. Het wordt zijn woon- en werkplek. De Kempen is nu een rijksmonument.
Schrijver in oorlogstijd
De boeken van Antoon Coolen over het boerenleven passen goed bij de denkwereld van ‘Blut und Boden’ van de nazi’s. Toch wil hij niet met de bezetter samenwerken. Hij slaat uitnodigingen voor lezingen af en wordt geen lid van de Kultuurkamer. Daardoor kan hij zijn werk niet meer publiceren.
In 1943 gaat burgemeester Uijen met pensioen (zie het venster Burgemeester in Oorlogstijd). Coolen wil hem opvolgen en denkt dat hij als beroemd schrijver een kans maakt zonder concessies te hoeven doen. Maar het sollicitatiegesprek in Den Bosch is snel voorbij. Op de vraag of hij bereid is de gemeente “in de geest der nieuwe orde” te besturen, antwoordt hij “neen” – en kan naar huis. De Duitsers benoemen daarna de NSB’er Reinhard Schregardus.
Onderduiken en verzet
Als hij in 1944 een oproep krijgt voor graafwerkzaamheden aan de Atlantikwall duikt hij onder in Den Haag. Zijn huis met inboedel wordt in beslag genomen. Zijn vrouw en kinderen vinden onderdak in de buurt. Coolen wil nu natuurlijk niet meer opvallen en laat zijn bekende rode das thuis. Vanuit de onderduik heeft hij wel contact met het verzet.
Terugkeer
Op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) reist Coolen met de trein terug naar het zuiden. In Deurne ziet hij zijn gezin terug. Na de bevrijding op 18 september keren ze terug naar Waalre. Hun huis, De Kempen, blijkt dan leeggehaald en zwaar beschadigd. Zijn boeken zijn verdwenen.
In de winter van 1944-1945 worden Engelse soldaten ingekwartierd. Zij helpen bij de eerste herstelwerkzaamheden. Vanwege gebrek aan brandstof woont het gezin in de keuken. Na de oorlog blijkt dat een deel van zijn werk verloren is gegaan door branden bij uitgevers.
Tegelijk verandert de tijd. Coolen schrijft nog, maar niet meer zoals voorheen. Zijn boeken passen minder bij de nieuwe generatie lezers. Toch blijft hij actief als schrijver en betrokken bij het culturele leven.
Tragedie
Naast alle ellende van de oorlog wordt het gezin ook getroffen door een persoonlijke tragedie. Eind februari 1947 gaat het na een strenge vorstperiode dooien. De negenjarige zoon Peter gaat met een vriendje buiten spelen. Ze lopen naar de tuin van Postma in De Buunders, waar een vijver met ijs ligt. Als de jongens ’s avonds niet thuisgekomen zijn, gaan buurtbewoners zoeken met lampen en lantaarns. Uiteindelijk worden bij de vijver twee paar klompjes gevonden. De jongens zijn onder het ijs geraakt en verdronken.
De begrafenis, geleid door pastoor De Glas en kapelaan Bogers, maakt diepe indruk. Bijna heel Waalre is aanwezig. Welpen en verkenners van de Sint-Stefanusgroep dragen kransen en kruisen. De drie broers van Peter helpen de kisten dragen. Tamboers van het gilde slaan de rouwslag.
Volgens een plaatselijke gewoonte lopen de mannelijke familieleden achter de kisten. Daarna volgen andere mannen en pas daarachter de vrouwen. De moeder van Peter loopt daardoor alleen achteraan.
Op het bidprentje heeft Coolen een citaat uit zijn roman De Schone Voleinding laten afdrukken. Daarin wordt beschreven hoe een kind op bijna dezelfde manier is verdronken.
Verhuizing
Wanneer de zonen het huis uit zijn, wordt woonhuis De Kempen verkocht. Antoon en zijn vrouw Gerda verhuizen in 1953 naar een iets kleinere woning verderop. Bij de voordeur op het bordes staat daar nog steeds een beeld van de schrijver.
Zijn boeken
Antoon Coolen schreef meer dan 70 romans. In de meeste beschrijft hij het leven in het Brabantse dorp van vroeger. Iedereen kent elkaar en het dagelijks bestaan speelt zich af in kleine kring. Gewone mensen staan centraal met hun zorgen, vreugdes en twijfels. Achter het leven van alledag gaan wel spanningen en morele keuzes schuil onder de oppervlakte.
Bekende werken van hem zijn:
- Dorp aan de Rivier (1934). Dorpsdokter Tjerk van Taeke komt ‘van buiten’ (Friesland) en speelt hierin een centrale rol. Hij is gebaseerd op Jacob Wiegersma (1863-1931), die 40 jaar huisarts in Lith was en over wie vele verhalen de rondte deden. De dokter helpt niet alleen veel mensen, soms op spectaculaire wijze, maar hij maakt ook vijanden. Uiteindelijk neemt hij ontslag en vertrekt uit het dorp. In 1958 werd het boek verfilmd door Fons Rademaekers. Door de ogen van de dokter krijg je een levendig beeld van het dorpsleven in die tijd. Zie de trailer of de hele film.
- Kinderen van ons volk (1928). Hierin beschrijft hij het leven van verschillende dorpsbewoners. Het werk op het land bepaalt het ritme van de dag. Het bestaan is zwaar, gezinnen zijn groot en iedereen helpt mee. Armoede, ziekte en tegenslag spelen een grote rol. De mensen leven dicht op elkaar: dat geeft steun, maar zorgt ook voor spanningen en roddels. Zij zoeken houvast in geloof en tradities, veranderingen van buitenaf zijn niet altijd welkom.
- De goede moordenaar (1931). Dit is gebaseerd op een waargebeurde moordzaak. Coolen volgt de man die verantwoordelijk is voor de dood van een jong meisje en laat zien hoe omstandigheden, keuzes en sociale druk hem steeds verder in het nauw brengen. In de kleine gemeenschap blijft niets verborgen; mensen oordelen snel en hard. Een mens is niet simpel goed of slecht. Door te laten zien wat iemand tot zo’n daad kan brengen, krijgt het verhaal een indringende en soms beklemmende sfeer. De hele tekst van dit boek staat op Delpher.
- Herberg in ’t Misverstand (1938). Een oude dorpsherberg heeft een aantal heel verschillende stamgasten. Zij prijzen het dorpse leven, maar eigenlijk willen ze eraan ontsnappen. De gemeentesecretaris lukt dat als hij elders burgemeester wordt, maar de rest blijft in hun dagelijkse bestaan. Van dit boek is de hele tekst te vinden bij DBNL.
Dood
Op 11 oktober 1961 valt hij zonder dat er iemand bij was uit een rijdende trein, tussen Waardenburg en Zaltbommel. Opende hij verstrooid de verkeerde deur of was er meer aan de hand? Hij zegt dat hij zich er niets van kan herinneren. Hij ligt een tijd bewusteloos naast de rails en als hij bijkomt strompelt hij naar een boerderij in de buurt.
Hij houdt er wel een hersenschudding aan over, maar lijkt te herstellen. Thuis krijgt hij op 9 november een hartaanval. Enkele uren later overlijdt hij in het Jozefziekenhuis in Eindhoven. Hij wordt begraven bij de Oude Sint-Willibrorduskerk in Waalre.
’t Schrijverke
In Waalre blijft hij herinnerd met een beeld bij het Oude Willibrorduskerkje. Dit wordt wel ’t Schrijverke genoemd. Het is gemaakt door de Eindhovense beeldhouwer Hans Goddefroy. Het wordt op 12 september 1968 onthuld door de commissaris van de Koningin. Zijn graf ligt op enkele meters daarvandaan. Je loopt er met een paar passen naar toe.
Antoon Coolenlaan
In de Schrijversbuurt in Aalst verwijzen straatnamen naar schrijvers en verhalen. De herinnering aan (ooit) bekende auteurs zoals August Snieders, Adriaen Poirters en Vincent Cleerdin blijft zo bewaard. Antoon Coolen wordt al bij leven geëerd met een eigen straatnaam. Hij maakt dus nog mee dat een straat zijn naam krijgt en dat gebeurt niet vaak! Ook in Eindhoven, Tilburg en Deurne zijn straten naar hem vernoemd.