In de jaren zestig van de vorige eeuw ontstaat grote behoefte aan goedkope arbeidskrachten. Steeds minder Nederlanders zijn bereid onder slechte omstandigheden ongeschoold en laagbetaald werk te doen. Bedrijven kunnen alleen overleven door werknemers uit andere landen te halen. In Gouda is de situatie niet anders. Wel anders is, dat de arbeidskrachten maar uit één land worden gehaald, uit Marokko. De meesten komen zelfs uit hetzelfde gebied in dat land, de streek rond Nador in het Rifgebergte. Daar heerst op dat moment grote armoede en werkeloosheid.
Waarom Marokkanen?
Eerdere ervaringen van het Goudse bedrijfsleven met Spanjaarden en Turken zijn niet goed. Die blijken mondig en stellen eisen. Dat is anders bij de Marokkanen. De ervaring is dat zij weinig klagen en bereid zijn hard te werken. Zij maken graag overuren en sparen hun geld op om bij terugkeer in Marokko een goed bestaan op te kunnen bouwen. Dat er zoveel mensen uit dezelfde streek naar Gouda komen heeft ook te maken met familiebanden. Die zorgen voor mond tot mond-reclame.
Selectie
Goudse bedrijven maken gretig gebruik van de mogelijkheid om via het Ministerie van Werkgelegenheid ‘bestellingen’ te plaatsen voor ‘gastarbeiders’ uit Marokko. Speciale selecteurs van het ministerie reizen daarvoor af naar dat land. Zij keuren – als ware het een veemarkt – lange rijen gegadigden. Alleen degenen die gezond van lijf en leden zijn en geen noemenswaardige opleiding hebben, mogen naar Nederland. Tussen 1960 en 1973 hebben maar liefst 38 Goudse bedrijven buitenlandse werknemers in dienst. Daaronder zijn ‘grootverbruikers’ als het vleesverwerkingsbedrijf Compaxo, kaashandel De Producent en bouwbedrijf Nederhorst. Maar ook kleine bedrijfjes, zoals aardewerkfabriekjes en stroopwafelbakkerijen, kunnen niet meer zonder deze goedkope arbeidskrachten. Het liefst willen ze wat oudere, getrouwde mannen, die tevreden zijn met hun werk. De ervaring leert namelijk dat jongeren al snel verveeld raken of hogerop proberen te komen. Volgens de directie van Compaxo zorgt dit voor een te groot verloop en zij vraagt om scherpere selectie.
Pensions
Goudse werkgevers die ‘gastarbeiders’ in dienst nemen, hebben ook tot taak huisvesting voor hen te zoeken. De grotere bedrijven kopen leegstaande panden in de binnenstad op. Zo wordt het monumentale pand ‘Het dubbeld Ancker’ aan de Westhaven door Compaxo ingericht als pension. Het gebouw krijgt niet alleen (stapel)bedden, een gaarkeuken, maar ook een aparte gebedsruimte voor moslims. Maar veel werknemers vinden dat ze te veel moeten betalen voor deze huisvesting. Zij kiezen voor goedkopere oplossing. Diverse huisjesmelkers grijpen de kans om oude panden in de binnenstad te verhuren. De omstandigheden in deze pensions zijn vaak erbarmelijk. Ze zijn vuil, vochtig en brandgevaarlijk. Als de gemeente om die reden enkele pensions sluit, komt het tot een grote demonstratie van gastarbeiders bij het stadhuis.
Gezinshereniging
Het kabinet Den Uyl maakt in 1973 gezinshereniging voor gastarbeiders mogelijk. Daarmee verandert hun perspectief radicaal. In plaats van sparen voor terugkeer naar Marokko, richten de meesten zich nu op het naar Nederland halen van hun vrouw en kinderen. Die verandering is in Gouda goed te merken door een snelle afname van pensions. Veel Marokkanen weten dan een kleine woning te bemachtigen in oude wijken als Oosterwei en Korte Akkeren. De ontvangst van vrouwen en kinderen in deze buurten is in het begin hartelijk. Er is hulp bij de woninginrichting en er wordt fietsles gegeven. Met het toenemen van de aantallen en aanpassingsproblemen van de nieuwkomers verkoelen de verhoudingen. Ook neemt de behoefte aan arbeidskrachten als gevolg van automatisering en concurrentie van lagelonenlanden snel af, waardoor veel werknemers van de eerste generatie werkeloos of arbeidsongeschikt worden. Dat zorgt ook voor spanningen in hun gezinnen, waarbij moeders toch al te kampen hebben met taalachterstand en opvoedingsproblemen.
Moskeeën
Het is door de gezinshereniging duidelijk dat het verblijf van de Marokkaanse in de stad niet langer tijdelijk zal zijn. Al snel ontstaat daardoor behoefte aan eigen voorzieningen. Met name de behoefte aan mogelijkheden om het islamitisch geloof te belijden neemt snel toe. In een gymzaal in de Peperstraat wordt de eerste moskee van Gouda ingericht. Meteen is sprake van een richtingenstrijd. Een deel van de oude generatie is trouw aan de koning van Marokko en start moskee El Fath in een voormalig kaaspakhuis in de Spieringstraat. Anderen zijn meer gevoelig voor Saoedische invloed en komen bijeen in moskeeën aan de Raam (Nour) en in Oosterwei (As Salaam). In 2013 ontstaat het plan om op de plek van de voormalige Prins Willem Alexanderkazerne één grote moskee te bouwen. Er wordt driftig geld ingezameld, waarbij zelfs arme gezinnen vaak forse bedragen afdragen. Media spreken van een Megamoskee en omwonenden zijn tegen de komst van dit gebedshuis. Uiteindelijk loopt het initiatief stuk op gebrek aan geld en politieke weerstand. Dat leidt tot de nodige spanningen binnen de Marokkaanse gemeenschap in Gouda. Uiteindelijk komt er aan de Antwerpse weg toch een nieuwe moskee. De kleinere gebedshuizen aan de Dunantsingel, de Spieringstraat en de Raam blijven in gebruik.
Eigen plaats
In 2015 staat Gouda onder meer met de tentoonstelling Lalla Golda in Museum Gouda stil bij vijftig jaar migratie van Marokkanen naar deze stad. Tijdens de viering van 750 jaar stadsrechten in 2022 krijgt dit verhaal een gezicht met ‘mijnheer Laaguili’ als Goudse Gigant, één van de meer dan levensgrote poppen, die bekende Gouwenaars moesten voorstellen. Laaguili is een van de eerste Marokkaans migranten die naar Gouda is gekomen. Met de islamitische basisschool El Qualam en de bouw van de nieuwe moskee heeft de Marokkaanse gemeenschap binnen een halve eeuw een zichtbare en eigen plaats weten in te nemen in de stad.
De Marokkaanse gemeenschap
In 1965 meldt een groep van 173 Marokkanen zich bij het Arbeidsbureau in Gouda. Zij zijn doorgestuurd vanuit Utrecht omdat daar even geen werk voor hen is. Hun komst naar hier is min of meer toeval, maar zal het begin vormen van grote migratiegolf. Thans telt Gouda meer dan 7000 inwoners met een Marokkaanse achtergrond. Zij maken daarmee 10% van de bevolking uit, waarmee Gouda de stad is met percentueel het hoogste aantal Marokkanen in Nederland.