Duitse bezetting
In de vroege ochtend van 10 mei 1940 vallen de Duitsers ons land binnen en direct na de capitulatie op 15 mei trekken Duitse troepen Gouda binnen. De Duitse commandant en zijn staf installeren zich eerst in hotel De Zalm maar op 19 mei betrekken ze een grote woning aan de Kattensingel. Burgemeester James stelt zich principieel op en weigert alle medewerking. Enkele weken later wordt hij gearresteerd wegens belediging van een Duitse officier. Wethouder H.P.C.M. de Witt Wijnen neemt hem voorlopig waar. James wordt opgesloten in de gevangenis van Scheveningen en komt een jaar later weer vrij maar is gedurende de Duitse bezetting niet meer welkom in Gouda.
De gebeurtenissen in Gouda wijken niet af van het landelijke beeld: geen militair gevechtsgebied maar wel veel bombardementen. De ligging in het Groene Hart, ver achter het front, maakt Gouda en omgeving voor de Duitsers de ideale locatie om frontsoldaten tot rust te laten komen en materieel te laten repareren.
Een makkelijk begin
Het eerste oorlogsjaar kenmerkt zich voornamelijk in een soort terugkeer naar normaal. De bezetter manifesteert zich slechts in beperkte mate. Slechts kleine gebeurtenissen doen aan de oorlog herinneren zoals de stationering van een Duitse Ortscommandant, de benoeming van de NSB-er E.A.A. Liera tot burgemeester, het weghalen van de klokken uit de toren van de Sint-Janskerk en uit het stadhuis maar ook de bescherming van belangrijke gebouwen met zandzakken en het instellen van verduisteringsmaatregelen.
Hoewel 1940 relatief rustig eindigt begint de Goudse bevolking in 1941 de oorlog te voelen. In februari vallen de eerste geallieerde bommen op de Fluwelensingel. Verspreid over de randen van de binnenstad zullen er meer volgen. Woningen aan de Fluwelensingel, Noothoven van Goorstraat, Krugerlaan, Veerstal en Gouderaksedijk raken daarbij in meerdere of mindere mate beschadigd. In 1941 wordt Gouda door minstens 20 luchtaanvallen getroffen. De oorzaak hiervan is een door het Duitse leger geplaatst lichtbaken aan de zuidkant van Gouda.
De joden vermoord
Met de Duitse inval in mei 1940 breken ook voor de Joden in Gouda onzekere tijden aan. Dramatisch is het vanaf 1942 door de politie wegvoeren van de Joodse bevolking. Een enkeling lukte het om onder te duiken. Zelfs de bejaarde Joodse bewoners van het Centraal Tehuis aan de Oosthaven ontkomen niet aan deportatie. De synagoge wordt daarop in 1943 geplunderd. Na de oorlog keren slechts enkelen terug uit de concentratiekampen of onderduik. Tussen 1940 en 1945 zijn 390 Joodse stadsgenoten vermoord, op een totale Joodse bevolking van circa 500 personen in 1941. Driekwart van de Joods-Goudse bevolking, mannen, vrouwen en kinderen. In 1997 wordt aan de deur van het gebouw een plaquette onthuld. Het stelt het Goudse stadswapen voor met vijf in plaats van zes sterren; één is er gevallen als symbool voor het verlies van het Joodse deel van de Goudse bevolking.
Opkomend verzet
Naarmate de Duitsers meer greep op de samenleving krijgen, neemt het verzet in Nederland toe. In Gouda verloopt dat relatief geweldloos. Het accent ligt op de hulpverlening aan onderduikers. Tot eind 1942 zijn een paar kleine groepjes actief, die sporadisch tot daadwerkelijk verzet komen. In 1943 ontwikkelen zich twee grote verzetsgroepen: de Goudse afdeling van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en de Orde Dienst. De Orde Dienst verzamelt allerhande wapens die worden opgeslagen in diverse panden in de stad. Van vrijwel alle verzetsgroepen zijn leden betrokken bij de actieve illegale pers in Gouda. De redactie van het illegale blad ‘De Vrije Gedachte’ vindt onderdak in een lege grafkelder op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Graaf Florisweg.
Veranderende oorlog
Het verloop van de oorlog zelf en het Duitse beleid ten aanzien van de bezette gebieden hebben ook gevolgen voor Gouda. Behalve dat de Joden worden weggevoerd, worden ook steeds meer jonge mannen gedwongen om voor de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken. Vanaf maart 1942 wordt de dienstverplichting voor de Arbeitseinsatz ingesteld en een jaar later de gedwongen tewerkstelling in Duitsland.
Tussen Gouda en Moordrecht wordt gedurende 1943 een verdedigingslinie aangelegd, de Vordere Wasserstellung. De Duitsers zouden zich daar kunnen terugtrekken als de geallieerden door de Atlantikwall zouden breken. Voor deze linie werden grote delen van de polders ten westen van Gouda onderwater gezet. Hierdoor komt de voedselproductie in gevaar.
Ontberingen en bevrijding
In november 1944 wordt Gouda getroffen door een aantal zware bombardementen. De Nieuwe Gouwe Oostzijde wordt in februari zwaar getroffen door Amerikaanse bommen. De omgeving van het station heeft in november tweemaal te lijden van Engelse bommen. Het verlies aan mensenlevens is aanzienlijk. Zeker als op 26 november door twee afzwaaiers het Sint Josefziekenhuis geraakt wordt waarbij zestien Nederlandse en vijftien Duitse doden zijn te betreuren. Razzia’s en een ernstig tekort aan voedsel en brandstof maken het leven zwaar.
De oprukkende geallieerde troepen hebben de Duitsers in april bijna verslagen. Eind april volgen de voedseldroppingen in de Zuidplaspolder tussen Gouda en Moordrecht. Al eerder was het wittebrood van het Zweedse Rode Kruis, dat vanuit Albert Heijn aan de Markt onder de Gouwenaars wordt verdeeld beschikbaar. Volgens de jonge Jan Gouka smaakt het brood ‘hemels gewoon’, vooral geroosterd.
Op 5 mei 1945 ondertekenen de Duitsers de overgavedocumenten. James keert diezelfde dag terug op het stadhuis en wordt in zijn functie van burgemeester hersteld. Op de markt wordt al feest gevierd maar pas op 7 mei komen de eerste bevrijders Gouda binnen. ’s Avonds om 19.00 uur arriveren enkele vrachtauto’s van de RAF die op doorreis zijn naar Den Haag. Een dag later op 8 mei kunnen de Gouwenaars een contigent Canadezen verwelkomen. Gouda is vrij!
Tweede Wereldoorlog
Ook Gouda ontkomt niet aan de gevolgen van de Duitse bezetting, de oorlog laat ook hier de nodige sporen na.