Belgische vluchtelingen

Op 4 augustus 1914 vallen Duitse troepen België binnen. Daarmee begint de Eerste Wereldoorlog. Veel Belgen slaan op de vlucht: vooral vrouwen, kinderen en ouderen proberen een veilig heenkomen te vinden in Nederland. Binnen korte tijd steken meer dan een miljoen Belgische vluchtelingen de grens met Nederland over. Ze worden opgevangen in steden en dorpen door het hele land. Ongeveer 100.000 van hen blijven langere tijd in Nederland. Een deel van deze mensen komt in Gouda terecht.

Gouda en de regio rond 1914
Gouda is in het begin van de 20e eeuw een middelgrote stad met zo’n 23.000 inwoners. De stad is vooral bekend om haar kaas, kaarsen en pijpenindustrie. Daarnaast is Gouda een belangrijk centrum voor handel in de regio. Veel mensen werken er in fabrieken of in de handel. Ondanks de Nederlandse neutraliteit lijdt Gouda onder de economische gevolgen van de oorlog: er is schaarste aan voedsel, steenkool en grondstoffen. De stad ligt tussen grote steden als Rotterdam en Utrecht, en is goed bereikbaar per trein. Daardoor is Gouda een logische plek om vluchtelingen op te vangen.

De eerste Belgen in Gouda
Op 9 oktober 1914 komt de eerste groep Belgische vluchtelingen (ongeveer 150 mensen) per trein aan in Gouda. Veel inwoners komen kijken bij het station. Het aantal vluchtelingen groeit snel: op 1 november 1914 telt de stad al meer dan 1.400 Belgische bewoners. Zij worden tijdelijk ondergebracht bij mensen thuis, maar ook in bedrijfshallen en gebouwen als sociëteit ‘Ons Genoegen’, sociëteit ‘De Reünie’ en de concertzaal van de Katholieke Sociëteit. De vluchtelingen zijn vaak familieleden kwijtgeraakt tijden een chaotische vlucht. In de kranten verschijnen advertenties met oproepen.

Het Vluchtoord in een tuinderij
Veel vluchtelingen keren aan het einde van 1914 weer naar terug naar België. Maar niet iedereen vertrouwt dat het veilig is en een deel van de vluchtelingen blijft in Gouda. Een tuinderij aan de Graaf Florisweg wordt ingericht als vluchtelingenkamp voor 2.000 mensen. De verwarmde kassen worden omgebouwd tot slaapzalen, eetzaal en recreatiezalen. Later worden er ook houten gebouwen bij geplaatst voor onderwijs, medische zorg en religie. Daarnaast verrijzen er houten woningen, gebouwd als bouwpakket door de vluchtelingen onder leiding van ir. Oscar Baeyens. Na de oorlog kunnen de huizen meegenomen en opnieuw gebouwd worden in de verwoeste delen van Vlaanderen. In 1915 wonen er inderdaad bijna 2.000 Belgische vluchtelingen in het kamp. In 1917 zijn dat er nog ongeveer 1.150. Verder verblijven er nog honderden Belgen elders in de stad.

Dagelijks leven in het kamp
Het vluchtelingenkamp wordt geleid door een commandant, bijgestaan door leraren, verpleegsters en administratief personeel. Veel personeel wordt speciaal daarvoor uit België of uit de groep vluchtelingen geselecteerd, zoals onderwijzer Emiel de Bruyne. Door de vluchtelingen niet te veel te ‘vernederlandsen’, gelooft men dat de terugkeer makkelijker is. De Nederlandse politie en Belgische soldaten zorgen voor rust en orde. De vluchtelingen dragen zelf bij aan het onderhoud van het kamp: ze koken, maken schoon en verzorgen elkaar. Door sponsoring van de Society of Friends worden er werkplaatsen ingericht met tientallen naaimachines voor de vrouwen en timmerwerkplaatsen voor de mannen. Kinderen volgen onderwijs, vrouwen naaien en breien kleding, en mannen maken manden en speelgoed. De gemaakte producten worden verkocht. Er is ook een pastoor aanwezig voor de geestelijke verzorging. Verder is er ontspanning: muziek, toneel en sportbijeenkomsten.

Hulp uit de regio
In Nederland wordt onder toezicht van en met financiering van de overheid de hulp geconcentreerd en worden enkele van dit soort vluchtoorden ingericht, zoals in Uden en Amersfoort. Het vluchtoord Gouda is het enige dat op particulier en plaatselijk initiatief is ontstaan. Ook uit omliggende dorpen zoals Haastrecht, Waddinxveen, Moordrecht en Reeuwijk komt steun en ook daar worden vluchtelingen opgevangen. Lokale organisaties, zoals kerken en scholen, zamelen geld en goederen in. De solidariteit in de regio is in het begin groot.

Overlast
De gemeenteraad maakt zich wel zorgen over het gedrag van sommige vluchtelingen, vooral tijdens feesten en de kermis. Sommigen vrezen dat ze zich niet aan de normen houden en dreigen de kermis niet door te laten gaan. Ook zijn de Gouwenaars bang dat vluchtelingen werk wegkapen van Goudse werkelozen. Toch is lang niet iedereen het daarmee eens. Een petitie met 343 handtekeningen laat zien dat veel inwoners van Gouda de Belgen juist waarderen voor hun inzet en beleefdheid. Op hun beurt tonen de Belgen hun dankbaarheid. Nederlands personeel uit het kamp krijgt geschenken als houtsnijwerk en fotoalbums. In 1916 wordt een grote parade door de stad gehouden, waarbij de Belgen aan de stad een vaandel van het muziekkorps en een grote maquette van het vluchtoord schenken.

De oorlog eindigt
Op 11 november 1918 komt er een einde aan de oorlog. Bijna alle Belgische vluchtelingen keren terug naar hun land. Maar sommige Belgen vinden ook de liefde in Gouda en blijven. Daarnaast zijn er in de periode 1914-1918 160 Belgische vluchtelingen overleden in Gouda. Zij zijn bijna allemaal begraven op de Katholieke Begraafplaats aan de Graaf Florisweg. Een gedenksteen op de begraafplaats en een informatiebord op de plek van het vluchtoord herinneren nu nog aan die Belgische vluchtelingen.