De naam Korte Akkeren
Het gebied ten westen van de Turfsingelgracht is al voor 1140 ontgonnen, waarna het wordt gebruikt voor de landbouw. Langs de singel komen kleine percelen tuinbouwgrond, 'korte akkertjes', waar twee wegen door lopen: de Korte en de Lange Cortacken (tegenwoordig de Prins Hendrikstraat en de Bosweg). Hier wordt de latere wijk naar genoemd.
Begraafplaats
De Korte Akkeren begint niet als een levendige wijk. Vanaf 1829 is het in Nederland verboden om te begraven in kerken en moeten gemeenten een begraafplaats aanleggen buiten de bebouwde kom. Gouda kiest daarvoor een braakliggend terrein in de Korte Akkeren, waar in 1832 tijdens een choleraepidemie de Algemene Begraafplaats in gebruik wordt genomen. De laatste begrafenis vindt plaats in 1971. Tegenwoordig is de begraafplaats een gemeentelijk monument (Oude Begraafplaats, Prins Hendrikstraat 1).
Fabrieken steken als eerste de singel over
Halverwege de 19e eeuw doet de stoommachine haar intrede in Gouda. Bedrijven kopen één of meer van deze machines en willen uitbreiden, waarvoor in de overvolle binnenstad echter geen plaats is. Zij wijken dan uit naar de 'lege' Korte Akkeren. In 1858 vestigt de NV Stearine Kaarsenfabriek Gouda zich langs de Schielands Hoge Zeedijk, in 1861 volgt de Goudsche Machinale Garenspinnerij aan de Turfsingel. In de nabijheid worden voor hun arbeiders woningen gebouwd langs de Prins Hendrikstraat en een paar zijstraten. Deze huizen worden gebouwd op initiatief van bedrijven en particulieren. Van ruimtelijke ordening, met plannen, vergunningen en het stadsbestuur als regisseur, is geen sprake.
Woningbouw en meer
In 1901 treedt de Woningwet in werking. Gemeenten moeten elke tien jaar een plan van uitbreiding maken, waarin wordt aangegeven welke gronden bebouwd gaan worden. Nieuw zijn ook de bouwvergunning en de woonvergunning. En de wet geeft een impuls aan woningbouwverenigingen, waar Gouda er vier van krijgt: Het Volksbelang (1912), Sint Joseph (1918), Ons Ideaal (1919) en De Goede Woning (1920). Dan wordt de wijk langzaam volgebouwd. Er worden overigens niet alleen woningen gebouwd. In 1900 komt de eerste school, in 1932 de eerste kerk (de Sacramentskerk, in 1936 gevolgd door de Westerkerk), in 1938 het Juliana Rusthuis. Zo wordt de wijk zelfvoorzienend, ook omdat er op bijna elke straathoek een winkel is.
In de Tweede Wereldoorlog ligt de woningbouw stil omdat alle bouwmaterialen worden gevorderd door de Duitse bezetters. Omdat verwijzingen naar het koningshuis en het jodendom niet zijn toegestaan wordt tijdelijk de Koningin Wilhelminaweg veranderd in Surinamestraat, de Prinses Julianastraat in Curaçaostraat en de Da Costakade in Javakade.
Na de oorlog komt de bouw weer op gang en wordt de Korte Akkeren volgebouwd. Sluitstuk is de realisatie van het Weidebloemkwartier in de jaren '50.
Stadsvernieuwing en wijkontwikkeling
Eind jaren '60 van de vorige eeuw voldoen veel huizen niet meer aan de eisen van de moderne tijd. De periode van stadsvernieuwing breekt aan: huizen worden grondig gerenoveerd of zelfs afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Daardoor krijgen straten zoals de Herenstraat, de Walvisstraat en de Prins Hendrikstraat, een ander aanzien.
Begin 21e eeuw start een nieuw verbeteringsproject, de zogenaamde wijkontwikkeling. Daarbij gaat het niet alleen om het verbeteren van woningen, maar om het bevorderen van de algehele leefbaarheid van de hele wijk. Gebouwen krijgen zelfs een andere functie. De leegstaande Sacramentskerk wordt verbouwd tot een gezondheidscentrum, de gebouwen van Muroplast (een fabriek voor betonemaille) aan de Turfsingel maken plaats voor het appartementencomplex De Jonker en de Garenspinnerij wordt een cultuurhuis.
Arbeiders en migranten
De Korte Akkeren blijft lang een typische arbeiderswijk. In 1952 wordt bij verkiezingen voor de Tweede Kamer, 44 procent van de stemmen uitgebracht op de Partij van de Arbeid. Langzaam verandert de samenstelling van de wijk. In 2025 heeft meer dan 20 procent van de bewoners een migratieachtergrond waarbij mensen met Marokkaanse wortels de grootste groep vormen. Ook de politieke voorkeur wijzigt. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2025 krijgt de PVV de meeste stemmen, ruim twee keer zoveel als de nummer twee, de combinatie GroenLinks-PvdA.