Dirck Volckertszoon Coornhert is een vrijdenker die vanwege zijn ideeën steeds weer uit zijn woonplaats wordt verjaagd. In Gouda is hij echter welkom, want hij is een man naar het hart van de Goudse regenten. Als geen ander verdedigt hij het vrije denken in beeld, woord en geschrift. Hij woont nog maar twee jaar in Gouda, als hij op 29 oktober 1590 overlijdt in het pand aan de Oosthaven 17. Zodra de gereformeerden het voor het zeggen krijgen in de stad is het tot in de negentiende eeuw gedaan met de belangstelling voor deze vrijdenker. Na verloop van tijd sluit Gouda Coornhert echter opnieuw in haar hart.
Vrijheid van consciëntie
Gewetensdwang is voor Coornhert uit den boze. Zijn ideeën passen daarmee uitstekend bij de politieke koers van de stad sinds Erasmus. Gouda wil na het geweld van de inquisitie en de geuzen niets meer weten van strijd om geloofsovertuiging. De stad gruwt van het ter dood brengen van mensen louter omwille van hun geloof. Ook weigert het stadsbestuur de nieuwe (gereformeerde) kerk alleenheerschappij te geven. Coornhert en Gouda vinden elkaar. En de geleerde vindt een veilig onderdak in Gouda. Hij kan voortaan schrijven en laten drukken wat hij wil. Gouda vestigt met de komst van deze omstreden schrijver zijn reputatie als stad voor vrijdenkers. Coornhert reikt Gouda ook een motto aan dat de politieke beginselverklaring van de stad wordt: ‘vrijheid van consciëntie’ (vrijheid van geweten). Dit motto ontleent de stad aan een boek dat Coornhert in 1582 schrijft. Ook in Gouda gaat hij onvermoeibaar door met het schrijven van zijn pleidooien voor tolerantie. Hij bestrijdt de opvattingen van Justus Lipsius. Deze Leidse geleerde vindt dat elke overheid het recht heeft ketters te doden. De rust in het land zou ermee gediend zijn. Coornhert keert hij zich fel tegen die gedachte in zijn boek ’t Proces van het ketterdooden. Kort daarna sterft hij en wordt hij begraven in de Sint-Janskerk.
Erfenis
De Staten van Holland en de gereformeerde kerk willen Gouda dwingen tot volgzaamheid. Maar de stad hecht zeer aan haar zelfstandigheid. Zij wil zich geen andere koers laten opleggen, ook niet in kerkelijke zaken. Als de Staten van Holland in 1595 een glas-in-lood raam voor de Sint-Jan willen schenken wil het stadsbestuur een verbeelding van zijn motto. Het wordt een zegekar met daarop de Vrijheid van Consciëntie (twee godinnen), die de gewetensdwang (een liggende tiran) verplettert. Het glas komt bij de ingang en krijgt het rangnummer 1, om het belang ervan aan te geven. Het vrijheidsdenken werkt als een magneet voor denkers en boekdrukkers die elders vervolgd worden. Velen vestigen zich in de stad en kunnen daar hun ideeën ongehinderd uitdragen. Ook aanhangers van andere geloven, zoals katholieken, lutheranen en doopsgezinden, hebben niets te vrezen. In 1618 krijgen de gereformeerden met militaire hulp van stadhouder prins Maurits het voor het zeggen in de stad. Dan is het gedaan met de Goudse vrijheid en met de belangstelling voor Coornhert.
Eerherstel
Gouda sluit Coornhert in de loop van de negentiende eeuw weer in haar hart. De grafsteen krijgt een plek in de kerk, hoewel het een kopie is met foute overlijdensdatum. Ook bij de plaatsing van een herdenkingssteen aan de Oosthaven maakt men een pijnlijke fout. De steen wordt ten onrechte in het pand Oosthaven 51 aangebracht. Het blijkt dat Coornherts sterfhuis op een andere plek staat. In 1987 verhuist de steen daarom naar het pand op nummer 17, in de muur van sociëteit De Reünie. Verder noemt de stad een gymnasium en een straat naar de vrijdenkende geleerde. Zijn vijfhonderdste verjaardag in 2022 wordt uitgebreid gevierd met onder meer een tentoonstelling en een toneelstuk.