Jeugd
Erasmus wordt in 1469 geboren als het onwettige kind van de priester Gerrit Eliaszoon uit Rotterdam en Margareta Pietersdr. uit Zevenbergen. Zijn vader werkt enkele jaren in Italië als kopiist van boeken en wordt na terugkomst pastoor in Woerden. Over zijn moeder is verder weinig bekend, zeker was wel dat de ouders niet samenwoonden. Als Erasmus 7 jaar oud is, verhuist hij samen met zijn drie jaar oudere broer Pieter naar Gouda, waar zijn vader is aangesteld als vice-pastoor. Twee jaar volgt hij hier Latijnse les bij meester Pieter te Winckel. Op zijn negende jaar vertrekt hij samen met zijn broer naar Deventer om aan de Lebuïnusschool te gaan studeren. Ook volgen zij nog lessen in Utrecht en ’s-Hertogenbosch. Als hun ouders beiden aan de pest overlijden is er geen geld meer voor studie. Hun voogd, de eerdergenoemd meester Te Winckel, laat beide jongens intreden in een augustijner klooster. Pieter gaat naar klooster Sion bij Delft en Erasmus gaat in 1487 naar het klooster Stein bij Haastrecht.
Klooster
In het klooster verdiept Erasmus zich het liefst dag en nacht in de boeken. Het kloosterleven in stilte en met strenge vastenregels vindt hij maar niks. Wel bouwt hij met een aantal jonge (leerling-)monniken goede contacten op. In 1493 ziet Erasmus kans het kloosterleven te ontvluchten. Hij wordt secretaris van de bisschop van Kamerijk. Erasmus begint daarmee aan een loopbaan die hem op veel plaatsen in Europa brengt. Gouda en het klooster wil en zal hij nooit meer terugzien. Daarvoor zijn de jeugdherinneringen te pijnlijk. Priesterkinderen zijn immers levenslang uitgesloten van priesterwijdingen en kerkelijke ambten en mogen ook niet promoveren aan een universiteit. Het liefst dekt hij zijn ‘smuikgeboorte’ (deze term is van de achttiendeeeuwse Goudse stadshistoricus Walvis) daarom helemaal toe. De door hemzelf geschreven biografie bevat daarom verschillende onjuistheden. Erasmus gebruikt zelfs enige tijd een andere voornaam: ‘Desiderius’ ofwel ‘de gewenste’. Dat is een veelzeggende naam voor iemand die zich als kind eigenlijk niet gewenst voelde.
Ideeën
Op het moment dat Erasmus uit het klooster vlucht is de katholieke kerk nog een eenheid. De kritiek op de vele misstanden wordt echter steeds luider. Ook Erasmus keurt de hebzucht, het onzedelijke gedrag en de vriendjespolitiek van de geestelijkheid af. Op basis van bestudering en vertaling van de Bijbel en andere oude geschriften pleit hij voor een terugkeer naar een eenvoudig en oprecht christendom. Hij schrijft veel boeken. Als geleerd humanist reist hij door heel Europa en heeft hij veel aanzien bij andere geleerden in die tijd. Hij onderhoudt contact met hen door een zeer omvangrijke briefwisseling, zoals met zijn vriend en humanist Thomas More. Zijn bekendste boek is Lof der Zotheid, waarin hij kerkelijke en politieke machthebbers belachelijk maakt. Zijn kritiek gaat heel ver. Toch is hij tegen een breuk met de kerk. Luther en Calvijn verlaten de katholieke kerk, maar Erasmus wil haar van binnenuit veranderen. In 1536 sterft Erasmus in het Zwitserse Bazel. Op dat moment blijkt zijn eenheidsideaal door de vele kerkscheuringen al een illusie.