De grootste werkgevers
In 1853 besluit de directie van de Goudsche Aardappelmeel- en Siroopfabriek van het plantaardige stearine snel en goedkoop kaarsen te gaan maken. Zo kunnen de machines ook in de zomer draaien als er weinig aardappelen beschikbaar zijn. Er wordt vastgelegd dat na 5 jaar, in 1858, bekeken zal worden hoe dat loopt. In dat jaar besluit de directie dat het maken van kaarsen zo’n succes is, dat het bedrijf verder gaat als de NV Stearine Kaarsenfabriek. De kaarsenfabriek wordt een belangrijke en grote werkgever in Gouda. Omdat in het bestuur van de fabriek de belangrijkste ondernemers van Gouda plaatsnemen, fungeert het bedrijf als het hart van de Goudse industrie. Begin twintigste eeuw werken er circa 400 mensen.
Een tweede grote fabriek is de in 1861 opgerichte Goudse Machinale Garenspinnerij. Garen worden van oudsher met de hand gesponnen, maar door de mechanisatie van de garenspinnerij kan sneller en goedkoper garen worden geproduceerd. De fabriek is een groot succes. Bij de opening werken er al 100 mensen, wat later oploopt tot 400. Op een bevolkingsaantal van ongeveer 26.000 rond 1915 zijn dit flinke aantallen. Een derde grote Goudse bedrijfstak is de zeepindustrie. Op mechanische wijze wordt zeep van hoge kwaliteit gemaakt. Vooral stoomziederij De Hamer van Theodorus Viruly (1822-1902) is hier een belangrijk bedrijf.
Witter dan wit
Naast deze grote drie is er nog een groot aantal andere bedrijfstakken dat gaan mechaniseren. Belangrijk om hierbij te noemen zijn de blekerijen. Zij behoren tot de eerste industrieën die stoommachines gaan gebruiken. De combinatie van het schone water en de grote grasvelden buiten de singel, waarop kleding kan drogen, zorgt ervoor dat Gouda binnen de regio een belangrijk rol inneemt in het wassen en bleken van kleding. Door de industrialisatie kunnen de blekers al snel meer klanten bedienen. De nieuwe machines die gebruikt worden leveren wel een probleem op. Aan de ene kant gebruiken de blekers al vroeg veel stoommachines. Aan de andere kant klagen vooral de blekers bij het stadsbestuur over de vervuiling. Hun schone wasgoed wordt direct weer vies door de roet uit de schoorstenen. Uiteraard noemen ze bij deze klachten het liefst de namen van hun directe concurrenten!
Zorgen en kansen voor de gemeente
Mede dankzij de expertise van bedrijven als de in 1853 opgerichte ijzergieterij en reparatiewerkplaats Cosijn & Robbé neemt het aantal stoommachines in Gouda snel toe. In 1855 hebben drie fabrieken in totaal drie stoomwerktuigen in gebruik. In 1881 zijn dat al 49 fabrieken met 61 stoommachines. Aanvankelijk verwelkomt de gemeente de mechanisering, maar later leveren de stankoverlast, geluidsoverlast en vervuiling door die stoommachines de gemeente een hoop zorgen op. Ook de slechte en vaak gevaarlijke werkomstandigheden in de fabrieken zorgen voor problemen. Regelmatig branden er bedrijfspanden af. Toch zorgt de mechanisatie er ook voor dat de gemeente de levensstandaard op veel punten kan verbeteren. Zo kunnen huizen en fabrieken dankzij de eveneens in 1853 opgerichte gasfabriek voortaan met gaslicht in plaats van met kaarslicht worden verlicht. Hierdoor kan in de avond en nacht op grotere schaal doorgewerkt worden. Ook komt er op den duur een telefoonnetwerk (1897) en een elektriciteitsfabriek (1907).