Jacoba van Beieren

Als er één vrouw is die tot de verbeelding spreekt in de Nederlandse geschiedenis, dan is het Jacoba van Beieren. Zeker in Gouda. Ingehuldigd als gravin van Holland, moet ze uiteindelijk het hoofd buigen voor machtiger mannen.

Jacoba wordt kroonprinses
Jacoba van Beieren wordt geboren op 16 juli 1401 in Le Quesnoy, een kasteel in Henegouwen. Als enig kind van graaf Willem VI van Holland, Zeeland en Henegouwen, is zij de erfgename van een machtig rijk en dus een gewilde huwelijkspartij. Willem ziet kans haar al op vijfjarige leeftijd uit te huwelijken aan de negenjarige Franse prins Jan van Touraine.  In 1415 overlijdt Lodewijk, de oudere broer van Jan van Touraine. Jan is dan de kroonprins en Jacoba kroonprinses van Frankrijk. Maar in 1417 overlijdt ook Jan. Willem neemt het zekere voor het onzekere en laat alle steden in zijn gewesten beloven Jacoba na zijn dood als gravin te erkennen. Een jaar later overlijdt Willem inderdaad, aan de gevolgen van een hondenbeet.

Een eerste kaper op de kust: Jan van Beieren
Jacoba, zeventien jaar oud, wordt ingehuldigd als gravin. Maar haar oom, Jan van Beieren, eist als broer van de overleden graaf de graafschappen op [opmerking: dit zijn Zeeland en Holland? Noemen?]. De steden raken verdeeld en de Hoekse en Kabeljauwse Twisten laaien op. Om haar macht te versterken, trouwt Jacoba met haar twee jaar jongere neef hertog Jan IV van Brabant.  Alle betrokkenen zijn leden van het Bourgondische huis en hertog Jan zonder Vrees grijpt in. Hij beveelt een wapenstilstand en eist onderhandelingen. Philips de Goede, neef van Jacoba, bemiddelt tussen de partijen. In 1419 komt er een akkoord: de Zoen van Woudrichem, die echter ongunstig uitpakt voor Jacoba en Jan.

Op zoek naar nieuwe steun: een nieuwe echtgenoot
Vervolgens verpandt Jan van Brabant de graafschappen buiten medeweten van Jacoba voor twaalf jaar aan Jan van Beieren. Daarop verlaat Jacoba haar echtgenoot, reist in 1421 naar Engeland, vraagt dispensatie aan de paus en trouwt begin 1423 met de Engelse prins Humphrey van Gloucester. In 1425 overlijdt Jan van Beieren door gif op de bladzijden van zijn gebedenboek. De verwarring in Holland en Zeeland is groot. Want zij waren door Jan van Brabant verpand aan Jan van Beieren en keren nu dus weer terug in handen van de Brabantse hertog. En welk huwelijk moeten de steden erkennen: dat met Jan van Brabant of dat met Humphrey?

Een tweede kaper op de kust: Philips de Goede
Maar het wordt nog ingewikkelder. Philips de Goede erft een aantal steden – onder andere Woerden, Rotterdam en Dordrecht – direct van Jan van Beieren. Daarmee vechten er nu drie honden om een been: Jacoba, Jan van Brabant en Philips de Goede. Steeds meer steden beschouwen het huwelijk met Humphrey als onwettig en erkennen Jan van Brabant als hun nieuwe heer. Leiden, Amsterdam, Delft en Haarlem proberen Gouda over te halen naar hun kamp, maar het stadsbestuur wil niet kiezen: de inwoners zijn te verdeeld en er dreigt oproer. Door deze diplomatieke houding  ontsnapt Gouda aan een belegering. Schoonhoven niet. Die stad spreekt haar steun voor Jacoba uit en wordt langdurig belegerd. Intussen probeert Jan van Brabant met Bourgondische hulp Henegouwen te veroveren. Al snel moeten Jacoba en Humphrey capituleren. Humphrey gaat terug naar Engeland en Jacoba wordt door Philips in 1425 onder huisarrest geplaatst in Gent.

Een nieuwe poging van Jacoba
Nog datzelfde jaar ontsnapt ze, vermomd in mannenkleding, met hulp van Hoekse edelen. Ze bereikt het belegerde Schoonhoven, moedigt haar troepen aan en komt via Oudewater in Gouda aan. Daar neemt ze haar intrek in het kasteel en begint met beperkte middelen de strijd. Aanvankelijk zijn er kleine succesjes, zoals de bevrijding van Schoonhoven en – vooral dankzij de inzet van Goudse schutters – een overwinning op Kabeljauwse troepen bij de Gouwsluis bij Alphen. Maar de slag bij Brouwershaven in 1426, waar Humphrey met Engelse troepen hulp biedt, eindigt in een grote nederlaag.  Dan verklaart de paus in 1428 haar huwelijk met Humphrey van Gloucester definitief ongeldig en dat met Jan IV van Brabant, die inmiddels is overleden, juist wel geldig. Deze uitspraak vernietigt haar aanspraak op de graafschappen en legitimeert de claims van Philips. Met haar rug tegen de muur, zonder geld, zonder bondgenoten en met een ondermijnde rechtspositie, moet Jacoba de strijd opgeven. Op de valreep tekent ze een aantal voor Gouda gunstige oorkondes. Dan volgt op 3 juli 1428 het vredesverdrag, de 'Zoen van Delft'. In naam blijft ze gravin, maar de feitelijke macht over Holland, Zeeland en Henegouwen wordt overgedragen aan Philips. Bovendien mag ze alleen nog trouwen met zijn goedkeuring.

Een laatste stuiptrekking
Jacoba trekt zich gedwongen terug op Slot Teylingen. In 1432 trouwt ze in het geheim met Frank van Borssele, een Zeeuwse edelman. Filips reageert woedend, laat Frank gevangenzetten en dwingt Jacoba in 1433 om definitief afstand te doen van al haar rechten. Vanaf dat moment is de Bourgondische heerschappij over de Lage Landen onaangevochten. Jacoba slijt haar laatste jaren op Slot Teylingen, waar ze op 9 oktober 1436 overlijdt aan tuberculose, slechts 35 jaar oud.  Latere geschiedschrijvers oordelen zeer wisselend over Jacoba. De een ziet in haar een sterke vrouw met een eigen wil, de ander een speelbal in handen van machtige mannen. De discussie over deze bijzondere vrouw zal wel nooit verstommen.