Broederschap en gilden

Broederschappen en gilden speelden eeuwenlang een belangrijke rol in het religieuze, sociale en maatschappelijke leven van de Beerzen. Oorspronkelijk ontstaan uit kerkelijke broederschappen, ontwikkelden gilden zich tot organisaties die zowel de belangen van hun leden behartigden als zorgden voor bescherming, tradities en samenhang in de gemeenschap. In Oost-, West- en Middelbeers bestaan nog altijd gilden die deze eeuwenoude gebruiken in ere houden.

Kerkelijke broederschappen

Een broederschap, fraterniteit of confrérie is een kerkelijk goedgekeurde vereniging met een godsdienstig doel, bedoeld voor vrome leken in de Rooms-Katholieke Kerk. De oudste vermelding dateert uit 1115. Meestal waren broederschappen lokaal actief en verbonden aan een plaatselijke kerk of kapel.

In de 18e eeuw werden alle broederschappen opgeheven krachtens een keizerlijk edict in 1706. Tijdens de Franse tijd werden de rechten hersteld, maar veel broederschappen waren hun bezittingen kwijt of inmiddels opgeheven.

Uit broederschappen die verbonden waren aan bepaalde beroepsgroepen zijn de gilden voortgekomen. Deze dienden aanvankelijk een wereldlijk doel: de bescherming en instandhouding van het beroep. Daarnaast streefden ze ook religieuze doelstellingen na.

In de 21e eeuw bestaan er in Nederland nog maar enkele broederschappen, onder andere in Breda en Maastricht.

Gilden in de middeleeuwen

Vanaf de middeleeuwen sloten veel mensen zich aan bij een gilde, een beroepsvereniging. Voorbeelden zijn het bakkers-, mandenmakers- en barbiergilde. Niet iedereen kon lid worden: om toegelaten te worden moest men een meesterproef afleggen. Deze diende als bewijs van vakmanschap en sloot aan op de opleidingstrajecten van leerling en gezel.

Vanaf 1600 waren ook schutters- en handbooggilden actief. Zij dienden om de burgerij te beschermen bij een aanval, een soort burgerwacht. Daarnaast zorgden zij voor ordehandhaving en brandwacht.

Het gilde behartigde bovendien de belangen van de leden. Er bestond een gemeenschappelijke kas voor zieke leden – een vroege vorm van sociale zekerheid en daarmee eigenlijk een voorloper van de vakbond.

Gilden in Oost-, West- en Middelbeers

Sint-Jorisgilde Oostelbeers

Dit gilde bestaat al ruim 400 jaar. Het oudste gildeschild dateert uit 1600. Documenten uit de beginperiode gingen echter bij een brand verloren. Het bestuur bestaat uit een keizer, koning, hoofdman, raadsheer, secretaris, eerste en tweede deken en een rentmeester.

Sint-Sebastiaansgilde Westelbeers

Het oprichtingsjaar wordt op 1600 gesteld. Ook hier gingen oude documenten verloren bij brand. Het oudste koningsschild dateert eveneens uit 1600. Het gilde bezit een koperen koningskroon uit 1782 en een besluitenboek dat tevens dienstdoet als kasboek uit 1877. In een boekje uit 1898 staan de gildereglementen, onder andere over het koningsschieten en het begraven van gildebroeders.

Sint-Jorisgilde Middelbeers

De oorsprong ligt in de 17e eeuw. Het oudste koningsschild in bezit van dit gilde vermeldt het jaartal 1644. Als wapen voert men de kruisboog.

Gilde Onze Lieve Vrouw Westelbeers en Middelbeers

Dit gilde bestaat sinds 1503. Het leidde lange tijd een sluimerend bestaan, maar is enkele jaren geleden nieuw leven ingeblazen. Inmiddels beschikt men weer over een gildevaandel en een tamboeruitrusting.

Activiteiten

Een belangrijk aspect van de gilden zijn de uiteenlopende activiteiten. Tijdens de jaarlijkse gildedagen vinden wedstrijden plaats waarin gilden het tegen elkaar opnemen.

  • Kruisboog- en koningschieten: na drie opeenvolgende overwinningen wordt het koningschap omgezet in keizerschap. Dit blijft men de rest van het leven.
  • Bazuinblazen: samen met de tamboers laten de bazuinblazers luid horen dat “ons gilde” in aantocht is.
  • Vendelen: een oude traditie waarbij een kleurrijk en acrobatisch spel wordt uitgevoerd met een vaandel op een stok van 2,5 meter met een koperen bol als contragewicht. Er wordt gevendeld bij rouw, hulde of feestelijke gelegenheden.
  • Tamboeren: tamboers begeleiden het gilde met de traditionele gildetrom en geven het ritme aan voor de bazuinblazers en vendeliers.
  • Standaardrijden: een geoefende ruiter baant zich met een zware standaard in de hand zigzaggend een weg door de menigte. Zo maakt hij tijdens de optocht de weg vrij voor het standaardvaandel en het gilde rondom de koning.