De Beerzen in oorlogstijd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten de dorpen Oost-, West- en Middelbeers deel uit van een frontgebied waar de oorlog diep ingreep in het dagelijks leven.
De Beerzen werden bezet, gebombardeerd en uiteindelijk bevrijd, maar niet zonder offers. Van schijnvliegveld tot onderduikers, van moedige dorpsbestuurders tot verwoeste huizen — het verhaal van de Beerzen in oorlogstijd weerspiegelt de veerkracht van een gemeenschap die haar vrijheid verloor en weer terugvond.

In de vroege ochtend van vrijdag 10 mei 1940 begon Duitsland een grootschalige aanval op Nederland, België en Luxemburg. Ondanks de Nederlandse mobilisatie, die al in augustus 1939 was begonnen en waarvoor ook jongens uit de Beerzen werden opgeroepen, was de overmacht te groot. Op 15 mei 1940 tekende generaal Winkelman de capitulatie van Nederland.

Duitse inname van de Beerzen
Op 12 mei trok via de Langereijt een grote colonne Duitse soldaten, SS-eenheden en materieel Oostelbeers binnen. Behalve enkele versperringen, opgeblazen bruggen en een neergestort Frans vliegtuig vonden in de Beerzen zelf geen directe gevechtshandelingen plaats.
Bij Diessen werd wel weerstand geboden. Ter hoogte van de beek de Reusel vonden gevechten plaats tussen Franse soldaten en de Duitsers. Elf Fransen en drie Diessense burgers kwamen daarbij om het leven.

Het leven tijdens de bezetting

Schijnvliegveld
Direct na de capitulatie begon men met de aanleg van een schijnvliegveld bij Oostelbeers. In de buurt van de Hanenberg werd een compleet vliegveld nagebouwd, inclusief hangar, barakken, verlichting om een landingsbaan te suggereren en een spoorlijntje waarover een vliegtuig kon worden getrokken.
Aan de rand stond een uitkijktoren van de luchtbeschermingsdienst. Tijdens de bezetting vielen honderden bommen en luchtmijnen in dit gebied, waarvan een deel Duitse ladingen betrof die niet waren gelost.

Oefenschepen op de Landschotse Heide
In oktober 1940 werd de Landschotse Heide gevorderd en ingericht als oefenterrein voor de Duitse luchtmacht. Met aarden wallen werden contouren van schepen nagebootst, compleet met greppels en houten opbouwen als kajuiten. Onder de aanvliegroute bevond zich een bunker. De oefenbommen waren voorzien van buisjes fosfor om te controleren of het doel werd geraakt.
Ook in dit gebied werden meerdere malen luchttorpedo’s afgeworpen. De oefenschepen en een deel van de oefenbommen zijn op verschillende plaatsen nog terug te vinden.

Kamp Baarschot
Tijdens de oorlogsjaren werd het voormalige werkverschaffingskamp Baarschot in Westelbeers door de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) ingezet voor de arbeidsdienstplicht. Voordat kamp Westerbork in juli 1942 de functie kreeg van doorgangskamp naar de vernietigingskampen in Duitsland, Polen en Tsjechië, dienden deze NAD-kampen ook als testkampen voor Joden. Enige maanden werd ook kamp Baarschot op die manier gebruikt.
In 1941 en 1942 verbleven er enkele tientallen Joodse mannen te midden van niet-Joodse arbeiders.

Dagelijks leven in de Beerzen
Op verschillende plaatsen in de Beerzen zaten onderduikers, onder meer op de Huijgevoort bij Antoon Eltink en Piet Vennix, en in Westelbeers bij Miet en Janus van Kruisdijk. Binnen de kleine gemeenschap waren zij relatief veilig.
Vanaf 1943 ontstond in de steden steeds meer schaarste, waardoor voedseltochten naar de dorpen werden ondernomen. Ondanks de strenge registratie door de Duitsers wisten de inwoners soms extra graan te malen of zelf boter te maken. Toch oversteeg de vraag uiteindelijk het aanbod van voedsel.

Burgemeester in oorlogstijd
Bij het uitbreken van de oorlog was Jan Smulders burgemeester van Oost-, West- en Middelbeers. Op 23 juni 1927 had hij zijn vader in dit ambt opgevolgd. Zijn broers Piet en Sjef waren respectievelijk burgemeester van Someren en gemeenteambtenaar in Oirschot.
Op 20 juli 1942 werd Jan Smulders tevens benoemd tot waarnemend burgemeester van Vessem, Knegsel en Wintelre.
Samen met de burgemeesters van Oirschot en Veldhoven stond hij in nauw contact met niet-NSB-gezinde collega’s. Een deel van deze groep weigerde in 1944 gehoor te geven aan de Duitse oproep om arbeidskrachten te leveren voor de Wehrmacht in Zeeland.
Na meerdere waarschuwingen volgde op 5 juli een laatste telegram. De volgende dag meldden twaalf burgemeesters, onder wie Jan Smulders, zich bij het hoofdkwartier van de Beauftragte in Vught. Zij werden onmiddellijk uit hun functie gezet, gearresteerd en overgebracht naar kamp Vught.

In september 1944 werd Jan Smulders vanuit kamp Vught op transport gesteld naar concentratiekamp Sachsenhausen en tewerkgesteld in de Grosz Ziegelwerke ‘Klinker’.
Op 5 februari 1945 volgde een transport naar Buchenwald, dat toen zwaar overbevolkt was met 80.436 gevangenen. Vanwege de oprukkende geallieerde troepen volgde op 10 april een dodenmars richting Dachau, die Smulders niet zou overleven.
In oktober 1945 ontving de familie de officiële bevestiging van zijn overlijden.
Op 6 oktober werd in Middelbeers een solemnele requiemmis gehouden in de H. Willibrorduskerk. De aankondiging werd gedaan door zijn broer Sjef, die op 24 september 1944 was benoemd tot waarnemend burgemeester.
Op 16 april 1946 werd Truus Smulders-Beliën, zijn weduwe, benoemd tot eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland.

Bevrijding van de Beerzen
Op 21 september 1944 betrokken Duitse troepen stellingen in De Beerzen en maakten zich gereed voor de oprukkende geallieerde troepen. De Britse 71e infanteriebrigade had zich al richting het Wilhelminakanaal begeven en speelde een belangrijke rol bij de bevrijding van de dorpen.
De strijd was hevig: dagenlang lagen de Beerzen onder zwaar vuur. Veel bewoners verbleven in geïmproviseerde schuilkelders die lang niet altijd veilig bleken.
Op 23 september werden veel inwoners geëvacueerd naar Vessem en Wintelre. Op 3 oktober 1944 kwam het bericht dat de Duitsers zich hadden teruggetrokken uit Baest, Huijgevoort en Steenfort.

De schade in alle drie de kernen was groot. Boerderijen en woonhuizen waren afgebrand, 75% van de Doornboomstraat lag in puin, 15% van alle huizen en boerderijen moest worden gesloopt en ook de kerken waren zwaar beschadigd. Aan beide zijden van het front vielen vele slachtoffers en werden soldaten krijgsgevangen gemaakt.
Het puin van de afbraak werd gebruikt om 2.500 meter zandweg te verharden. Bij de wederopbouw werden 875.000 stenen hergebruikt. De molen van Van Himbergen werd niet meer opgebouwd.

Nagedachtenis
Ter nagedachtenis aan alle inwoners van Oirschot en Oost-, West- en Middelbeers die tijdens de bezetting door oorlogshandelingen omkwamen, werden op 30 oktober 1983 drie gedenkramen onthuld door de burgemeesters van Oirschot en Oost-, West- en Middelbeers in de kapel van de Heilige Eik. De namen van alle burgerslachtoffers kregen daar een blijvende plek.

Bronnen: