Molukkers in Gennep

Van woonoord Genapium tot Molukse wijk

Sinds 1951 wonen er Molukkers in Gennep. De eerste generatie Molukkers waren KNIL-militairen met hun gezinnen, die na aankomst in Nederland werden ondergebracht in woonoord Genapium. Tegenwoordig wonen de meeste Gennepse Molukkers in hun eigen wijk in de Vogelbuurt.

‘Even’ wordt ‘voor altijd’
In de eerste helft van 1951 kwamen 12.500 Molukkers van verschillende Molukse eilanden naar Nederland. Het waren allemaal soldaten van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen. Samen met de Nederlanders vochten zij tegen de Republiek Indonesië tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1946-1949). Na de souvereiniteitsoverdracht in 1949 stond de Indonesische regering niet toe dat de Molukse KNIL-soldaten terugkeerden naar Ambon, waar de Republiek der Zuid-Molukken oftewel de Republik Maluku Selatan (RMS) was uitgeroepen.

Elf passagiersschepen brachten de Molukse KNIL-soldaten en hun families van Ambon en Java, na een reis van een maand, naar Amsterdam of Rotterdam. In het naoorlogse Nederland was er grote woningnood en daarom werden de Molukkers verspreid over het hele land en ondergebracht in voormalige kampen en oude kloosters en kazernes, die werden ingericht als woonoord. De huisvesting was vaak gebrekkig en armoedig. Iedereen dacht in 1951 dat het verblijf in Nederland voor ‘even’ zou zijn, maar het liep anders.

De eerste Molukkers in Gennep
Een twintigtal gezinnen (90 personen) kwam naar Gennep. Een aantal van hen maakte de reis met ruim 1100 medereizigers (van wie de helft kinderen) op motorschip Skaubryn, een voormalige Zweedse vrachtboot die omgebouwd was tot passagiersschip. Anderen kwamen met de Roma, een vrachtschip uit 1910, dat in Italië was omgebouwd en tot de dag van vandaag nog vaart.

De commandant van de Skaubryn die verantwoordelijk was voor het transport schreef in zijn verslag: “Een schip als dit is niet geschikt voor vervoer van zoveel kinderen en vrouwen; alle werkzaamheden aan boord moeten door de passagiers geschieden, dus alle werkzaamheden of corveediensten moeten nu door de mannen verricht worden”.

Bij aankomst in Gennep werden de Molukkers in een leeg barakkenkamp gehuisvest in de wijk Genapium[1], waar eerder arbeiders voor de wederopbouw van Gennep woonden en werkten. De Molukkers werden verwelkomd door burgemeester en wethouders op het stadhuis en later bracht het Martinusgilde een vendelgroet in het kamp. De kinderen gingen naar de Goede Herderschool op het Europaplein.

Aanvankelijk mochten de bewoners het kamp niet verlaten en niet werken. Ze kregen als voormalige KNIL-militairen een uitkering en er was een centrale keuken, waar Nederlandse koks Nederlands eten voor hen kookten, dat door de Molukkers weinig werd gewaardeerd. Toen er meer Molukkers naar Gennep kwamen van andere tijdelijke kampen in Noord-Brabant en Limburg, mocht men ook eigen keukens inrichten.

In 1956 werd het zelfzorgstelsel ingevoerd en moest men zelf de kost verdienen. Dat gaf voor de meesten een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. De Molukkers werkten vooral bij de Pagefabriek tegenover het kamp en in fabrieken in Cuyk, waar ze met een busje heen werden gebracht.

Naar de Vogelbuurt
In 1959 werd het eerste kamp afgebroken omdat het niet geschikt was voor bewoning op langere termijn. Er werd een nieuw en groter barakkenkamp op dezelfde plaats gebouwd. Midden jaren 60 verhuisden de Molukkers naar woonwijk de Vogelbuurt met de belofte van de gemeente, het Rijk en de toenmalige woningbouwvereniging Steendal, dat dit hun eigen wijk zou zijn én blijven. Anno 2024 wonen er zo’n 400 Molukkers in de Molukse wijk en een onbekend aantal op andere plaatsen in de gemeente. Inmiddels zijn velen van hen met een Nederlandse partner getrouwd. Bekende Molukse namen zijn Lekatompessy, Wattimena, Matauseja, Hutuely, Pattinasarany.

De Molukse gemeenschap is de enige bevolkingsgroep in Nederland met eigen wijken. De wijk heeft een wijkraad, kerk en clubhuis en is het verbindende element voor families en tradities en een belangrijke ontmoetingsplaats. Daarnaast is de Molukse gemeenschap deel van de Gennepse samenleving, op scholen, in zakelijk en dagelijks leven en vooral in het verenigingsleven: sport, fanfares, koren, toneel, carnavals- en andere verenigingen.

Pais en Vree?
De hoop op terugkeer naar Ambon is inmiddels vervlogen. De onderhandelingen van de Nederlandse regering met Indonesië in de jaren 60 mislukten en de Molukkers voelden zich in de steek gelaten. Daarop volgden harde acties door jonge Molukkers, waarvan de treinkapingen in 1975 en 1977 het bekendst zijn. Sindsdien heeft men de focus gelegd op een goede toekomst voor de volgende generaties in Nederland met scholing en werk. De Nederlandse regering steunt dit streven vanaf de jaren ’80 met subsidies voor educatie en behoud van het Moluks immaterieel erfgoed in Nederland.

Molukse eregraven
Het college van B en W van Gennep heeft in 2021 de graven van oud-KNIL-militairen en hun partners op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst als eerbetoon aan deze mensen, die hun plicht deden voor Nederland. Het zijn 18 graven op de openbare begraafplaats van Gennep en 16 op de protestantse begraafplaats. Sinds 1 januari 2024 is aan deze graven in heel Nederland de eeuwige grafrust toegekend.

“Molukkers (h)erkennen elkaar”
De Molukkers in Gennep hebben veel contacten met Molukkers elders in Nederland ofwel sahabat en masohi: vriendschap en samenwerking. Zo is daar het Pela-schap: het verbond tussen één of meer Molukse dorpen, gemeenschappen of wijken, waarbij men elkaar ziet als bloedverwanten. Bij avondwakes, feesten, herdenkingen en Indische markten zoekt men elkaar op. Er worden daarvoor geen kaarten of uitnodigingen gestuurd, de mededeling gaat van mond tot mond.

“Die horen, die komen” is de slogan voor de avondwake bij een sterfgeval. Een dag van afscheid is een dag voor de hele gemeenschap in Gennep en voor allen uit andere Molukse wijken in Nederland. Bij het afscheid hoort een uitgebreide maaltijd. Er wordt een kookploeg gevormd: vrouwen doen boodschappen en koken, mannen zetten een tent op en maken zalen gereed.

Godsdienst, muziek en ontmoeting
Molukkers zijn gelovige mensen; de meeste in Gennep zijn protestant en lid van één van de drie lokale Molukse kerkgenootschappen. De grootste gemeente is de Molukse Evangelische Kerk met een eigen kerkgebouw aan de Puttershof, genaamd Immanuel oftewel ‘God met ons’. De kerkdiensten zijn feestelijk met muziek door het kerkkoor Rehoboth, de vocalgroup Immanuel en een fluitorkest; vaak is er daarna gezamenlijk koffiedrinken of een gezamenlijke maaltijd in het wijkgebouw Tjenke Muda. De andere kerkgenootschappen zijn Noodgemeente Protestant Maluku di Belanda en de Noodgemeente Protestant Maluku di Belanda maart53.

Muziek is heel belangrijk. Bij elke viering of gelegenheid in Gennep zijn Molukse zanggroepen (mannenkoor, vrouwenkoor, kinderkoor), kleine orkestjes met bamboefluiten en trommels, orgel, piano of keyboard aanwezig. Vaak dragen de vrouwen dan ook hun traditionele kledij.

Naast de kerkgenootschappen zijn er diverse verenigingen zoals de ouderenopvang Sagiso (vernoemd naar een witte orchidee), een jeugdvereniging, de Molukse Christen Vrouwenvereniging PIKIM (Perkumpulan Ibu Kristen Indjili Maluku) en een Molukse voetbalvereniging die met voetbalclub Vitesse is samengegaan. Molukkers vieren carnaval met andere Gennepenaren; drie van hen waren prins carnaval in de afgelopen jaren.

Viering en herdenking
Op 25 april 1950 werd op Ambon de RMS uitgeroepen: een republiek die onafhankelijk van Indonesië zou zijn, maar het tot vandaag niet is. Deze dag wordt jaarlijks door de Molukkers in Gennep gevierd met een kerkdienst op de avond van 24 april en een processie met Molukse vlaggen naar het herdenkingsmonument op 25 april. Daar is muziek, één minuut stilte, het Molukse volkslied en een danklied. Daarna is er een gezamenlijk ontbijt.

Op 15 mei is er in Gennep de Pattimura-walk (een wandeling) op Pattimuradag, de dag waarop vrijheidsstrijder Thomas Matulessy, bijgenaamd Pattimura, in 1817 ter dood gebracht werd door de Nederlandse overheersers in Indonesië. Dan hangt in de vlag halfstok in de Molukse wijk.

[1] De naam Genapium is een oude Keltisch/Romeinse naam voor Gennep, die duidt op een plaats tussen twee rivieren. [LINK naar venster 3]

Vensterauteur: Mieke Hoogkamp-Korstanje en Seth Wattimena