Gennep bezet
Terwijl de Duitse trein Gennep passeert, vliegen er ook laag overvliegende Duitse vliegtuigen richting het westen. Ondertussen is er allerlei Duitse activiteit rond het station van Gennep en bij de spoorbrug over de Maas, die het Nederlandse leger niet op tijd heeft weten op te blazen. Wel is de veerpont tussen Gennep en Oeffelt tot zinken gebracht.
De Duitse troepen leggen planken tussen de rails van de spoorbrug over de Maas, zodat de 256. Infanterie-Division snel de brug kan passeren. Een dag later kan ook de 9. Panzer-Division via een in allerijl aangelegde pontonbrug haar weg verder door Nederland vervolgen.
De bezetting
Hoewel de Joodse bevolking het hardst is getroffen door de Duitse bezetting, gaat ook de niet-Joodse bevolking de gevolgen van de bezetting te steeds meer voelen. Zo krijgt iedere Nederlander in 1941 een persoonsbewijs, dat men verplicht bij zich moet dragen. De persvrijheid verdwijnt, er wordt een avondklok ingesteld en ramen moeten worden verduisterd.
De bezetter gaat gaandeweg steeds meer over tot brute intimidatie en een intensieve jacht op het verzet. Daarnaast ontstaat er een steeds groter tekort aan allerlei dagelijkse levensmiddelen. Bonkaarten werden ingevoerd; niet alleen vanwege de tekorten maar ook om te voorkomen dat onderduikers, die geen controlezegel op de vervalste stamkaart konden halen, voedsel kunnen kopen.
De situatie verergert steeds meer. Er ontstaat een tekort aan bijna alles, zodat er allerlei surrogaatproducten worden geïntroduceerd: tabak van appel- tot bietenblad, kleizeep, zinken muntgeld, kartonnen en papieren schoenen, en de houtgenerator op auto’s. In februari 1943 worden alle Gennepse kerkklokken door de bezetter in beslag genomen om te worden omgesmolten tot kanonnen en munitie. En vanaf mei 1943 worden Gennepse mannen gedwongen om in Duitse fabrieken te werken.
De lange weg naar de bevrijding
Hoewel de geallieerden op 6 juni 1944, D-day, landden op de stranden van Normandië met als doel Europa te bevrijden, moest Gennep nog acht maanden wachten, voordat de bevrijding gevierd kon worden.
Toch zag het er al veel eerder hoopvol uit. Op 4 september 1944, Dolle Dinsdag, ontvluchtten de Duitse troepen Gennep al richting Duitsland, samen met verschillende NSB'ers. Maar enkele dagen later keerden zij weer terug. Meerdere Gennepenaren moesten onder dwang werken voor Organisation Todt[1]. Voor elke man konden ook twee vrouwen tussen de 16 en 60 jaar worden opgepakt en ingezet. Het straatbeeld in Gennep was verlaten.
Op 17 september 1944 landden enkele zweefvliegtuigen van het 325th Glider Infantry Regiment bij de Aaldonk. Ze zagen de molen van Ottersum aan voor de Zuidmolen van Groesbeek, dat het punt was waar de gliderpiloten zich op moesten oriënteren om te landen. Er heerste bittere teleurstelling in Gennep toen de bewoners merkten, dat de Amerikaanse soldaten niet richting Gennep, maar richting Groesbeek trokken.
Op 26 september 1944 vielen de geallieerde strijdkrachten met vliegtuigen het station van Gennep aan, evenals de werkplaats van de Maas-Buurtspoorweg en de Page-papierfabriek. Hierbij kwamen Fons Keijsers, mevrouw M. Halmans-Slangen en oud-gemeentesecretaris W. Ardts om het leven. Bij een aanval op de markt, waar enkele Duitse voertuigen voor hotel De Kroon stonden, werd het hotel zwaar beschadigd. Op dezelfde dag werd Pierre Verhasselt door de Grüne Polizei opgepakt omdat hij in de etalage van zijn zaak een portret van koningin Wilhelmina, versierd met een Nederlandse vlag, had neergezet. Hij werd meegenomen naar Goch en na een kort proces schuldig bevonden en gedeporteerd. Hij overleed op 12 maart 1945 in concentratiekamp Buchenwald.
Tijdens de mis op zondag 15 oktober – kermiszondag in Gennep – dwongen de Duitsers de deken het bericht voor te lezen, dat Gennep moest evacueren. Diezelfde dag moesten alle inwoners westelijk van de Zandstraat en Spoorstraat al vertrekken. Op de maandag erna werd de rest van Gennep geëvacueerd.
Via Hommersum trokken de mensen met de bezittingen die ze konden dragen naar Goch, om vervolgens via de Achterhoek weer Nederland binnen te komen. Heijen had op 12 oktober al dit bericht ontvangen en Milsbeek moest op 19 oktober evacueren. De Panovens moesten op 20 oktober vertrekken en iedereen moest op zaterdag 21 oktober weg zijn. Vanaf dat moment waren Gennep en zijn omliggende dorpen uitgestorven, op de inwoners van het sanatorium na, die pas in december werden geëvacueerd.
Eindelijk bevrijd
In januari 1945 had veldmaarschalk Montgomery een nieuw plan bedacht om zijn troepen over de Rijn te brengen: Operatie Veritable. De 51st (Highland) Infantry Division kreeg bij deze operatie de opdracht om het gebied tussen het Reichswald en de Maas – inclusief Gennep – te bevrijden.
Na een grote openingsaanval door de artillerie op 8 februari 1945 vielen de Schotse troepen aan in de richting van het Reichswald achter De Diepen. De volgende dag gingen ze richting Milsbeek, en werd het gebied tussen Molenhoek en Milsbeek bevrijd. Op 10 februari bereikten ze de Niersbrug, die echter voor hun neus werd opgeblazen. In de daaropvolgende uren trokken ze via de Maaskemp richting Gennep om op 11 februari de aanval op Gennep te openen. Aan het einde van de dag op 12 februari was Gennep bevrijd van de Duitse bezetter.
Rond 25 april 1945 keerden de eerste Gennepenaren terug naar hun zwaar verwoeste stad en kon de wederopbouw beginnen. Op 5 mei 1945 gaf het Duitse leger zich over en was Nederland bevrijd.
[1] Deze organisatie deed eerst vooral civiel werk, maar werd vanaf 1936 steeds meer actief op het gebied van militaire werken zoals loopgraven en tankgrachten.
Vensterauteur: Roel Dekkers