Luisteren naar fluisteren

Geschiedenis van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

Toen de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid in het voorjaar van 1945 terugkeerden na de bevrijding van Gennep troffen zij hun klooster deels vernield aan. In wat nog overeind stond verbleven Engelse militairen. Het kleine groepje teruggekeerde zusters ging noodgedwongen wonen in het nog overeind staande tuinhuis. Toen de laatste militairen waren vertrokken kon het puinruimen en herstellen van klooster Maria Roepaan beginnen.

Maria Roepaan
Geholpen door inwoners van Ottersum staken de zusters de handen flink uit de mouwen. Een aannemer trof de eerste bouwkundige voorzieningen en in 1949 konden de zusters het uitgeleefde gebouw weer betrekken. De vraag was ‘hoe nu verder?’

De zusters zullen het moment dat dokter Veraart zich bij hen meldde ongetwijfeld hebben gezien als goddelijk ingrijpen. Dr. Veraart was directeur van de psychiatrische instelling St. Anna in Venray, waar zijn collega’s en hijzelf zich inzetten voor de opvang van kinderen met een verstandelijke beperking. Na de oorlog nam de zorgvraag voor deze doelgroep toe. In de vaak grote gezinnen was de zorg voor een kind met een beperking een zware taak. Veraart vroeg de zusters in Ottersum of hun klooster beschikbaar kon komen voor de zorg voor deze kinderen. Dat paste uitstekend bij de doelstelling van de congregatie: ‘hulp bieden aan naasten’. De zusters zeiden ja en op 21 augustus 1951 arriveerden de eerste kinderen op Maria Roepaan.

Wetenschappelijk onderzoek
Waar Maria Roepaan zich in onderscheidde van andere instellingen in Nederland was het wetenschappelijk onderzoek, dat in de instelling werd verricht. Dat gebeurde, in samenwerking met academische instellingen in den lande, nog tot eind jaren negentig van de vorige eeuw. Zo had Maria Roepaan als eerste en enige instelling een cytogenetisch laboratorium. Hier werd volop chromosomenonderzoek verricht. Ook was het de eerste instelling die psychologen in dienst nam.

Eén van de zaken waar onderzoek naar werd gedaan was de oorzaak van een verstandelijke beperking. Hiervoor werden de hersenen van overleden bewoners onderzocht. Een belangrijke algemene conclusie uit deze onderzoeken was dat er iets mis was gegaan in de ontwikkeling van hersenen. Voor veel moeders was deze uitkomst een enorme opluchting, omdat zuurstofgebruik tijdens de geboorte voordien vaak als oorzaak van de verstandelijke beperking werd aangewezen. Logischerwijs zorgde dat bij veel moeders tot een stil knagend schuldgevoel.

St. Augustinusstichting
De start van Maria Roepaan op 21 augustus 1951 was het begin van een rijke geschiedenis van zorg voor mensen met een verstandelijke beperking in de gemeente Gennep. (In die tijd was Ottersum overigens nog een zelfstandige gemeente.) In 1958 startte in Gennep de St. Augustinusstichting een internaat voor ‘zwakzinnige jongens’. Die jongens kwamen grotendeels vanuit Maria Roepaan naar de Augustinusstichting, omdat ze vanaf hun puberjaren niet langer onder de hoede van de zusters in Ottersum konden blijven.

Het voormalige sanatorium aan de Heijenseweg fungeerde als eerste woonhuis ‘voor jongens en mannen die wegens hun imbecillitas[1] internaatsopvoeding en/of verpleging nodig hebben’, zoals de oprichtingsakte vermeldt. Op 1 december 1957 arriveerden de eerste zes jongens in het ‘Rieten Dak’. In januari 1958 woonden er al dertig. De eerste jaren waren moeizaam en moeilijk maar geleidelijk groeide het internaat. Dat gebeurde overigens ook in Ottersum. Daar werd vanaf begin jaren 70 aan de Siebengewaldseweg een nieuwe instelling gebouwd. Die instelling behield de naam Maria Roepaan, maar kreeg aan de Siebengewaldseweg een nieuwe en moderne behuizing voor de bewoners van het oude klooster. De St. Augustinusstichting breidde ook uit, aan de andere kant van de Heijenseweg en aan de Stiemensweg.

Onderwijs en werkverschaffing
Al snel volgden een school en een ‘werkplaats’ om de jongens enig onderwijs en een zinvolle dagbesteding te geven. De huidige school voor speciaal onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs Mikado is de opvolger van deze school, die op 7 augustus 1959 haar deuren opende als de Augustinusschool.

In 1960 volgde de werkplaats die begon als een werkklas voor de oudere jongens die niet meer naar school hoefden. Dat klasje groeide uit tot een kleine werkplaats waar dankzij contacten met het bedrijfsleven eenvoudige montagewerkzaamheden werden verricht. Op 21 december 1961 werd de Streekwerkplaats Gennep formeel opgericht. Op 22 december 1993 veranderde die naam in INTOS en werd het een zelfstandig bedrijf. INTOS staat voor INdustriële TOelevering en Service en is nu het arbeidsontwikkelingsbedrijf voor de regio Noord-Limburg.

Een nieuwe toekomst
Begin jaren tachtig vond een visieverandering plaats in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, die inmiddels ook niet meer ‘zwakzinnig’ werden genoemd. Zoveel mogelijk meedoen aan de samenleving was het devies op beide instellingen. In de vroege jaren tachtig verrezen in de gemeente de eerste sociowoningen: gewone woonhuizen in wijken waar mensen met een verstandelijke beperking woonden tussen hun Gennepse medeburgers. Het was de opmaat naar een toenemende vermaatschappelijking of inburgering van mensen met een beperking in de maatschappij. De gesloten instellingsterreinen, die overigens letterlijk nooit echt gesloten waren, richtten hun blik op de omringende samenleving.

Onder invloed van veranderende visies groeiden Maria Roepaan en St. Augustinus steeds dichter naar elkaar toe. In 1997 resulteerde dit in de nieuwe gefuseerde organisatie Saamvliet. Ook met andere collega-instellingen werd samenwerking gezocht. Dat leidde in 1999 tot een fusie met de semimurale instelling WODAGG uit Uden en de intramurale instelling De Binckhof uit Velp/Grave. De niet heel creatieve werknaam van de nieuwe organisatie werd BSW. In 2000 ontstond hieruit Vizier. Toen Vizier in 2006 fuseerde met De Wendel ontstond de huidige zorginstelling Dichterbij.

Het hoofdkantoor van Dichterbij is nog altijd in Gennep gevestigd. Daarmee wordt de historische band met Gennep onderstreept. Behalve vele woonlocaties in de gemeente Gennep kent de organisatie inmiddels ook ruim 900 woon- en zorglocaties in een wijde regio tussen grofweg de driehoek Nijmegen - ’s-Hertogenbosch - Venlo.

Sanatoria
Maria Roepaan en de St. Augustinusstichting zijn niet de enige instellingen voor gezondheidszorg die Gennep heeft gekend. In een grijs verleden waren in Gennep maar liefst twee sanatoria gevestigd: Maria Oord en Zonlichtheide. Deze sanatoria werden nog voorafgegaan door de St. Rochusstichting, die vanaf 1909 TBC-patiënten behandelde.

Om het groeiend aantal patiënten te kunnen verplegen, werd na enkele jaren sanatorium Maria Oord opgericht, waar overigens alleen maar Rooms-Katholieke vrouwen mochten worden verpleegd. In 1931 volgde sanatorium Zonlichtheide, waar patiënten die Maria Oord mochten verlaten werden voorbereid op een terugkeer naar huis. De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan de bloeitijd van deze Gennepse sanatoria.

Sporen nalaten
De bijzondere connectie van Gennep met zorg in algemene zin en specifiek de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking komt tot uiting in het kunstproject ‘Sporen nalaten’ dat in 2014 werd gerealiseerd. Op acht plekken in de gemeente staan kunstwerken uit Cortenstaal die de beschouwer herinneren aan het verleden, maar ook aan de band die er nog steeds is met mensen die onze zorg en aandacht wat extra nodig hebben.

Op een aantal van deze kunstwerken is het citaat ‘Luisteren naar fluisteren’ gegrift. Dit citaat verwijst naar de kunst van het zorgpersoneel om te luisteren naar hen die niet altijd in gesproken woord hun gevoelens en gedachten kunnen uiten. Zij moeten dat doen met mimiek en gebaren, soms heel miniem. In de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is het zaak om dat ‘fluisteren’, soms zelfs het onuitgesprokene, toch te kunnen verstaan.

Vensterauteur: Karel Bruinsma