Een uitstapje naar Zelder
Het verhaal wil dat rond 1434, waarschijnlijk in het voorjaar, Maria van Bourgondië hertogin van Kleef, met een paar hofdames naar Zelder reed. Waarschijnlijk om daar een vriendin te bezoeken die in dit gehucht bij ’t Ven in de heerlijkheid Gennep woonde. Zelder was namelijk eigendom van de adellijke familie Van Wachtendonck, die veel internationale contacten had en belangrijke functies in het hertogdom Kleef vervulde. De Van Wachtendoncks waren kind aan huis bij de hertogen van Kleef.
De wegen waren die dag nog modderig na een lange strenge winter. In april en begin mei vroor het nog hard, sneeuwde het zelfs en met de invallende dooi daarna waren wegen slecht begaanbaar. Tegen de avond, op de terugweg bij het toenmalige Vense kerkhof, brak de as van de koets van de hertogin. De plek van het ongeluk was eenzaam en de duisternis viel snel in. De hertogin en haar gezelschapsdames riepen om hulp, maar er was niemand in de buurt. In uiterste wanhoop bad de hertogin toen tot haar favoriete heilige St. Antonius Abt, beschermer tegen onheil en ziekten. Plotseling snelden van verschillende kanten mannen te hulp, die de dames uit hun benarde situatie bevrijdden.
Uit dankbaarheid liet de hertogin op de plek van het ongeluk in Ven een kapel bouwen en wijden aan St. Antonius Abt. Daarnaast stichtte zij een fonds, waaruit de kapelaan van Ottersum betaald werd om wekelijks in deze kapel een mis op te dragen. Op het kerkhof in ‘t Ven liet zij zoveel eikenbomen planten als zij levensjaren telde. Als de bomen na enkele eeuwen volgroeid zouden zijn en de kapel versleten, dan zou uit de opbrengst van het eikenhout een nieuwe kapel gebouwd kunnen worden. Echter, toen in 1867 de kerktoren van de Johannes de Doperkerk in Ottersum gerestaureerd moest worden, zijn de eiken gekapt en voor dat doel gebruikt.
Dat de kapel nog steeds bestaat is te danken aan het feit dat zij inmiddels meermaals is gerestaureerd: in 1750, in 1860 en in 1944 als gevolg van de oorlogshandelingen rond operatie Market Garden. In 1860 is de kapel bovendien uitgebreid tot de tegenwoordige grootte. Daarnaast heeft Gradus van de Loo, een rijke boer in Ottersum, een belangrijk rol gespeeld: toen Napoleon veel kerkelijke bezittingen en onroerend goed, waaronder kapellen, confisqueerde om zijn oorlogen te financieren, wilde Van de Loo niet het risico lopen, dat de Antonius Abt kapel in ‘t Ven ook aan de Franse Staat zou vervallen. Daarom kocht hij de kapel. Nadat de Franse generaal in 1815 zijn Waterloo had gevonden, gaf hij de kapel weer terug aan het dorp. De kapel is tegenwoordig een rijksmonument, is dagelijks open voor bezoek en is sinds 2023 de officiële parochiekerk van Ven-Zelderheide.
Barre tijden
Het was niet zo verstandig van de hertogin om zo vroeg in het voorjaar uit rijden te gaan. Dan zorgden smeltwater en regen in het Niersdal voor onbegaanbare wegen. In het begin van de 15e eeuw was het klimaat in Europa veranderd: de zogenaamde Kleine IJstijd was aangebroken. Die duurde tot in het begin van de 19e eeuw. ’s Zomers werd het maximaal 17o Celsius en strenge winters duurden van november tot april. Het stormde en sneeuwde vaak en bijna elk jaar waren de Rijn, Maas en Niers over honderden kilometers bevroren. De scheepvaart op de Maas lag dan stil, evenals het vervoer over de Niers naar het achterland.
Dat betekende voor het tol- en handelsstadje Gennep, dat in de winter en het voorjaar een groot deel van de handel stil lag en er geen tolinkomsten waren. De route naar het achterland over de Niers was slechts mogelijk over het ijs. De papiermolen aan de Niers bij Gennep kon niet werken door de ijsgang. Al met al veel verlies van inkomsten en grote armoede tot gevolg.
In diezelfde tijd woedde in Europa nog steeds de 100-jarige oorlog (1337-1453) tussen Engeland en Frankrijk, waarbij regelmatig buurlanden zoals het hertogdom Kleef werden betrokken. Plundering, armoede en ronselen van soldaten waren heel gewoon. Daarnaast was er de angst voor pest. Die werd sinds 1345 met kooplieden langs handelsroutes en met soldaten van rondtrekkende legers in Europa verspreid. In 1432 brak de pest uit in het hertogdom Kleef en daarna waren er steeds kleine epidemietjes in deze contreien. Eén van de slachtoffers in 1438 was Jan II van Loon, graaf van Gennep, gouverneur van Limburg en weduwnaar van Margaretha van Gennep, die al in 1419 was overleden.
Zelderse Driessen
De buurtschap Zelder, waar Maria van Bourgondië een bezoek aan bracht, ligt in de Zelderse Driessen, een groot natuurgebied langs de Niers dat rond 1100 eigendom was van de Heren van Gennep. De naam Zelderse Driessen komt van ‘dries’, een akker die als weide wordt gebruikt. De naam ‘Zelder’ is afgeleid van ‘sellaar’. Een 'laar' is een hooggelegen plek met bomen en 'sel' is een bocht in de rivier, in dit geval de Niers. De Zelderse Driessen is dus een hooggelegen gebied met bomen langs de Niers, dat wordt gebruikt als weidegrond.
In Zelder staan nu nog enkele boerenhoeven en een kapel uit 1594, gebouwd door de familie Van Wachtendonck ter gelegenheid van het huwelijk van hun zoon Johan Wilhelm, baljuw (rechterlijk ambtenaar) van Cranenburg, met Raba van Pallandt. Raba was geboren in Gennep, waar haar vader drost (officier van justitie) was.
De dochter van Johan Wilhelm en Raba, Elisabeth Sophie (een directe voorouder van koning Willem-Alexander), werd protestants opgevoed en erfde de Zelderse kapel in 1635. Zij stelde die ter beschikking aan de protestantse gemeente in Gennep, totdat die in 1663 een eigen kerk kreeg. De protestanten liepen of reden langs de Niers naar de kapel en luisterden naar de preken van de predikanten Henricus Stulenius, Samuel Neomagus en Johannes Engelen. De laatste heeft daar 13 jaar de diensten geleid en vijf van zijn kinderen in de kapel gedoopt. Daaronder waren Egidius, die hem opvolgde als predikant in Gennep in 1677 en Jacobus, de latere burgemeester van Gennep.
In de 18e eeuw en daarna werd de Zelderse kapel gebruikt als paardenstal, bakhuis voor de boeren uit de omgeving en houtschuur. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd ze met de omliggende gronden verkocht en gerestaureerd. De kapel wordt nu als bedrijfsruimte gebruikt.
Vensterauteur: Mieke Hoogkamp-Korstanje