Gennep, knooppunt van wegen
Nadat de Romeinse legeraanvoerder Julius Caesar onze streken in de jaren 50 voor Christus onder Romeinse heerschappij had gebracht, begon keizer Augustus vanaf 18 voor Christus met de aanleg van een groot wegennetwerk. Vanuit Lyon werd in een tijdbestek van enkele tientallen jaren een wegennet aangelegd tot in het zuiden van ons land. Dit wegennet was in de eerste plaats voor het leger bedoeld en zou meer dan vier eeuwen in stand blijven.
In de buurt van Gennep zijn twee Romeinse wegen archeologisch aangetoond: ten eerste de weg van Tongeren (Atuatuca Tungrorum) via Maastricht (Mosa Trajectum), Blerick (Blariacum) en Cuijk (Ceuclum) naar Nijmegen, het Romeinse Ulpia Noviomagus. Deze heerbaan wordt tegenwoordig de Via Valentiniana genoemd. En ten tweede de weg van Keulen (Colonia Claudia Ara Agrippinensium) via Neuss (Novaesium), Xanten (Colonia Ulpia Traiana) via de stuwwal bij Kleve naar Nijmegen (Ulpia Noviomagus).
In de gemeente Gennep zelf zijn (vooralsnog) geen Romeinse wegen archeologisch bewezen. Toch gaan historici ervan uit dat Gennep een knooppunt van Romeinse wegen is geweest. Vrijwel zeker was er een weg vanaf de Romeinse brug over de Maas bij Cuijk langs de Niers bij Gennep en de burgus (Romeinse wachttoren) bij Asperden naar Xanten. Ook moet er vanuit Gennep een verbinding over de Maas geweest zijn naar de heerbaan Tongeren-Nijmegen bij Oeffelt. En volgens veel geschiedkundigen was er een Romeinse weg vanaf Gennep langs de Maas naar Venlo.
Wachttorens
Bij knooppunten van wegen en belangrijke rivierovergangen bouwden de Romeinen vaak een burgus: een kleine burcht of wachttoren. Wachttorens stonden op zichtafstand – ongeveer 6,5 km – van elkaar. Ze gaven berichten door met vuur- en rooksignalen. Archeologen hebben dit soort wachttorens onder andere gevonden in Heumensoord, Wijchen en tussen Kessel en Asperden aan de Niers.
De kans is groot dat er ook in Gennep zo’n burgus heeft gestaan, ongeveer halverwege en op zichtafstand tussen Cuijk en de wachttoren bij Asperden. Daar is misschien ook een aanwijzing voor gevonden: op de Algemene Hoogtekaart Nederland is in de Maaskemp dichtbij de Maas een vierkante structuur te zien met afmetingen van ongeveer 100 meter x 100 meter. Het lijkt te gaan om een dubbele wal met een gracht er tussenin. Lag hier ooit een Romeinse wachttoren of een legerkamp? Of is deze structuur van een latere datum? Toekomstig archeologisch onderzoek zal het moeten uitwijzen.
Romeinse boeren
In de Romeinse tijd was de regio Gennep waarschijnlijk een landbouwgebied. De regio lag niet ver van de Limes - de noordgrens van het Romeinse Rijk langs de Rijn – en enkele grotere forten als Nijmegen, Xanten en Cuijk. De soldaten die daar gelegerd waren werden onder andere vanuit het achterland van voedsel voorzien. In Gennep en omgeving zullen dus heel wat boerderijtjes hebben gelegen om in deze vraag te voorzien.
Deze boerderijtjes werden bewoond door geromaniseerde inheemse bewoners: mensen die geleidelijk de Romeinse cultuur en gewoontes hadden aangenomen. Op de stuwwal bij Plasmolen stond een grote Romeinse villa. Mogelijk zijn van daaruit de boeren in de omgeving aangestuurd.
Grafvelden, wegen en bewoning
Bij de bouw van de Gennepse Martinuskerk werd een Romeins grafveld uit de periode 85 – 250 na Christus gevonden. Ook ten zuidwesten van de oude stadswal van Gennep is een Laat-Romeins grafveld blootgelegd, dat rond 400 na Christus in gebruik is genomen.
Romeinen begroeven hun doden vaak langs de grote uitvalswegen van hun dorpen en steden. Bovendien zijn bij een aantal archeologische onderzoeken in het centrum van Gennep bouwfragmenten en keramiek uit de Romeinse tijd gevonden. Deze feiten maken het dan ook zeer waarschijnlijk dat het centrum van Gennep al door Romeinen bewoond werd , hoewel concrete bewijzen hiervoor nog niet zijn gevonden.
Langs de Maas en de waarschijnlijke Romeinse weg van Gennep naar Venlo lagen Romeinse villa's bij Arcen en Afferden. Gebaseerd op vele vondsten is er mogelijk ook een villa geweest bij Heijen Diekendaal. Maar daarvan zijn nog geen muurresten gevonden.
Frankische nederzetting
Na een lange periode van welvaart en voorspoed (de zogenaamde Pax Romana – de Romeinse vrede) brachten de derde en vierde eeuw steeds meer onrust door invallende Germaanse volkeren. Julianus, neef van keizer Constantius II, sloot in 358 een verdrag met de Salische Franken. Zij mochten in Zuid-Nederland blijven wonen als bondgenoten – foederati – en kregen een stuk land toegewezen. Als tegenprestatie moesten zij hun gebied beschermen tegen invallen van andere stammen.
Tussen 1988 en 1990 werd op de Stamelberg ten westen van het oude centrum van Gennep een grote Frankische nederzetting uit het einde van de vierde eeuw opgegraven. De bewoners waren beroepsmilitairen, geen boeren. Voedsel en luxegoederen werden geïmporteerd. Een of meer edelsmeden vervaardigden ter plaatse gouden, zilveren en bronzen sierraden.
Deze Frankische nederzetting heeft ongeveer een eeuw lang bestaan en werd rond het jaar 500 verlaten, waarna de bewoning zich verplaatste naar het oude centrum van Gennep. Daar zijn eveneens sporen van Frankische bewoning gevonden. Hier was wel sprake van een gewone boerennederzetting. Dit nieuwe Frankische dorp ligt aan de basis van het stadje Gennep.
Ganapja, Cenabum en Nersihenis
De situering van Gennep op de landtong tussen de Maas en de Niers heeft het stadje ook zijn naam gegeven. Al voor de komst van de Romeinen gebruikten de Kelten voor deze plek een variant van ‘Cenabum of Genabum’: plek waar twee rivieren samenkomen. Eeuwen later werd dit Ganapja. In de tiende eeuw komt de naam 'Ganipi' voor en pas in de veertiende eeuw is er sprake van 'Genp', later Gennep.
De Niers heeft haar naam waarschijnlijk te danken aan de oud-Germaanse moedergodin Nerthus. Een afgeleide van haar naam wordt vermeld op een Romeinse altaarsteen. Die verwijst naar de in onze streken vereerde ‘matrones Nersihenis’ (moeders van de Niers).
Vensterauteur: Teun Theunissen Samenwerking: Will Brouwers