De IJzertijdboerderij van Heijen

Over boeren in de metaaltijden

Omstreeks 4.000 voor Christus maakten de mensen in de regio Gennep de overstap van een nomadisch naar een boerenbestaan. Uit de Bronstijd en IJzertijd kennen we allerlei vondsten die ons meer vertellen over deze vroege boeren, waaronder de eerste huizen en kleine nederzettingen.

Vondsten uit de Bronstijd
De archeologische vondsten uit de Bronstijd (2.000 - 800 voor Chr.) zijn fragmentarisch, maar samen geven ze toch een inkijkje in het leven van de Bronstijdboeren in Gennep en omgeving. In Ottersum is in een prehistorische afvalkuil een vuurstenen schrabber, verbrande leem en aardewerk uit de vroege Bronstijd gevonden. Ook zijn scherven van een grote aardewerken pot uit de midden Bronstijd, en aardewerk uit de late Bronstijd gevonden. Dit soort nederzettingsafval wijst op een in de buurt gelegen woonplaats. De vondsten sluiten aan bij het algemene beeld, dat de randen van de Maasvallei in de vroege Bronstijd intensief gebruikt zijn.

In Heijen is bij het Lange Ven een bronzen bijl gevonden. Vlak bij de dorpskern van Ottersum is een bronzen kokerbijl, waarschijnlijk uit de late Bronstijd, aangetroffen. Het ook daar gevonden aardewerk uit de dezelfde tijd doet vermoeden dat 1 km ten westen van het huidige Ottersum nog een andere nederzetting lag.

Buiten de huidige grenzen van de gemeente Gennep zijn het vorstengraf op landgoed De Hamert (gemeente Bergen) en de prehistorische grafheuvels in het Reichswald gevonden. De meeste van deze heuvels dateren uit de late Bronstijd/vroege IJzertijd, zo'n 3500 jaar geleden.

De voordelen van ijzer
Niet alleen uit de Bronstijd, maar ook uit de IJzertijd (800 - 12 voor Chr.) hebben archeologen sporen gevonden in alle dorpskernen van de gemeente Gennep. Brons, verkregen van rondreizende smeden, werd gegoten en was duur. IJzer was minder kostbaar. Het werd gewonnen uit lokaal gevonden ijzerhoudend gesteente, ijzeroer, zodat zelfs de kleinste boer over ijzeren werktuigen kon beschikken. Door goede bemesting en het gebruik van ijzeren ploegen namen de opbrengsten van de akkers toe.

In deze periodes werd vooral voedsel voor eigen gebruik en alledaagse zaken als gebruiksaardewerk, kleding en gereedschappen geproduceerd. Daarnaast kwamen kwaliteitsproducten (o.a. metalen vaatwerk, sieraden, wapens) als geschenk, of via koop- of ruilhandel binnen van elders.

Ganapja
Aan het einde van de 4e eeuw voor Christus vestigden Kelten zich op een strategische plek op een rivierduin bij de samenvloeiing van Maas en Niers. Deze Kelten lieten iets bijzonders achter: de plaatsnaam Gennep via het Keltische woord Ganapja, dat ‘een plek waar twee waterstromen samenkomen’ betekende.

Hun nederzettingen bestonden uit grote langwerpige boerderijen en een flinke hoeveelheid kuilhutten. Sommige van die kuilhutten waren werkplaatsen van ‘Gennepse’ metaal- en edelsmeden: kundige vaklieden die metalen sieraden, wapens en kunstzinnige objecten maakten. Maar ook goud werd aan hen toevertrouwd.

Een zeldzame vondst
Tijdens de aanleg van de A77 in 1977 deden archeologen in Heijen een zeldzame vondst: de paalsporen van een complete ijzertijd-boerderij. Van de 15 soortgelijke boerderijen, die gevonden zijn in heel Limburg, is dit de oudste.

De paalsporen laten zien dat het een drieschepige boerderij was. De woonstalboerderij was maar liefst 18 bij 9,5 meter groot en had een woon- en stalgedeelte, met in het midden een stookplaats en een opening in het dak, zodat de rook weg kon. Deze boerderij maakte deel uit van een kleine nederzetting van zo’n 4 tot 5 boerderijen met bijgebouwen. Iets verder weg stonden graanschuren. Naar schatting woonden hier zo’n 30 mensen, die zich in leven hielden met veeteelt en akkerbouw. Ze kapten bomen en legden kleine graanakkers aan.

Door (te) intensief gebruik raakte de schrale zandgrond echter uitgeput en trokken de ijzertijdboeren verder. Wat ze achterlieten waren zandverstuivingen en heidevelden. De archeologen vonden ook resten van aardewerk, natuursteen en vuursteen. Deze vondsten en een maquette van de ijzertijdboerderij zijn te bewonderen in Museum het Petershuis in Gennep.

In Heijen zijn fragmenten handgevormd aardewerk gevonden uit de IJzertijd en Romeinse tijd. Eén scherf dateert waarschijnlijk uit de vroege IJzertijd. In buurtschap Diekendaal in Heijen zijn in 1977 twee maalstenen van basaltlava uit de IJzertijd gevonden, afkomstig uit het Eifelgebergte. Ook recente vondsten uit de IJzertijd op een hoger gelegen deel aan de Maas tussen Diekendaal en het huidige Heijen, geven aan dat dit gebied toen bewoond was.

Zwervende erven
In Ottersum hebben archeologen een kleine nederzetting uit de IJzertijd gevonden. Ze vonden onder andere een fragment van een minstens 12 m lang huis, mogelijk uit de midden-IJzertijd, met vele tientallen paalkuilen en kuilen. Bovendien zijn er resten van vierpalige spiekers (graanschuurtje) gevonden, die dienden voor de opslag van landbouwproducten zoals graan.

Ook zijn er fragmenten van kegelvormige en driehoekige weefgewichten gevonden die duiden op textielproductie. Een aantal klopstenen en wrijf- of slijpstenen, die werden gebruikt bij het bereiden van voedsel, dateert waarschijnlijk ook uit deze periode. De aangetroffen sporen hebben bij minstens twee verschillende boerderijen gehoord.

Waarschijnlijk waren dit zogenaamde ‘zwervende erven’. Dit zijn boerderijen die steeds op een nieuwe plek werden opgebouwd, bijvoorbeeld omdat ze bouwvallig werden, omdat de gezinssamenstelling veranderde, of omdat de akkers in de buurt uitgeput dreigden te raken.

Vanaf 100 v.Chr. veranderden de machtsverhoudingen: de Romeinen begonnen

Europa te veroveren.

 

Overzicht tijdsperiodes

Vroege Bronstijd

2.000 – 1.800 v. Chr.

Midden Bronstijd

1.800 – 1.100 v. Chr.

Late Bronstijd

1.100 – 800 v. Chr.

Vroege IJzertijd

800 – 500 v. Chr.

Midden IJzertijd

500 – 250 v.Chr.

Late IJzertijd

250 – 12 v.Chr.

Romeinse tijd

12 v Chr. – 450 n. Chr.

 

Vensterauteur: Pierre Hendriks