Vuyle sodomie
Op verschillende momenten in de geschiedenis is Utrecht in verband gebracht met seks tussen mannen. Tijdens de maandenlange onderhandelingen die leidden tot de Vrede van Utrecht (1713) werd de stad overspoeld met buitenlandse diplomaten en hun gevolg. Menigeen ergerde zich aan hun pronkzucht, drink- en eetgelagen en uitbundige feesten. Daarbij zouden sommigen zich overgegeven hebben aan ‘vuyle sodomie’. De beschuldiging dat homoseksualiteit geïmporteerd wordt door buitenlanders is van alle tijden.
Vervolging
Veel sterker werd Utrecht geassocieerd met ’tegennatuurlijke’ praktijken tijdens de sodomietenvervolgingen in 1730 en volgende jaren. Die begonnen nadat mannen die seks met elkaar hadden betrapt waren in de Michaelskapel in de Utrechtse Domtoren en er een landelijk netwerk van sodomieten blootgelegd werd.
Aan het licht kwam dat er een heel netwerk bestond van mannen die elkaar opzochten en seks hadden in zogenaamde ‘lolhuyzen’ en op openbare plekken als de stadswallen, de kruisgang van de Domkerk, de ruïnes van het ingestorte schip van de Domkerk en het Janskerkhof.
Van achter de Dom
Hoewel er geen zekerheid over bestaat, is het waarschijnlijk vanwege de sodomieprocessen dat de uitdrukkingen Utrechtenaar, hij is van Utrecht, een Utrechtenaar draagt zijn broek achterstevoren en hij is van achter de Dom de betekenis ‘hij is sodomiet’ of vanaf begin 20e eeuw ‘hij is homoseksueel’ kregen.
In de ban
Tot ver in de vorige eeuw was ‘Utrechtenaar’ ook de gangbare aanduiding voor ‘inwoner van Utrecht’ en waren er waarschijnlijk maar weinig mensen die de bijbetekenis kenden. Dat veranderde rond 1947 toen de redactie van het Utrechtsch Nieuwsblad besloot om ‘Utrechtenaar’ vanwege de tweede betekenis ‘homoseksueel’ in de ban te doen. Het initiatief daartoe kwam waarschijnlijk van hoofdredacteur H.M. Koemans die eerder vanwege zijn houding in de Tweede Wereldoorlog zes maanden lang geen journalistieke functie mocht bekleden.
Niet alleen in de krantenkolommen, maar ook steeds meer in het dagelijkse taalgebruik werd ‘Utrechter’ het gangbare woord om een inwoner van de Domstad aan te duiden. Sommige kenners van de Utrechtse ‘vollekstaol’ houden nog vast aan ‘Ut[e]rechtenaor’, terwijl Utrechtse homomannen het woord graag gebruiken als geuzennaam.
Stadstaal
De Utrechtse stadstaal kent een paar eigen woorden voor mannelijke homoseksueel: kontevoelerd, natte, Ouwerijner (naar een affaire in Oudenrijn in de jaren 1930) en hij komp venâchter Maorsse en ze vriend uit Moarsberrege, een toespeling op ‘(m)aars’. Typisch Utrechtse woorden voor lesbische vrouwen of andere leden van de LHBTI+-gemeenschap lijken niet te bestaan.
Maurice van Lieshout
Dit venster is samengesteld door Queer U Stories, een collectief dat de lhbti+-geschiedenis van Utrecht zichtbaar maakt. Meer lezen? Bekijk ook eens onze website.