De Aa

Een kleine geschiedenis

Een van de beken die door ’s-Hertogenbosch stroomt is de Aa. Deze ontspringt in een ven in het Somerense Broek en loopt in noordwestelijke richting naar ’s-Hertogenbosch. De naam Aa is afgeleid van het middeleeuwse woord ‘aha’ dat water betekent.

In Nederland zijn tientallen beken aanwezig die de naam Aa dragen. De rivier is 72 kilometer lang en kent een hoogteverschil van 30 meter. Het stroomgebied ligt bijna geheel in Noord-Brabant. De Aa is na de Dommel de grootste van de in Noord-Brabant afwaterende riviertjes. De oppervlakte van het stroomgebied bedraagt 87.490 hectaren, waarvan 6.275 hectaren in Limburg liggen. De Aa neemt een aantal zijriviertjes op, aan de linkeroever drie en aan de rechterzijde maar liefst tien, zodat in tijden van grote hoeveelheden neerslag veel water de rivier invloeit.

            De ouderdom van de Aa is moeilijk te bepalen, mogelijk is zij ontstaan na de laatste IJstijd, zo’n 10.000 jaar geleden. Het Aadal is gelegen in de zogenaamde “Centrale Slenk”, een verzakt gedeelte tussen twee breukranden, nl. de breuk van Sterksel en de Peellandbreuk. Ten oosten van de Peellandbreuk ligt de hoger gelegen Peelhorst. In de loop der tijd werd de bedding van de rivier steeds verplaatst door de stroming van het water, de vorming van stuifduinen en door menselijk ingrijpen.

 

Oorspronkelijke liep  de Aa vlak langs en een stukje door ‘s-Hertogenbosch, namelijk  langs de eerste haven, de Marktstroom van 1220. Dit kennen we nu als  de Binnendiezetak, de Groote stroom. In latere tijden stroomde de Aa langs de stadmuur van 1350. Dit is te zien op de kaart van Jacob van Deventer (ca 1545). Oorspronkelijk stroomde de Aa om ’s-Hertogenbosch heen en functioneerde deze, samen met de Dommel, als vestinggracht maar in 1534 leidde men de Aa door de stad. De Aa kwam toen door een waterpoort, genaamd de Kleine Hekel, de stad binnen.  Deze poort bevond zich ter hoogte van de huidige sluis 0, die bij het  graven van de Zuid-Willemsvaart werd aangelegd.

 

Bevaarbaarheid

Het grote verval van de Aa bemoeilijkte de bevaarbaarheid zodat men in 1623 plannen maakte voor de verbetering vanaf de oorsprong in de Peel tot ’s-Hertogenbosch. Het vervoer van turf uit de Peel zou hierdoor goedkoper worden. Men verdiepte de Aa in 1627 en 1628 op enkele plaatsen en verbeterde de werking van de sluizen waardoor scheepvaart mogelijk was van Helmond naar ’s-Hertogenbosch. Na de val van ’s-Hertogenbosch in 1629 staakte men deze werkzaamheden en betrok de stad elders goedkopere turf. Zodoende verslechterde de bevaarbaarheid en ook de afwatering waardoor omliggende landerijen, vooral in de winter, overstroomden. Het water dat voor een belangrijk deel uit de Peel kwam, bevatte ook nog eens veel ijzer waardoor de kwaliteit van de landbouwgronden achteruit ging. In 1798 en1804 werden er opnieuw plannen tot bevaarbaarmaking opgesteld, maar door geldgebrek zijn ze niet uitgevoerd. Hierdoor duurde de stagnatie van waterafvoer voort. Deze toestand bleef nog eeuwenlang bestaan. Een van de maatregelen om de waterafvoer te verbeteren was de zogenaamde “normalisering”, dat wil zeggen het rechttrekken van de rivier. In de twintigste eeuw zijn de Aa en haar zijbeken alle in meer of mindere mate ‘genormaliseerd’. Dat proces is begonnen met de Aa en de benedenloop van de Astense Aa in de jaren ’30 van de twintigste eeuw (meestal uitgevoerd als werkverschaffingsproject). De smalle, kronkelende lopen van de beken werden rechtgetrokken en de beken werden breder en dieper gemaakt. Soms bleef de oude, meanderende beek nog bestaan naast de genormaliseerde, hoofdafvoerende watergang. Maar meestal werden de meanders geëgaliseerd.  Daarnaast voltooide waterschap de Aa in 1983 de automatisering van alle stuwen tussen Beek en Donk en ’s-Hertogenbosch. Hierdoor werd een optimaal waterpeilbeheer mogelijk.

Dynamisch beekdal

De laatste decennia zijn oude meanders in het kader van natuurontwikkeling weer teruggebracht in het landschap. Ze zijn kenmerkend voor een periode in de cultuurgeschiedenis (ca. 1985-heden), waarin de mens actief probeert om natuur en ‘natuurlijkheid’ te maken. Dit project is in 2017 afgerond en nu biedt dit dynamisch beekdal niet alleen ruimte voor recreanten, maar ook aan flora en fauna, agrarische ondernemers en bewoners. Daarnaast moet het wateroverlast voorkomen. Hiervoor zijn enkele waterbergingsgebieden gecreëerd. Daarnaast is het waterschap Aa en Maas druk bezig met het ontwikkelen van plannen om niet alleen hoog water op te vangen maar ook om in periodes met grote droogte de waterstand te kunnen waarborgen. 

 

Mocht u op- en aanmerkingen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen via het emailadres: watermuseum@kringvrienden.nl.