Binnen het Noord-Brabantse gedeelte neemt de Dommel verschillende zijrivieren op. In deze zijriviertjes waterden weer sloten en beekjes af, zodat de Dommel, zeker in neerslagrijke periodes, veel water te verwerken kreeg en buiten haar oevers trad. De Dommel is een zogenaamde laaglandbeek. In ’s-Hertogenbosch vloeit de Dommel samen met de Aa verder en vormt dan de Dieze, die op haar beurt afwatert in de Maas.
De vroegste vermeldingen van de Dommel dateren van het begin van de achtste eeuw. De beek werd toen Duthmala of Dutmale genoemd. Later werd dit Didmelle (1403), Domella (1588) en Dummela (1662). Bij Borkel en Schaft stroomt de Dommel door een zwakgolvend dekzandlandschap op een hoogte van 30m+N.A.P. Tussen Eindhoven en ’s-Hertogenbosch is er een verval van circa 17 naar circa 3m+N.A.P. Tussen Son, Sint-Oedenrode en Boxtel meanderde de Dommel sterk
Met de opkomst van de Brabantse steden in de twaalfde en dertiende eeuw werd, om aan de stijgende vraag naar voedselproductie en grondstofverwerking te voldoen, steeds vaker gebruikt gemaakt van molens. Naast graanmolens kwamen er volmolens voor het vollen van lakens, runmolens voor het vermalen van eikenschors en oliemolens voor het persen van olierijke zaden. Tussen de Belgische grens en Sint-Michielsgestel stonden er in 1841 nog twaalf watermolens, onder meer in Halder, buurschap Kasteren bij Liempde en in Boxtel. Maar hoewel boeren en molenaars elkaar nodig hadden, botsten de wederzijdse belangen. Molenaars waren immers gebaat bij een hoge waterstand van de Dommel en aangrenzende gronden, voor de boeren leverde een natte akker problemen op voor landbouw en veeteelt. Reeds in 1545 vaardigde Karel V daarom een plakkaat uit, om te voorkomen dat de watermolens het Dommelwater te hoog opstuwden. Door de steeds verdergaande ontginningen in het stroomgebied groef men meer waterlopen naar de Dommel toe, hetgeen de watertoevoer en -stand verhoogde. In 1750 werd de Dommel dan ook, op verzoek van de Raad van State, opgenomen in het reglement van de periodieke schouwvoering. Desondanks was de bevaarbaarheid van de Dommel problematisch. Scheepvaart was slechts mogelijk vanaf ’s-Hertogenbosch tot Boxtel over een lengte van 21,7 kilometer en dan nog alleen voor boten met een geringe diepgang. De loop van de Dommel wijzigde in de loop van de eeuwen, zeker in de nabijheid van ‘s-Hertogenbosch. De exacte waterloop van de Dommel onder ’s-Hertogenbosch blijkt moeilijk te bepalen. Na de tweede stadsmuur die gebouwd is tussen 1318 en 1350 ligt al het water van Dommel en Aa binnen de stadmuren en is er dan sprake van de Binnendieze. Via de Groote Hekel stroomde het Dommelwater de stad in. Daar volgt de huidige Groote Stroom nu de oude bedding van de Dommel. Later heeft men de Dommel aan de westkant omgelegd, waar deze nog ligt.
Het duurde tot de tweede helft van de negentiende eeuw voordat men verbeteringswerken uitvoerde aan de Dommel. Aanpassingen bleven ook in de twintigste eeuw noodzakelijk. Zo werd in de jaren 1960 de Essche Stroom, die in de Dommel uitmondt, genormaliseerd en installeerde men stuwen en inlaatwerken in de Dommel. Ook de Dommel zelf werd genormaliseerd. Bij de hoogwaterperiode in 1995 brak een kade van de Dommel nabij ’s-Hertogenbosch door met gevolg een inundatie van het Bossche Broek en de aangrenzende autosnelweg A2.
Wanneer het Diezepeil te 's-Hertogenbosch boven 2,06 m +N.A.P. steeg, stroomde een gedeelte van het Dommelwater over de overlaat bij de ZestigeIsche brug in het afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen. Dit kanaal werd gegraven in de periode 1906-1910 en maakte onderdeel uit van de werken voor de verlegging van de Maasmond. Indien door hoge Maasstanden het onmogelijk was water te lozen bij Crèvecoeur en de schut- en keersluizen in de Dieze ten noordwesten van 's-Hertogenbosch waren gesloten, moest al het water van de Dommel, de Aa en de Zuid-Willemsvaart afgevoerd worden door dit afwateringskanaal. De lozing werd gesperd omdat de sluizen dicht gingen, omdat er anders Maaswater terugstroomde. Echter dit kanaal werkte gebrekkig. Het zand dat door de Dommel werd afgevoerd hoopte zich daar op.
Rond 1930 leek het dat er verbeteringen aangebracht zouden worden aan het Drongelens kanaal. Echter alleen de zandmassa aan de bovenmond werd verwijderd.
Om het water in de Binnendieze te verversen bevindt zich onder de Vughterbrug in de weg ’s-Hertogenbosch-Vught een schotbalksluis met 3 openingen, waarvan twee elk 3,5m breed zijn en één 5m.
Als in de 21ste eeuw duidelijk wordt dat wij met een toename van weersextremen te maken krijgen, wordt het beleid van waterbeheer hier op aangepast. Daarnaast wordt er door het waterschap steeds vaker voor een totaal aanpak gekozen, de systeembenadering, waarin ook ecologische- recreatie-, erfgoed- en toeristische belangen een rol spelen. Zo worden oude meanders dien in het verleden werden afgesneden om een snelle waterafvoer mogelijk te maken, weer hersteld waardoor de mogelijkheden op waterberging toenemen.
Daarnaast maakt het bekensysteem van De Dommel sinds 2020 onderdeel uit van het masterplan Van Gogh Nationaal park.
Mocht u op- en aanmerkingen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen via het emailadres: watermuseum@kringvrienden.nl.