Een welkome aanwinst
De Aalstermolen is een bekend punt in Aalst, maar hij is nog niet zo oud als je misschien denkt. Theo Willems heeft hem in 1904 laten bouwen. Tot die tijd gingen de Aalster boeren voor het malen van hun graan naar de Genneper Watermolen in Gestel (Eindhoven). Die was alleen over een zandweg te bereiken, dus de boeren waren heel blij met de bouw van deze molen.
Bergmolen
Je zou denken dat de molen op een heuvel staat, maar dat is niet zo. Hij staat gewoon op de grond, met aarde eromheen aangebracht. De molenaar kan op de ‘berg' lopen om bijvoorbeeld de kap te draaien.
In de romp van de molen zitten een deur en enkele raampjes. Aan de kap zijn de molenwieken te vinden. Er is een 'staart' waarmee de molenaar de kap kan draaien.
De boer kon met paard en wagen door de grote inrijpoort rijden om zakken graan af te geven. Deze werden dan omhoog getakeld. Het graan werd tussen molenstenen gemalen. In dit filmpje zie je hoe een (andere) molen er van binnen uit ziet en hoe hij werkt.
De molenaars
De eerste molenaar (Theo Willems) blijft maar vier jaar. De opbrengsten vallen hem tegen. Hij stopt met de molen om een café te openen aan de Eindhovenseweg. Die noemt hij nog wel ’t Molentje.
De volgende molenaar (Peter van Grinsven) laat rechts naast de molen een huis bouwen. En in 1928 ook een huis aan de andere kant van de molen. Na 20 jaar verkoopt hij de molen aan Gijs Boets.
Concurrentie en economische crisis
Maar dan opent de plaatselijke Boerenbond in 1929 een elektrische maalderij. Veel boeren laten daar hun graan malen en de molen verliest veel klanten. Als dan ook nog de economische crisis van de jaren dertig uitbreekt, is de molen echt niet meer lonend. Tot zijn grote verdriet moet Boets de molen verkopen.
In 1934 komt de molen in handen van NV De Vest, een vastgoedmaatschappij. Deze verhuurt de molen een paar jaar later aan Ferdinand Stekelenburg. De molen zal vanaf nu een paar generaties in handen van deze molenaarsfamilie blijven.
Brand en herbouw
In 1936 brandt de molen af, waarschijnlijk omdat een houten onderdeel te heet was geworden. Gelukkig wordt de molen snel daarna weer opgebouwd.
Hiervoor gebruikten ze veel onderdelen van een oude molen uit Maasniel (Roermond). Die werd gesloopt om plaats te maken voor een spoorwegbrug. Het dak en de wieken van die molen werden zo hergebruikt. Een vroege vorm van recyclen.
Chris van Bussel, een deskundige op het gebied van molenbouw, voert bij de herbouw in Aalst een groot aantal verbeteringen uit. Zo komen er ijzeren platen aan de wieken om die sneller te laten draaien. Er komt ook een soort lift in de molen, waardoor de molenaar de zware zakken met graan niet meer hoeft op te hijsen.
De Tweede Wereldoorlog
Tijdens de oorlog speelt de molen door het malen van graan een belangrijke rol bij de voedselvoorziening. Ook particulieren laten wel eens een zakje rogge malen.
Aan het einde van de oorlog wordt de begane grond van de molen gebruikt als schuilkelder. De dikke muren bieden goede bescherming. Een jaar na de bevrijding is de met vele lampen versierde molen het middelpunt van de feesten.
Als het vrede is, schildert de molenaar met een buurjongen de molen weer mooi wit.
Van huurder naar eigenaar
Sinds 1935 had Stekelenburg de molen gehuurd, maar in 1954 koopt hij hem, inclusief het huis en de tuin. In 1965 opent hij een dierenspeciaalzaak vóór de molen. Een paar jaar maalt hij nog, vooral veevoer, maar het levert weinig op. Rond 1970 stelt hij hem buiten bedrijf. De molen raakt in verval en in de jaren tachtig worden zelfs de wieken verwijderd.
In 1986 wordt hij grondig opgeknapt. Er worden weer wieken (zonder het Van Busselsysteem) aangebracht. In 2001 wordt de molen opnieuw buiten gebruik gesteld. Maar in 2017 wordt hij dankzij subsidies weer ‘draaivaardig’ gemaakt, met het Van Busselsysteem.
Hoge bomen
Een molen heeft wind nodig om de wieken te laten draaien. De omgeving van een molen (de molenbiotoop) is daarom belangrijk. Zo min mogelijk hoge bomen en huizen dus. 2025 is het Jaar van de Molenbiotoop.
Wiekstanden
Vroeger waren er nog geen telefoons. Molenaars gebruikten toen de stand van de wieken om berichten door te geven aan mensen in de omgeving. Zulke ‘wiekstanden’ konden bijvoorbeeld aangeven:
- “Rust”. De molen is in rust of onderhoud – dus je hoeft geen graan te brengen.
- “Rouw”. Er is iemand overleden. Als het de molenaar zelf was, bleef deze stand soms maanden zo staan. De wieken werden gedraaid naar het huis waar iemand was overleden of ze bewogen mee als de rouwstoet voorbijging.
- “Vreugde”. Bij een geboorte of huwelijk.
- Tijdens de oorlog werden zo geheime signalen gestuurd, zoals waarschuwingen voor het verzet.
Deze tradities bestaan nog steeds, al weten veel mensen dat niet meer. Bij een huwelijk kan de molen zelfs worden versierd, zoals bij het huwelijk van vrijwillig molenaar Thijs Michielsen in 2023.
Zie verder: Molenmaatjes.
Rijksmonument
Sinds 1967 is de molen een Rijksmonument. Dit betekent extra bescherming: de molen mag niet worden afgebroken en er zijn subsidies voor onderhoud en restauratie beschikbaar. Zo blijft de molen behouden voor toekomstige generaties.
Recente ontwikkelingen
In 2018 koopt projectontwikkelaar Harrk het geheel. Op het terrein komen 16 appartementen en vier woningen. De molen blijft behouden en vrijwillige molenaars laten hem regelmatig draaien.