Kinderarbeid

Kinderwetje van Van Houten en leerplicht

Kinderarbeid was in de 19e eeuw heel normaal. Het was normaal als kinderen op het land in de werkplaats of in de winkel werkte. Vanaf 1860 groeide de kritiek op kinderarbeid. Ook de overheid zal ingrijpen.

Maar het is bijna onmogelijk om te controleren of mensen zich aan de wet houden. Rond 1860 beginnen Nederlands kritiek te geven dat kinderen moeten werken. Leraren en artsen zeggen en leggen uit dat werken ongezond is en dat kinderen op school horen te zitten. De fabrieksdirecteuren zien later in dat ze pas kinderen moeten laten werken als ze hun lage school hebben afgerond.

In 1874 had Samuel van Houten een wetvoorstel ingediend tegen 'overmatigen arbeid en verwaarlozing van kinderen'. De wet verbiedt kinderen onder de 12 jaar om in fabrieken en werkplaatsen te werken. Bijvoorbeeld had de wet van Van Houten nog niks gezegd over dat kinderen niet mochten werken op de landbouw.

In 1901 kwam er een einde aan kinderarbeid er komt een wet die leerplicht heet. Ouders moeten vanaf dan verplicht hun kinderen naar school te sturen als ze tussen 6 en 12 jaar oud zijn. Daardoor gingen 90% van de kinderen naar school.

In deze tijd is kinderarbeid in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind gezet en dat staat er sinds 1989 in. Maar jammer genoeg werken er nog boven de 150 miljoen kinderen over de hele wereld.