Adriaan Volker

De opmerkelijke opmars van stoere baggeraars uit Sliedrecht

Hij deed wat vele andere Sliedrechters deden. Dijken onderhouden, kribben en strekdammen in de Merwede aanleggen en met de handbaggermolen het Kanaal door Voorne op diepte houden. Zwaar handwerk, maar de stoere baggeraars van Sliedrecht wisten niet beter. Totdat de jonge Adriaan Volker, die in 1854 een aannemerij was begonnen, op de rivier een stoomboot voorbij zag varen. Waarom hebben we geen stoombaggermolen, bromde hij. In 1861 was het zo ver, Adriaan Volker stapte aan boord van zijn eerste, in België gekochte stoombaggermolen.

 

Het was een schot in de roos. Volkers bedrijf groeide snel en nam steeds grotere opdrachten aan. Of het de Nieuwe Waterweg was of het Noordzeekanaal, Adriaan Volker draaide er zijn hand niet voor om. Geen grens ging hem te ver. In 1880 bliezen zijn baggerschepen en die van zijn dorpsgenoot Bos stoom af in de havens van Boulogne, Calais en Bordeaux. Sliedrecht stond in binnen- en buitenland op de kaart als hèt baggerdorp. In de jaren tachtig en negentig kon je Sliedrechtse baggeraars vinden in de monding van de La Platarivier bij Buenos Aires en in 1886 groeven ze de Culebraberg door om de aanleg van het Panamakanaal mogelijk te maken. Tussen 1880 en 1915 kwam je ze ook tegen in Belgische havens, in Duitsland, Spanje en Portugal, Groot-Brittannië, in het Baltische gebied, in Zuidwest-Afrika, Brazilië en China.

Stroomdieper
De baggerschepen waren niet aan te slepen. Voor de bouw ervan konden ze terecht bij de scheepswerf van J. & K. Smit in Kinderdijk, waar in 1868 de Stroomdieper van stapel liep, de eerste stoombaggermolen van Nederlands fabricaat. Een andere scheepsbouwer in Kinderdijk was Fop Smit, die raderstoom- en radersleepboten bouwde.
De Industriële revolutie, aan het eind van de achttiende eeuw in Engeland begonnen, bereikte halverwege de negentiende eeuw de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Kleine werkplaatsjes groeiden uit tot grote fabrieken en dat allemaal door de komst van de stoommachine!

Briefjes van duizend
Willem de Vries Robbé las in 1881 een advertentie in de krant. Te koop: E. Oosterbroek en Zoon, Fabrikanten van Stoom en Andere Werktuigen. De Vries Robbé nam in Ede de postkoets en reisde naar de Linge, bij Gorinchem. Hij kwam snel ter zake, waarna hij in Hengelo de gebroeders Stork zo ver kreeg om acht briefjes van duizend neer te leggen om de benodigde 16.000 gulden te complementeren. Aanvankelijk stortte de nieuwe ondernemer zich op de vervaardiging en het herstellen van stoommachines. Maar echt groot zou het bedrijf worden met machtige constructies van staal. Bruggen bij Vreeswijk en Dieren werden er gebouwd, de kap van de Gasfabriek in Gorinchem, gashouders voor Brielle en opslagtanks voor de Bataafsche Oliemaatschappij in Pernis.

Adriaan Volker, Fop Smit, De Vries Robbé: ondernemers die de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden naar de twintigste eeuw leidden. Zij legden de basis voor grote ondernemingen, die nu tot de top van het Nederlandse bedrijfsleven horen: Volker Stevin, Smit Internationale, Boskalis Westminster, Damen Shipyards en IHC De Merwede.

Het Nationaal Baggermuseum in Sliedrecht biedt de gelegenheid om kennis te maken met het heden en verleden van het baggerbedrijf. Historische en moderne modellen van baggerschepen vormen de kern van de vaste opstelling.