Tijd van regenten en vorsten

Slavernij

De sporen van slavernij in de provincie Utrecht

Tijd van regenten en vorsten

Nederlanders verhandelden vanaf de zeventiende eeuw mensen om te werken op plantages, in mijnen en in huishoudens. Deze slaaf gemaakten krijgen geen loon en moeten gedwongen werken. Hier wordt in Nederland veel geld mee verdiend ook in Utrecht profiteren veel mensen hiervan. In 1863 verbiedt Nederland de slavernij officieel, maar pas tien jaar later hoeven de slaaf gemaakten niet meer verplicht te werken en worden ze echt vrijgelaten.


Trans-Atlantische slavenhandel
Nederland had sinds het begin van de 17de eeuw een aantal forten aan de Afrikaanse kust. Hier betaalden de Nederlanders textiel, metaal, sieraden, alcohol, buskruit en wapens en kregen daar ivoor en goud voor terug. Op een gegeven moment zagen de Nederlanders echter een nieuwe markt; slaaf gemaakten. Deze werden dan in het binnenland gevangen en verkocht aan de Nederlanders aan de kust. Hier werden ze op de boot gezet en voornamelijk naar het Caribisch gebied gevaren om gedwongen arbeid te verrichten. De omstandigheden op deze schepen waren zo slecht dat één op de negen van de slaaf gemaakten de reis niet overleefde. Eenmaal aangekomen werden ze verkocht op een markt aan slavendrijvers. De schepen gingen dan weer terug naar Nederland met suiker, tabak, koffie en katoen die ze daar hadden ingekocht. Utrecht verdiende ook goed aan deze handel, veel kooplieden investeren in de slavenhandel. Hiermee kunnen ze grote buitenhuizen bouwen langs onder andere de Vecht. Ongeveer 10% van al het geld wat verdiend werd in Utrecht was mede mogelijk door de slavenhandel, veel van de buitenhuizen zijn dan ook besmet met door dit door mensenhandel verdiende geld.

Sitie
We weten eigenlijk niet veel over de meeste slaaf gemaakten. Ze werden niet als mensen gezien, maar als handelsproducten. De meesten konden niet lezen en schrijven en daarom is veel informatie verloren gegaan over hun dagelijks leven. Het weinige wat we weten komt uit de brieven en aantekeningen die slavenhouders hebben gemaakt. Zo kennen we bijvoorbeeld ook Sitie; een uit Nederlands-Indië afkomstige vrouw die Johan Gideon Loten gekregen had voor zijn dochter. Johan was in Groenekan bij Utrecht geboren en was natuuronderzoeker en gouverneur van Ceylon, dat nu Sri Lanka heet. Hij was in 1732 naar Azië getrokken om daar voor de VOC te werken. Toch trok besturen hem niet echt. Na het overlijden van zijn vrouw en dochter voer hij terug naar Utrecht. Sitie werkte hier als bediende en werd zeer gewaardeerd. Toen Johan in Engeland ging wonen mocht zij blijven werken voor zijn broer, die later burgemeester van Utrecht zou worden. Johan liet ook in zijn testament opnemen dat ze na zijn overlijden jaarlijks een flinke som geld zou krijgen. Hij beschreef haar als beeldschone vrouw en uit brieven die Johan eerder aan zijn vrouw had geschreven kunnen we zelfs opmaken dat ze verliefd op elkaar waren.

Afschaffing van de slavernij
Aan het eind van de 18e eeuw komt er kritiek op de slavernij. In die tijd vonden steeds meer mensen vrijheid en gelijkheid belangrijk. Ze waren daarom tegen de slavernij, want die zorgt juist voor ongelijkheid. Petronella Moens en Nicolaas Beets waren twee belangrijke Utrechtse schrijvers die voor afschaffing van de slavernij waren, in een tijd dat dit nog niet normaal was in Nederland. Terwijl in Engeland, waar slavernij 30 jaar eerder verboden werd, 400.000 mensen een petitie ondertekenden om slavernij af te schaffen was Nederland nog lang niet zo ver. Petronella heeft de afschaffing van de slavernij dan ook zelf niet mogen meemaken. Pas 20 jaar later, in 1863 werd de slavernij afgeschaft, en 10 jaar later waren de slaaf gemaakten pas echt vrij. Sinds het jaar 2000 wordt ook in Utrecht jaarlijks op 1 juli Keti Koti georganiseerd om de afschaffing van de slavernij te vieren.