Hannesjie de Butter

Een echte Sociaaldemocraat, die den drank boven alles haat!

Jan de Ui, Aai Pooi, Henk de Papzak, Dronken Flip, Aai de Neus, Joost de Fiedel, Klaas de Tet en Hannes de Butter – ze stonden allemaal op het kerkhof op die gure novemberdag in 1905. Met spijkers in de kop van alle jenever die ze gedronken hadden ter ere van hun maatje Spijkervet, die dood was aangetroffen in zijn kamertje. Hij was maar liefst 84 jaar geworden.

 

Hannesjie had altijd opgekeken tegen Kees Spijkervet en niet alleen omdat deze met zijn graatmagere lijf wel twee koppen boven hem uitstak. Terwijl de doodsbidder iets bij het graf prevelde, mijmerde Hannesjie over de begintijd van zijn carrière als Dordts straatfiguur…

Meerdervoort
Zijn ouders kwamen uit Hendrik-Ido-Ambacht, waar ze in 1830 waren getrouwd. Ze wilden daar echter weg, want ze hadden genoeg van het ongezonde werk in de vlasserij. Vader kon als landarbeider terecht in Meerdervoort, waar ze een klein arbeidershuisje kregen. In 1834 werd Hannes daar geboren. Hij werd naar zijn grootvader Johannes van Dam vernoemd. Bij zijn geboorte riep de vroedvrouw: ‘Het is een manneke, moar ‘n mager scharminkel, die goat ’t nie hale…’

Maar hij was sterker dan ze dachten. Er werden na hem nog vier jongetjes geboren, die tot groot verdriet van zijn vader allemaal als zuigeling stierven, waardoor Hannes zijn enige zoon bleef. Voor zijn vader bleef hij echter ‘het scharminkel’. En dat deed zeer.

Naar de grote stad
Toen Hannes de puberteit achter zich had gelaten, wilde hij weg uit het saaie Meerdervoort. Hij was vaak te vinden in het haventje, bij de schuitenvoerders met wie hij mee mocht varen naar Dordrecht als hij hen hielp bij het laden en lossen van hun boten. Dordrecht trok hem enorm, daar was altijd wel wat te beleven. Hij werd daar door Kees Spijkervet onder de hoede genomen en geïntroduceerd bij diens markante straatvrienden, die hem de bijnaam ‘Butter’ (knikker) gaven.

Kees wist altijd wel weer een schip te vinden waarop ze als sjouwer wat konden verdienen. Na afloop van het werk gingen ze steevast naar hun favoriete tapperij op de Riedijk, waar het dan reuze gezellig werd. In die kroeg leerde Hannes zijn latere vrouw kennen met wie hij in de Kromme Elleboog ging wonen.

Een kwade dronk
Waar Kees lollig werd als hij een glaasje op had, had Hannesjie meestal een kwade dronk. Als hij weer eens in beschonken toestand naar huis waggelde, wilde het soms gebeuren dat hij onderweg een paar ruiten intikte bij mensen die hem hadden getreiterd met zijn geringe lichaamslengte. Dat had hem al tientallen keren een weekje op water en brood in de cel van het Stadhuis opgeleverd en thuis een woedend wijf.

Fotomodel
Naarmate zijn leeftijd vorderde en de spierkracht afnam, lukte het niet meer om in de havens aan de slag te raken. Met een karretje scharrelde hij lorren bij elkaar. Hij was best jaloers op zijn vriend Kees Spijkervet, die vanwege zijn karakteristieke kop steeds weer door schilders en fotografen werd gevraagd om te poseren; dat verdiende wel makkelijk! Dat wilde hij ook wel, maar ja, wie zat er nou op een portret van een schrielhannes te wachten?

Tot de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 1905. Kees werd gevraagd om drie vrienden op te trommelen voor een foto als ‘kandidaten’ voor de verkiezingen. Hannesjie was maar wat trots dat hij, een gewone jongen uit Meerdervoort, óók op die foto mocht. Er was nog nooit een foto van hem gemaakt.

Na de begrafenis dronk hij een neut op zijn vriend. En nog een paar…