Vier gemeenten

Oudenrijn, Veldhuizen, Vleuten, Haarzuilens

Vele eeuwen is de streek ingedeeld in thematen, gerechten en ambachtsheerlijkheden. De grenzen van deze bestuurseenheden zijn veelal ontstaan in de periode van de ontginningen.

Nadat Nederland in december 1813 van Napoleon en zijn soldaten is bevrijd, gaat het verder als koninkrijk onder leiding van koning Willem I. Oude bestuursvormen worden opgeheven en in 1818 wordt een nieuwe gemeentelijke indeling van kracht. Direct ten westen van Utrecht wordt het gebied ingedeeld in vier gemeenten: Vleuten, Haarzuilens, Veldhuizen en Oudenrijn.

Opmerkelijk is dat de bebouwde kom van De Meern in drie gemeenten ligt: het deel aan de noordzijde van de Leidse Rijn ligt in de gemeente Vleuten, het deel ten zuiden van de vaart en ten westen van de Achtkante Molenvliet (grofweg de Meerndijk) ligt in de gemeente Veldhuizen en het deel ten oosten van die watergang in de gemeente Oudenrijn.

Aan het hoofd van de gemeente staat de burgemeester. Hij is voorzitter van de gemeenteraad en van het college van wethouders. Verder houdt hij toezicht op de naleving van de wet, het bestuur en het financiële beheer van de gemeente. Het ambt van burgemeester is op het platteland geen dagtaak, vandaar dat één burgemeester vaak gelijktijdig twee gemeenten bestuurt. Zo is de burgemeester van Vleuten vrijwel altijd ook burgemeester van Haarzuilens en soms ook van Oudenrijn. De burgemeester van Veldhuizen is meestal ook burgemeester van Harmelen en de burgemeester van Jutphaas soms ook burgemeester van Oudenrijn.

In 1830 wonen er in Vleuten 968, Haarzuilens, 289, Veldhuizen 298 en Oudenrijn circa 425 bewoners.