Tijd van ontdekkers en hervormers

Kruimeltjes uit Hazerswoude

Venster 32: Geschreven door Joke Linders.

Proeve van kleine Gedigten voor Kinderen (1778) van Hieronymus van Alphen was het eerste speciaal voor kinderen geschreven boek. Zijn ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ werd zo’n succes dat weldra meer schrijvers in zijn voetsporen volgden. Nicolaas Anslijn met Brave Hendrik (1810), J.J.A. Gouverneur (1809-1899) met bewerkingen uit het buitenland, terwijl onderwijzers als P. Louwerse de geschiedenis voor de jeugd aantrekkelijk maakten. Met Uit het leven van Dik Trom (1891) introduceerde C. Joh. Kieviet de eerste, ondeugende jongen die Chr. van Abkoude met Pietje Bell (1922) nog in stoutigheid wist te overtreffen. Na de Tweede Wereldoorlog begonnen auteurs als Han G. Hoekstra, Annie M.G. Schmidt, Paul Biegel, Joke van Leeuwen en Selma Noort vanuit het kind te schrijven, zonder nadrukkelijke boodschap.

Kinderboekenschrijvers vinden overal hun inspiratie. Benthuizen, Hazerswoude en Koudekerk aan den Rijn mogen als gemeentes dan verdwenen zijn, in de boeken van Pieter Louwerse, Chr. Van Abkoude en Selma Noort blijven de dorpen voortleven..
(Zie afbeelding 1.)

Zeer geliefde meester

Behalve door dames van de betere stand die weinig anders om handen hadden, werden kinderboeken in de negentiende eeuw meestal geschreven door onderwijzers. Geruime tijd voordat Theo Thijssen, de beroemdste schrijvende onderwijzer, in Kees de jongen zijn visie op het kind prijsgaf, was daar Pieter Louwerse (1840-1908). Deze geboren verteller combineerde zijn vaderlandsliefde met toewijding aan zijn leerlingen. Na aanstellingen in Dirksland (Zuid-Holland) en Goes (Zeeland) werd hij op 10 oktober 1868 benoemd tot hulponderwijzer aan de Openbare Lagere School van Hazerswoude-Dorp. Daar ontmoette hij Lena Maria Brouwer, dochter van de hoofdonderwijzer, die zijn levensgezellin werd. Volgens het voorbericht in Lachen en Leeren. Vertellingen uit het leven van viervoetigen dieren (1869) debuteerde hij daar ook als schrijver.

Behalve historische romans, opstellen en verzen leverde hij bijdragen aan jeugdbladen als De Kinder-Courant, De Kleine Huisvriend, De Kinderkamer en Voor 't Jonge Volkje. Van dit laatste blad, tussen 1880 en 1890 het populairste jeugdblad van Nederland, was hij de hoofdredacteur en belangrijkste auteur. Zijn meesterstuk is zonder enige twijfel de Geïllustreerde Vaderlandsche Geschiedenis voor Jong en Oud Nederland (1886-1888). Minder bekend is dat hij ook de auteur was van twee liederen uit het populaire Kun je nog zingen, zing dan mee (1906): “'Op de groote, stille heide, dwaalt de herder eenzaam rond” op muziek zet door J. Worp en “'Waar de blanke top der duinen schittert in den zonnegloed”. Voor dit laatste lied schreef Richard Hol de muziek. In 1908 overleed Louwerse aan de gevolgen van een aanrijding door een tram. Vanaf 1888 had hij al geen les meer gegeven, omdat zijn gehoor te slecht werd.

(Zie afbeelding 2.).

Hazerswoude was een mooi, groot dorp. Het lag te midden van een kring welvarende polderdorpen, die alle op elkaar geleken. Van Benthuizen af voerde een kaarsrechte weg naar het Westeinde van ’t dorp, gevormd door een aardige laan met leuke huisjes langs den dijk, die ’t polderland omsloot. Wanneer men zoo urenlang geloopen had door de oneindige uitgestrektheid van ’t vlakke polderland met z’n verre verschieten, wanneer men steeds maar weer zoo’n wanhopig rechten weg voor zich uitgestrekt zag, dan deed het bereiken van ’t mooie Hazerswoude weldadig aan. Het was rijk aan alleraardigste plekjes en er viel meer natuurschoon te genieten, dan men wel oppervlakkig van zoo’n door polderland omgeven plaatsje zou verwachten. Even buiten Hazerswoude stond de korenmolen van oom Gijs (Uit: Tim en Tom)

Vlegelverhalen en hachelijke avonturen

Waarom Chris van Abkoude (1880-1960) Tim en Tom zich  in Hazerswoude liet afspelen, is onbekend. Gezien de redelijk correcte beschrijvingen van de lokale situatie moet hij er meer dan eens geweest zijn. Had hij er net als de tweeling in het boek familie wonen? Vanuit Rotterdam waar hij opgroeide en onderwijzer was, was het nog een knap stukje rijden met de sjees. Tim en Tom dat in alles een voorloper is van Pietje Bell, laat zien dat het plattelandsleven meer kans op geluk en gezondheid biedt dan de stad met al zijn verleidingen en narigheden. 

(Zie afbeelding 3.)

Over alledaagse problemen en fantasieverhalen

Hoewel Selma Noort (1960-) in hart en nieren een Leidse is, spelen de boeken over Sil, Geerten en Mare – een stuk of twaalf – zich af in Koudekerk aan den Rijn. De min of meer realistische verhaaltjes zijn gebaseerd op de belevenissen van haar eigen kinderen. Voor Mag ik je spook even lenen?, het derde deel in de reeks, kreeg ze in 2003 een Zilveren Griffel. De jury vond zowel de kinderen als hun avonturen overtuigend en herkenbaar neergezet. ‘De warmte in het gezin en de humor in de omgang met elkaar spatten van de bladzijde af.’

Dat juist een van haar boeken over Koudekerk aan den Rijn bekroond werd, komt goed overeen met Noorts liefde voor het wonen in het groen dichtbij het Groene Hart en de nabijheid van Leiden. In de rust en de ruimte van de natuur vallen de ideeën haar makkelijker in. Hoezeer de omgeving kan inspireren blijkt uit een bijdrage van haar hand in de bundel Waar verteld!? Vreemde verhalen van vroeger en nu (1996).

Wanneer je Koudekerk aan den Rijn binnenrijdt, kom je eerst langs een middeleeuwse kerk en nog wat oude gebouwen. Dan zie je links, meteen in het oog springend, het poorttorentje staan dat in 1606 werd gebouwd bij de ingang naar kasteel Poelgeest. Het kasteel stond er al in 1300 en werd verschillende keren vernield en weer opgebouwd. Een van de meest gewelddadige geschiedenissen van het slot is wel die van Jan zonder Genade die met zijn mannen de burcht in 1417 totaal vernielde, en de bewoners verkrachtte, vermoordde en verminkte. Het slot werd nog verschillende keren opgebouwd en weer vernield, tot het in 1717 definitief werd gesloopt. Maar het poorttorentje staat er nog, op een eilandje dat omringd is door sloten vol woekerende waterplanten. (Uit ‘De tijd rond het torentje’)

Hoewel opgeleid als kleuteronderwijzeres verdient Noort sinds 1980 haar brood met schrijven. Ze heeft een omvangrijk oeuvre van speelse, realistische en poëtische verhalen en is gespecialiseerd in voorleesboeken. In haar vrije tijd schildert en tekent ze. Ze is ook een enthousiast tuinierster.