ca. 1100

't Vjenne

Van Almelerveen tot Vriezenveen

Tijd van steden en staten

De streek ten noorden van Almelo was in de vroege Middeleeuwen onbewoond. Het bijna ondoordringbare veengebied was het domein van flora en fauna. Het Almelerveen werd omsloten door de zandruggen in het noorden van de stuwwal Kloosterhaar-Sibculo-Westerhaar, in het oosten door de hoogten van Bruinehaar, in het westen door de stuwwal van Daarle, Hoge Hexel en Wierden en in het zuiden lag Almelo. Dit uitgestrekte gebied was in de loop van de eeuwen bedekt geraakt met hoogveen. In eerste instantie ontstond er laagveen in plassen met voedselrijk grondwater. Als het proces lang genoeg doorging, verdween de plas grondwater en kwam er veen voor terug; het terrein verlandde als het ware tot veengrond. Het aangroeien van het hoogveen gebeurt door veenmos, dat zich voedt met voedselarm regenwater. Het onttrekt zuurstof aan het water en voegt zuren toe. Hierdoor treedt er weinig verrotting op, waardoor het afgestorven plantenmateriaal zich ophoopt en het hoogveen ontstaat. Het levend veenmos groeit in dikke lagen die kunnen worden gezien als sponzen. De plant neemt zoveel water op dat hij wel tot twintig keer zijn eigen gewicht aan water kan vasthouden. Als de omstandigheden goed zijn, kan het veenmos onbegrensd doorgroeien, omdat het van boven doorgroeit en aan de onderkant afsterft.

't Vjenne

Het Almelerveen hoorde vanouds, zoals de naam al aangeeft, bij Almelo. Deze plaats was rond 1100 gesticht en vanaf 1236 is sprake van de Heerlijkheid Almelo. In deze periode vestigden zich de eerste pioniers in het Almelerveen. In 1364 schonken de heer en vrouwe van Almelo de kolonisten in het veen bepaalde voorrechten: "Omme sonderlinghe lieve, die wy toe den vene hebben ende toe den buren, die nu op den vene wonet […]". De bewoners van Vriezenveen zijn altijd blijven spreken over het Veen of 't Vjenne. Een Vriezenvener verbindt in zijn dialect 't Vjenne nooit met de term Vriezen. Vooral van buiten het dorp zelf kwam daarna de naam Vresenvenne in zwang; pas in 1840 wordt gesproken over Vriesenveen en sinds 1881 Vriezenveen. Waarschijnlijk door toedoen van de textielfabriek van Jansen & Tilanus, die op haar briefpapier en andere uitingen veelal Friezenveen vermeldt, wordt deze naam voor Vriezenveen gebruikt. De officiële schrijfwijze wordt echter in 1888 vastgesteld en luidt: Vriezenveen. Deze naam is het ook sindsdien gebleven, al houdt men in het dialect van Vriezenveen kortweg vast aan 't Vjenne.

Veenmoeras

Het hoogveen werd in de loop der eeuwen ontgonnen en zo ontstonden naast Vriezenveen, Westerhaar-Vriezenveensewijk, De Pollen en in de 20ste eeuw Aadorp. Wie nog een indruk wil krijgen van het gebied van eeuwen geleden, zou een wandeling moeten maken door de Engbertsdijksvenen. Er zijn in het gebied nog uitgestrekte veengebieden met heideterreinen en vennen. De bodem van het gebied bestaat uit veengronden met een veenkoloniaal dek: zeggeveen, rietzeggeveen of moerasbosveen, vlierveengronden en moerige podzolgronden. Het is het laatste restant van het grote veenmoeras dat ooit het hele gebied van de voormalige gemeente Vriezenveen bedekte.