1334

De Oosterhof

De havezaten

Tijd van steden en staten

Havezaten waren plaatsen waar men zijn bezit (= have) had opgeborgen. Later kwamen de muren en grachten ter beveiliging. Een havezathe werd bewoond door een adellijk persoon, vaak een rid-der. De boeren vonden er bescherming en zij leverden wederdiensten. De ridders waren afhankelijk van de bisschoppen van Utrecht of wereldlijke heersers. In een register van 1646 staan in de omge-ving van Rijssen de volgende "steenen huyze" als havezaten of "saelsteden" aangemerkt: huys Elsen (ook Effinc), Oosterhoff, Grimbergen, Eversberg, Brandlicht en de Beverfeurde. Na 1578 vormde de Statenvergadering van Ridderschap en Steden het hoogste gezag. Om lid te worden moest een ridder een havezate bezitten.

De Oosterhof

Havezaten moesten "adellijck betimmert" zijn, versterkt en omgeven door grachten. De bewoners moesten van adel zijn en minstens 25.000 Carolusguldens waard zijn. De Oosterhoff wordt in een akte van 1334 genoemd. Dan verkoopt Jacob van Thije de erve "het Gherlovinc", ressorterend onder het goed "Oesterhof" aan Johan van Ockenbroec. De Oosterhof was bezitsdeel van de proost van St. Mauritius te Munster. In 1475 verkoopt Otto van de Rutenberg het goed door aan Johan ten Bussche en zijn vrouw Machteld van Langen. Het blijft tot 1621 eigendom van de familie Van Langen. Dan trouwt de erfdochter Bernardina met Ernst van Ittersum. Het raakte vervallen, maar Ernst Hendrik van Ittersum behoedde het in 1820 voor afbraak. Louise Charlotte Elizabeth trouwde met Hendricus Albertus Diedericus Coenen, die er woonde tot 1937. In 1960 werd het aan de gemeente Rijssen verkocht. Na restauratie was het een opleidingscentrum voor kraamverzorgsters. In 1987 kwam het in handen van de Stichting Havezate De Oosterhof en het biedt nu onderdak aan het Rijssens Museum, het Internationaal Brandweermuseum, de Kring Werkgevers Rijssen en een architectenbureau.

Grimbergen

De mansio (pleisterplaats) "Grimberghe" werd in 1297 door Egbert I van Almelo vermaakt aan zijn tweede vrouw Mechteld van Limburg. Het nageslacht werd nadien Van de Grimberg genoemd. Na 1475 kwam het aan de Van den Rutenbergs. De vrouw van Otto, Maria van Twicklo, wilde liever op de Grimberg wonen dan op de erve Sudena in Notter, "omb deste neher bei der kirchen zu sein". Ze werd ook in die kerk begraven. De familie Van Voorst bewoonde de havezate tot 1779. Daarna kwam het goed in handen van de Vaillant en later Zeger Sloet. In 1802 kocht Eberhard Friedrich Nehrkorn het samen met de erve Het Veer. Via de familie Brouwer kwam het in 1876 in handen van de jutefamilie Ter Horst. Ze verfraaiden de tuin en bouwden er een theehuis, waar later boswachter Rotman heeft gewoond. Aannemer-eigenaar Homan heeft dit gedeelte opnieuw trachten te renoveren.

Bevervoorde

De straatnamen Bevervoorde en de Krans houden de herinnering aan een andere havezate in leven. Het goed Bevervoorde werd in 1328 beschreven als "die stall to Risnen". Na afbraak gebruikte men de stenen voor de bouw van boerderij de Krans. De fundamenten van de havezate zijn in de jaren 1990 blootgelegd, maar weer voorzichtig toegedekt. Er staan nu bejaardenappartementen. Van de andere havezaten uit Rijssen resteren slechts de kleurrijke verhalen over de bewoners.