1875

Stoppelhanen

Dansavonden en volksfeesten

Tijd van burgers en stoommachines

Hard werken

Vroeger waren er niet veel plekken waar je uit kon gaan. De mensen hadden ook weinig tijd om ergens naar toe te gaan. Ze moesten hard werken op het land. 's Avonds gingen ze vroeg naar bed, zodat ze de volgende dag goed uitgerust waren voor een nieuwe werkdag. Toch bestond het leven niet alleen uit werken. Om het zware leven vol te houden, werden er soms feestjes op de boerderij georganiseerd.

Stoppelhanen

Eén van de feesten was Stoppelhanen. Dit was een oogstfeest dat gehouden werd als de roggeoogst binnen was. Na het maaien bleven de samengebonden korenschoven op het land achter om te drogen. Daarna werden ze op wagens naar de boerderij gebracht. De laatste wagen was vaak versierd. Als alle rogge op de boerderij was, gingen de mensen feesten.

Maaltjes

Ook na andere activiteiten op de boerderij werden er feestjes georganiseerd. Deze feestjes werden "maaltjes" genoemd. Maaltjes werden gehouden als bijvoorbeeld alle haver geoogst was, het onkruid gewied of na de slacht van een varken. Het waren kleine feestjes; er was geen muziek en er werd ook niet gedanst.

Meisje vinden

Tijdens de maaltjes probeerden de jongens vaak een meisje te vinden, waar ze mee konden trouwen. Zag je als jongen een leuk meisje, dan bood je haar een drankje aan. Het was de gewoonte dat het meisje het drankje met al haar vriendinnen deelde. Nam ze eerst zelf een slokje, dan wist je dat ze je beter wilde leren kennen. Gaf ze het drankje direct aan haar vriendinnen door, dan wilde ze niks van je weten.

Schoolfeest

In Goor werd in 1875 het eerste schoolfeest gehouden. De kinderen kregen een glaasje limonade en mochten een ritje in de draaimolen maken. Dit schoolfeest groeide uit tot een groot volksfeest, dat ook door de plaatsen in de buurt werd overgenomen. Tegenwoordig heeft iedere kern in de huidige gemeente een eigen volksfeest.

Uitgaan

In de jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw werd het makkelijker om een avondje uit te gaan. Caféhouders bouwden feestzalen, waar de jeugd een avondje kon dansen. Eerst waren de zalen maar eens in de 3 weken open. Na de Tweede Wereldoorlog verbeterde dat: er kwam meer muziek en je kon ieder weekend uit dansen gaan.