1818-2001

't Olde Gemientehuus

Een zelfstandige gemeente

Tijd van burgers en stoommachines

Een jonge gemeente die niet oud is geworden: zo kan men de gemeente Nieuwleusen kenschetsen. In de Bataafs-Franse tijd (1795-1814) werden de drost- en schoutambten omgevormd naar Frans model. Na het vertrek van de Franse troepen werden veel bestuurlijke vernieuwingen uit de Napoleontische periode overgenomen. Bij koninklijk besluit van 24 november 1815 keurde koning Willem I het plan van de verdeling der provincie Overijssel goed. De uitvoering van de gemeentelijke herindelingen volgde in 1818. De gemeente Nieuwleusen is op 1 juli 1818 ontstaan als samenvoeging van het noordelijk deel van de gemeente Dalfsen met het Ruitenveen en Ruitenhuizen van de gemeenten Zwolle en Zwollerkerspel, samen met een klein gebied met zes huizen van de gemeente Staphorst. Bovendien werd Avereest tot 1833 samengevoegd met Nieuwleusen. Het was een "personele unie" met een gedeelde burgemeester, maar met gescheiden gemeentelijke budgetten.

Burgervaders

Tot 1851 heeft de familie Van Dedem grote invloed gehad op het lokale bestuur van Nieuwleusen en Avereest. De eerste burgemeester was Reinier Saris van der Gronden. Hij was getrouwd met Helena Eva van Marle, een zus van Judith van Marle en daarmee een zwager van Willem Jan baron van Dedem. In 1831 volgde Onno Zwier van Sandick hem op. Hij was getrouwd met Catharina Susanna Leonora barones van Dedem, oudste dochter van Jan Willem baron van Dedem en Judith van Marle. Van 1833 tot 1837 was hij ook notaris in Nieuwleusen en Avereest. Daarna nam zijn zwager Coenraad Willem Baron van Dedem de functies van burgemeester in Nieuwleusen en notaris in beide gemeenten waar.
In 1898 kreeg Nieuwleusen een gemeentewapen. Het werd samengesteld uit de wapens van Dalfsen en Zwollerkerspel, in combinatie met twee zeisen die het agrarisch karakter van de gemeente symboliseerden. Het wapen werd ontworpen met het oog op de nieuwe Statenzaal aan de Diezerstraat in Zwolle, waar de wapens van alle Overijsselse gemeenten een plekje kregen in gebrandschilderde glas-in-lood ramen.

Gemeentehuis

De gemeentelijke administratie werd vanaf 1818 gehouden in de kamer van een boerenwoning aan het Oosteinde. Dit duurde totdat burgemeester J. Bosch Bruist in 1878 aan het Westeinde een ambtswoning liet bouwen, die ook werd gebruikt als gemeentehuis. Later werd er rechts een secretarie bijgebouwd en kwam er ook een "cachot". In 1931 werd aan de overkant van de straat een nieuw gemeentehuis gebouwd. De burgemeesterswoning werd door burgemeester F. Brink voor het laatst als ambtswoning gebruikt. In de jaren tachtig werd vanwege ruimtegebrek een kantoor achter het gemeentehuis gebouwd. Dat werd in 2006 weer afgebroken. Na de samenvoeging van Nieuwleusen met Dalfsen in 2001 ontstond er discussie over de vraag wat er moest gebeuren met het Olde Gemientehuus. Verkoop stuitte op grote tegenstand van de bevolking. Besloten werd om het als gemeentelijk servicepunt en politiepost in te richten. 't Olde Gemientehuus vormt een blijvende herinnering aan de voormalige gemeente Nieuwleusen.