Aan het einde van de achttiende eeuw is er een conflict tussen de aanhangers van stadhouder Willem V en de patriotten. De patriotten vinden dat de stadhouder te veel macht heeft en willen die macht van hem overnemen. Een aantal steden, zoals Amsterdam en Den Haag, komen in de handen van de patriotten. De stadhouder voelt zich niet meer veilig in Den Haag en vertrekt naar Nijmegen. De vrouw van Willem V, Wilhelmina, vraagt haar broer, de koning van Pruisen, om een leger te sturen. Dit doet hij. De vrijkorpsen van de patriotten, bestaande uit gewapende burgers, kunnen niet op tegen de goed getrainde Pruisische soldaten en zij verliezen de opstand. Op 10 oktober 1787 geven de patriotten in Amsterdam zich over.