In 1607 besluit een groep Amsterdamse kooplieden en burgemeesters de Beemster droog te leggen. De Beemster is in die tijd een groot meer. Ze willen er een polder van maken om er geld aan te verdienen en het nieuwe land gebruiken om voedsel te verbouwen. Rond het meer wordt een hoge, stevige dijk gelegd van 38 kilometer lang. Daaromheen wordt een kanaal gelegd. Daarna begint het leegpompen van het meer, met maar liefst 43 windmolens. Op 19 mei 1612 is De Beemster droog. Dan kunnen ze beginnen met maken van wegen en sloten, en het bouwen van boerderijen in de nieuwe polder.
Sinds 1999 staat de gehele polder De Beemster op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.