De mensen die in de nederzetting leven vangen vis voor hun dagelijkse voedsel. Ze verbouwen ook graan en jagen op wild. In het voorjaar en de zomer wonen de mensen aan de mondingen van riviertjes en kreken. In de herfst en winter trekken ze zich terug op hoger gelegen gronden.
De kustlijn ligt een stuk noordelijker dan tegenwoordig. Door het stijgende water verdwijnt deze nederzetting in de golven. Langzamerhand kalft steeds meer land af, totdat in de late Middeleeuwen dijken worden aangelegd.
Archeologen hebben voorwerpen van deze prehistorische nederzetting opgegraven in wat nu Zuidelijk Flevoland is, zoals potscherven, vuurstenen en een stenen bijl.
Leestips:
- Frank van Dooren, Landschappen van Nijkerk-Arkemheen (Nijkerk: Uitgeverij G.F. Callenbach bv, 1986).
- K. Vlierman, Neolithische en middeleeuwse vondsten op de kavels OZ 35 en OZ 36 in Zuidelijk Flevoland. R.IJ.P.-rapport 1985 - 51 Abw (Lelystad: Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, 1985). (Dit rapport is in te zien in Museum Nijkerk en bij het Nieuwland Erfgoedcentrum in Lelystad.)
Rechten
Museum Nijkerk, CC-BY-NC