Ark is in de negende eeuw een gehucht met vier boerderijen. De boeren hebben namen als Nameco, Oza, Oenga en Oenga de Oude. Op de veenakkers wordt boekweit verbouwd. Vis wordt gevangen als aanvulling op het voedsel. In het omringende moeras wordt hout en riet gewonnen.
Het Flevo-merengebied verandert langzamerhand in de Zuiderzee. Omdat de zeespiegel blijft stijgen en de bodem daalt door inklinking, wordt ook de middeleeuwse nederzetting Ark uiteindelijk door de zee opgeslokt: ‘Ereck est absorpte’. Restanten van Ark zijn teruggevonden in Zuidelijk Flevoland.
Gelukkig blijft dit lot de nederzettingen op de hoger gelegen gronden bespaard. Beetje bij beetje neemt het aantal boerderijen toe en begint Nijkerk te groeien.
Leestips:
- Frank van Dooren, Landschappen van Nijkerk-Arkemheen (Nijkerk: Uitgeverij G.F. Callenbach bv, 1986).
- K. Vlierman, Neolithische en middeleeuwse vondsten op de kavels OZ 35 en OZ 36 in Zuidelijk Flevoland. R.IJ.P.-rapport 1985 - 51 Abw (Lelystad: Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, 1985).
Dit rapport is in te zien in Museum Nijkerk en bij het Het Flevolands Archief in Lelystad.
Rechten
Museum Nijkerk, CC-BY-NC