Tijd van burgers en stoommachines

"Made in Diemen"

Fabrieksmatige bedrijven

Tot 1900 waren er in Diemen geen fabrieken. In dat jaar begon ook hier de industrialisatie, al ging het eerst nog om kleine bedrijven. In 1907 kreeg Diemen met de glasfabriek ‘Anna’ zijn eerste echte fabriek. Sindsdien vestigden zich steeds meer bedrijven in Diemen. Eerst vooral op de Sniep en later op de nieuwe bedrijventerreinen Verrijn Stuart en Stammerdijk.

Eeuwenlang was Diemen een boerendorp. Tot rond 1900 was er geen industrie. Je had alleen wat ambachtelijke bedrijvigheid van bakkers, schoenmakers, timmerlieden of smeden. Allemaal handwerk, een machine kwam er niet aan te pas en allemaal gevestigd in de dorpskern Diemerbrug. Daar stond aan de Hartveldseweg ook nog de door de wind aangedreven korenmolen van de familie Hesp. Maar anders dan in Amsterdam of Weesp was er in het Diemen van de 19de eeuw geen fabriek te bekennen.

Pas rond 1900 veranderde dat. Op 10 oktober 1899 vroeg koopman George Belzer bij de gemeente een vergunning aan voor het plaatsen van een 18 pk-petroleummotor in zijn maalderij van maïs en andere veevoerartikelen aan de Muiderstraatweg. Dit bedrijf is later overgenomen door de Boerenbond’. Vrijwel gelijktijdig kwam er in de graan- en lijnkoekmalerij van A. Dorresteijn een stoommachine van 12 pk, zodat het moeilijk valt uit te maken wie in feite de eerste industrieel van Diemen was. Als maalderijen met elk twee werknemers kun je het nog nauwelijks fabrieken noemen. In 1901 kwam daar nog de verfmaalderij van P.J. Benard bij. Deze stond aan de Hartveldseweg en een petroleummotor van 6 pk dreef er de verfmolens aan.

Een echte fabriek kwam er pas in 1907 toen op de Sniep de glasfabriek Anna gevestigd werd. Het bedrijf maakte ‘medicijnglas, stopflesschen, conservatieflesschen, levertraanflesschen, limonadeflesschen, olieflesschen, flacons, preparaatglazen en trechters’. Kort daarop begon de al genoemde George Belzer met een mosterdfabriek, eveneens op de Sniep, gevolgd door de fabriek met opslagplaats van de Nederlandsche Betonijzerbouw. Dit bedrijf leverde betonringen voor het riool van Amsterdam en was ook betrokken bij de bouw van het Tuschinsky theater. Gaandeweg streken steeds meer bedrijven neer op Diemens oudste bedrijventerrein. Zoals de Nederlandsche Teerdistilleerderij en Chemische Fabriek (kortweg Nedteer), die in 1925 de fabriek van palmpitolie Malembo voortzette. Hier werden teerproducten zoals asfaltpapier en dakleer gemaakt. Andere voorbeelden waren een fabriek van bedveren, een fabriek waar uit beenderen van geslachte dieren lijm gewonnen werd en de aannemersfirma van Hidden & Nijland bij de Provinciale weg, sinds 1938 Hillen & Roosen. Nu is daar het bedrijvencentrum ‘De Sniep’.

Niet op de Sniep maar aan de Diemerkade verrees de zeepfabriek ’t Lampje, opgericht vanuit de Amsterdamse vakorganisatie van diamantbewerkers met daarnaast een overallwasserij (uit het waswater werd diamantstof gewonnen). De opbrengsten kwamen ten goede aan de bouw van sanatorium Zonnestraal in Hilversum. Het fraaie bedrijfsgebouw werd in de oorlogsjaren op last van de Duitse bezetters afgebroken.

In 1941 vestigde de, om zijn Dagravit-vitaminen bekende, farmaceutische fabriek Dagra (later opgegaan in Vemedia) zich aan de Weesperstraat. Na de oorlog, toen de industrialisatie in Nederland een hoge vlucht nam, kwamen er op de nieuwe bedrijventerreinen Verrijn Stuart en Stammerdijk nog veel meer bedrijven naar Diemen, zoals het constructiebedrijf van Grünbauer en - naast vele andere - de schroevenfabriek Nettlefolds Holland, het papierbedrijf Van der Elst en de zuurinleggerij en mosterdfabriek van Luycks. Aan het IJmeer verrees bovendien nog een grote elektriciteitscentrale en nog weer later, toen de dienstensector steeds belangrijker werd, vestigden zich op Bergwijkpark kantoren van onder meer Generali Verzekeringen, Randstad Uitzendbureau. Nestlé, en Tele2.

Jaap Haag

Verder lezen: Jaap Haag, Op gang komende machines, industrialisatie in Diemen in de eerste helft van de 20e eeuw, tijdschrift HKD, jrg.3 1993 -2