Grote razzia op Wieringen

1944

Op donderdag 14 december 1944 werd door de Duitsers het bevel verspreid dat alle mannen tussen de 17 en 40 jaar zich de volgende dag voor de Arbeitseinsatz moesten melden. Er was geen ontkomen aan. Wieringen was omsingeld, alle wegen waren afgesloten en niemand mocht op straat komen, deed je dat toch dan werd je gearresteerd. De strafmaatregelen waren niet mals, wie zich niet meldde en toch werd gepakt, kwam wegens sabotage voor het militair gerecht en zou huis en bezittingen kwijtraken. Gezinsleden die niet wilden vertellen waar hun broer of vader verstopt zat, zouden zwaar worden gestraft en op vluchtelingen zou worden geschoten.

Het resultaat was verslagenheid en berusting en de meesten meldden zich op vrijdag 15 december gedwee. Maar enkelen lapten die dreigementen aan hun laars. Zij verdwenen in afgelegen boerderijen, hooibergen of greppels. Sommigen werden alsnog gepakt, slechts een enkeling ontsprong de dans.

Vanaf verzamelpunten in Westerland en Hippolytushoef gingen de mannen met voorgeschreven bepakking onder escorte van gewapende soldaten te voet naar Den Oever waar zij in de School met de Bijbel werden opgevangen. Diezelfde avond vertrokken zij via het IJsselmeer per schip naar Kampen om van daaruit in goederenwagons door te reizen naar hun bestemming in Duitsland. Maar al bij Oude Zeug liep het schip averij op. Een drijfstang had het begeven en kon niet worden gerepareerd. Het schip ging voor anker en bleef op het woelige water van het IJsselmeer onder erbarmelijke omstandigheden dobberen, met veel zeezieken tot gevolg. Pas zondagmiddag keerde het schip terug naar Den Oever.

De groep overnachtte in de School met de Bijbel in de Zwinstraat. In de haast was door familie in ruime mate eten en drinken aangevoerd en de meeste mannen kregen een verse strozak. Maandagmorgen vertrok de Cito opnieuw naar Kampen, nu getrokken door een sleper. Aan boord bevonden zich ongeveer 200 Wieringers. Het exacte aantal mannen is moeilijk vast te stellen, ondanks dat de Duitsers steeds aan het tellen waren. De samenstelling van de groep wisselde voortdurend. Nog voor het tweede vertrek werden enkele boeren naar huis gestuurd en er kwamen op het laatste moment nog een paar ongelukkigen bij. Na aankomst in Kampen veranderde het aantal opnieuw: een groepje van een man of zes nam de benen en opnieuw mochten er boeren, schippers en vissers naar huis omdat ze niet gemist konden worden. Uiteindelijk hebben vier Wieringers deze deportatie niet overleefd, onder hen Piet Lont die al op kerstavond dodelijk werd getroffen toen de trein waarin hij zat werd beschoten door Engelse jachtvliegers.

Een van de mannen die er na aankomst in Kampen vandoor gingen, was Marten Snoodijk. Hij kwam enkele dagen later terug op Wieringen waar hij verzetsdaden zou plegen. Op 26 april 1945 werd hij na een sabotageactie door Jürgen Hinrichsen, de Duitse commandant van de Grenzschutz in Van Ewijcksluis, vermoord.

Op Wieringen werkte het vertrek van zoveel arbeidskrachten ontwrichtend. Werk viel stil, gezinnen hadden van de ene op de andere dag geen kostwinner meer en de onzekerheid over het lot van geliefden werkte verlammend. In het bevel stond weliswaar dat “voor achterblijvende familieleden op alle mogelijke manieren door speciale geld- en levensmiddelen-toewijzingen [zou] worden gezorgd”, maar dat was een leugen van de Duitsers om de bevolking rustig te houden.

In Kampen werd de groep ondergebracht in de Van Heutszkazerne en vervolgens gesplitst. Een deel werd op transport gesteld naar Bremen en Hamburg, een ander deel ging naar Hagen-Haspe, zo’n 40 kilometer ten zuiden van Dortmund. In Hamburg moesten de mannen op de Elbe schepen laden en lossen en de groep in Hagen-Haspe werd op een spoorwegcomplex tewerkgesteld om te zorgen dat de treinen voor de oorlogsindustrie bleven rijden. De dwangarbeiders moesten de rails sneeuwvrij houden en puinruimen na de vele bombardementen van de Engelsen.

Na de bevrijding zijn de mannen op verschillende momenten en op allerlei manieren naar Wieringen teruggekeerd. Sommigen hebben de komst van de Amerikanen niet afgewacht. Zij verlieten in de chaos van de laatste oorlogsdagen in kleine groepjes het Lager waarin zij waren ondergebracht en begonnen te voet aan de lange reis naar huis. Anderen werden uiteindelijk door de Amerikanen per trein en vrachtauto naar Nederland vervoerd. Na het passeren van de grens moest iedereen eerst ontluisd worden. Daarna moesten ze vaak nog dagenlang in quarantaine blijven voordat ze door mochten reizen naar hun familie. Pas in juni 1945 keerden de laatste mannen terug op Wieringen.

In 1994 verscheen van Jh. Oedzes en anderen Wieringen tijdens de oorlog 1940-1945. Hierin zijn enkele dagboeken opgenomen van mannen die hun ervaringen in Duitsland hebben opgetekend. In die dagboeken wordt duidelijk wat zij hebben doorstaan: zwaar werk, slecht eten, kou en heimwee en de martelende onzekerheid over het lot van hun familie. In 2025 verscheen het fascinerende Dagboek van Peet Stigter, een boek dat zich onderscheidt van andere dagboeken door zijn levendigheid, variatie en beschrijving van bijzondere details.

Ter nagedachtenis aan de razzia van 15 december 1944 is in 2025 op de haven van Den Oever door de gemeente Hollands Kroon een monument geplaatst. Het is ontworpen door beeldend kunstenaar Marc Ruygrok uit Den Oever. De bolder gezien door een patrijspoort symboliseert de vertwijfeling: het vertrek naar onbekende bestemming en de hoop op terugkeer.

 

Bronnen:

Jh. Oedzes, e.a., Wieringen tijdens de oorlog 1940-1945, deel 1 Wieringen 1994

Jh. Oedzes, e.a., Wieringen tijdens de oorlog 1940-1945, deel 2 Wieringen 1995

Het Dagboek van Peet Stigter, bewerkt en van commentaar voorzien door Paul von Wolzogen Kühr, Historische Vereniging Wieringen, 2025

 

Venster geschreven door:

Paul von Wolzogen Kühr