Ajax verovert de wereld
Ajax bestaat dan al bijna een eeuw. In 1900 richten jonge Amsterdammers de club op in een café aan de Kalverstraat. De Engelse coach Jack Reynolds maakt van Ajax een club die nationaal en internationaal meetelt. In 1918 wordt Ajax voor het eerst landskampioen. Deze overwinning wordt gevierd met een eigen clublied. Het begint met Een juichtoon da'vre langs de velden.
Eerst speelt Ajax in Amsterdam-Noord, maar in 1934 krijgt de club een nieuw stadion: De Meer, aan de Middenweg in de Watergraafsmeer. Daar begint het tijdperk van groot succes. In de jaren zestig verschijnt een tengere jongen uit Betondorp op het veld: Johan Cruijff. Hij debuteert in 1964 en groeit uit tot een wereldster. Onder Cruijff en trainer Rinus Michels wint Ajax drie keer op rij de Europa Cup I en in 1972 ook de Wereldbeker. Hun aanvallende voetbalstijl inspireert teams tot op de dag van vandaag.
Na 1973 duurt het even voor Ajax opnieuw Europees succes boekt. In 1987 pakt de club de Europa Cup II, nu met Cruijff als coach. In 1995 wint Ajax voor de vierde keer de Europese hoofdprijs en voor de tweede keer de Wereldbeker.
Eén club, één stad
De oude Meer is te klein voor de vele supporters. In 1996 opent de Amsterdam ArenA in Zuidoost, later hernoemd tot Johan Cruijff ArenA. Het duurt even voor het stadion als thuis voelt, maar met spelers als Hakim Ziyech, Frenkie de Jong en Dušan Tadić beleeft Ajax in 2019 opnieuw Europese glorie.
Ajax heeft altijd zijn thuis aan de randen van de stad: Noord, Oost en nu Zuidoost. De club weerspiegelt de stad – divers, trots en vol talent. Van Rijkaard, Seedorf en Davids tot Abdelhak Nouri en de Ajax Vrouwen: Ajax groeit mee met Amsterdam.